Madelon in de mist van het schimmenrijk (1994)

vwmadelon

Inleiding

De korte roman In de mist van het schimmenrijk. Fragmenten uit het oorlogsdagboek van de student Karel R. verscheen in maart 1993 als Boekenweekgeschenk, in een oplage van 582.000 exemplaren. Hermans baseerde de tekst op zijn ongepubliceerd gebleven manuscript ‘Argeloze terreur’ (1944). Ruim een jaar later volgde de uitgebreide herdruk onder de titel Madelon in de mist van het schimmenrijk. Fragmenten uit het oorlogsdagboek van de student Karel R. De gebonden heruitgave had een oplage van 3500 exemplaren. Deze herziene druk vormt het uitgangspunt voor de tekst van de editie.

De tekstgeschiedenis van Madelon in de mist van het schimmenrijk biedt een overzicht van alle in het onderzoek gebruikte documentaire primaire bronnen, met bibliografische verwijzingen naar gedrukt materiaal en beschrijvingen van niet-openbaar toegankelijk archiefmateriaal; dit onderdeel bevat bovendien uniek beeldmateriaal uit het archief-Hermans.

De tekstbezorging van Madelon in de mist van het schimmenrijk bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Madelon in de mist van het schimmenrijk samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


De tekstgeschiedenis van Madelon in de mist van het schimmenrijk

De hieronder gepresenteerde lijst biedt een beknopt overzicht van alle overgeleverde primaire documentaire bronnen van Madelon in de mist van het schimmenrijk die van belang zijn voor de tekstgeschiedenis van de roman. Deze zogenaamde ‘overlevering’ bestaat per bron uit drie onderdelen: een gecodeerde aanduiding van de bron (het sigle), een korte beschrijving van de bron met een datering en, indien van toepassing, een verwijzing naar de relevante nummers in de primaire Hermans-bibliografieën Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans van Janssen en Van Stek (verder: JS) of Schrijven is verbluffen van Delvigne en Janssen (verder: DJ).[1] Alle niet openbaar toegankelijke bronnen krijgen een beknopte documentaire beschrijving die direct vanuit de overlevering aanklikbaar is. De bronbeschrijvingen kunnen ook in chronologische volgorde worden geraadpleegd. Deze beschrijvingen geven via een aantal illustratieve voorbeelden aan hoe Hermans zijn teksten in de loop van een groot aantal jaren herzag en gaan ook in op de rol van derden (uitgevers, redacteuren, typografen, zetters, correctoren en lezers) bij dit voortdurende proces van herzien en verbeteren.[2] Aan de beschrijvingen gaat een korte bibliografische typering vooraf: deze bestaat achtereenvolgens uit het sigle, de beknopte beschrijving van de bron, omvang, datering, een verwijzing naar de plaats van herkomst en een eventuele signatuur. Bij bronnenmateriaal uit het archief-Hermans is een afbeelding toegevoegd.

[1] Zie voor een meer uitgebreide toelichting bij de Overlevering de Inleiding bij de Tekstgeschiedenis van de roman Conserve (Volledige Werken Deel 1).
[2] Uit het archiefonderzoek voor de tekstconstitutie blijkt dat Hermans incidenteel ook wijzigingen aanbracht in teksten die in een bloemlezing werden opgenomen. Ook die krijgen een aparte bronbeschrijving. Primaire bronnen zonder inhoudelijke correcties, die wel zijn opgenomen in Het bibliografische universum, krijgen geen aparte beschrijving.


Overlevering

verwijst naar een afbeelding afkomstig uit het archief-Hermans/collectie Frans A. Janssen

M1 Manuscript van ‘Argeloze terreur’ (fragmenten) (1944)
M2 Typoscript van In de mist van het schimmenrijk (1992)
D1 Eerste druk van In de mist van het schimmenrijk. Fragmenten uit het oorlogsdagboek van de student Karel R. (1993) (JS 432)
M3 Typoscript (kopij) van Madelon in de mist van het schimmenrijk. Fragmenten uit het oorlogsdagboek van de student Karel R. (1993)
D2 Tweede druk van Madelon in de mist van het schimmenrijk. Fragmenten uit het oorlogsdagboek van de student Karel R. (1994) (JS 433)

M1
Manuscript (kopie) van ‘Argeloze terreur’ (fragmenten)
Omvang: 39 bladen
Juli-december 1944
Collectie Frans A. Janssen

Van het manuscript van ‘Argeloze terreur’, dat aan de basis zou staan van het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk (1993), zijn een aantal fragmenten in kopie overgeleverd. Het gaat om negenendertig bladen uit het vijfde cahier van het oorspronkelijke manuscript van ‘Argeloze terreur’ (1944). Hermans had de eerste vier schriftjes medio april 1993 opgehaald uit het Letterkundig Museum, om na te gaan in hoeverre hij ze kon gebruiken voor de uitgebreide herdruk van het Boekenweekgeschenk, die in 1994 als Madelon in de mist van het schimmenrijk zou verschijnen.[1] Op Hermans’ verzoek haalde Frans Janssen het vijfde schriftje in mei 1993 op uit het Letterkundig Museum. Met toestemming van Hermans maakte hij van de gelegenheid gebruik om een deel van het manuscript te kopiëren.[2]
Deze kopieën vormen het enige overgebleven fragment van wat de eerste versie van de nooit gepubliceerde roman geweest moet zijn. Inclusief het omslag met het opschrift ‘A.T. V’ kopieerde Janssen negenendertig pagina’s uit het schriftje. Eenentwintig daarvan maken deel uit van ‘Argeloze terreur’. Daarnaast gaat het om manuscriptversies van het ongepubliceerde gedicht ‘De brand in de lindenboom’, de novelle ‘Emigratie’ (in 1948 opgenomen in de novellenbundel Moedwil en misverstand)[3] en ‘Melancholia’ (in 1946 onder de titel ‘ΜΕΛΑΓΧΟΛΙΑ’ opgenomen in Horror Cœli en andere gedichten).[4]
De ogenschijnlijk vrij willekeurig gekopieerde fragmenten maakten deel uit van een veel omvangrijker geheel dat, blijkens het laatste paginanummer van het handschrift, uit 257 pagina’s bestond. Het eerste uit het manuscript gekopieerde blad heeft in het handschrift van Hermans nummer ‘219’, daarna zijn de rechterbladen van het verhaal in het manuscript genummerd, de ongenummerde linkerpagina’s gebruikte Hermans voor aanvullingen en correcties. Van pagina 219 keert de eerste helft niet terug in het in 1993 uitgegeven oorlogsdagboek, maar vanaf de zin ‘En nu het misgeloopen is, nu hang je het verleide meisje uit.’ zijn er in de overgeleverde fragmenten van het manuscript duidelijke parallellen met de roman.[5] Ondanks de vele herschrijvingen, vaak ook op zinsniveau, komen veel fragmenten van de vroege en laatste versie al in hoge mate overeen. Dat geldt ook voor het slot van het manuscript, waarvan de laatste regels bijna gelijk zijn aan die van de roman. Op de laatste pagina van het manuscript noteerde Hermans bovendien de exacte ontstaansperiode van ‘Argeloze terreur’: ‘Did. 4 Juli ’44 / Vrijd. 15 Dec ’44’.
Het manuscript is in een aantal gevallen uitgebreider dan de latere romanversie. In het manuscript heeft het fragment van dinsdag 8 augustus 1944 bijvoorbeeld een langere passage van bijna twee pagina’s die in de boekuitgave ontbreekt. Uit het manuscript blijkt bovendien dat de passage over de ‘lievelingsgier Ilonka’ oorspronkelijk een (ook door Frans Janssen gekopieerd) afzonderlijk kort verhaal was met de titel ‘Fakir Asthma’. Hermans schreef het in juni 1944 en verwerkte het in de maanden erna in ‘Argeloze terreur’.
Er ontbreekt meer in de roman: na het fragment van 8 augustus volgt in het manuscript een met ‘Maandag 7 aug.’ gedateerde notitie,[6] en waar personage Karel Rotteveel in de gepubliceerde versie aan het slot zijn spijt betuigt niet naar zijn ouderlijk huis in Hilversum te zijn teruggegaan,[7] is er in het manuscript, kort voor dinsdag 5 september, een datum die de geschiedenis zou ingaan als ‘Dolle Dinsdag’, juist sprake van een meerdaagse logeerpartij in Hilversum: ‘Zondag 3 Sept. / Nu al drie dagen in Hilversum. De oorlog is binnenkort afgeloopen, de Duitschers maken zich klaar om terug te trekken. Daarom heb ik het gewaagd hier te gaan logeeren, met Reni. Mijn oom en tante zijn zeer hartelijk voor ons. Oom Willem heeft met heroïsche verlichtheid ons vanzelfsprekend gezamenlijk de logeerkamer aangeboden. “De liefde is soep eten met een vork,” heeft hij een grapje van mijn vader geciteerd, “je krijgt er nooit genoeg van” / Daar liggen wij dus ’s nachts, in diezelfde logeerkamer, in die zelfde lits-jumeaux, waar ik vroeger wel met Felicia gelegen heb. Zij was toen negen, ik zes.’[8]
‘Oom Willem’ zou in het Boekenweekgeschenk optreden als ‘Oom Hein’, zoals er in de roman meer naamsvarianten zijn ten opzichte van het manuscript. ‘Michiel’ heet daar nog ‘Ferdinand’ en ‘Tjeu’ nog ‘Koos’, een verwijzing naar Koos Esser, de verloofde en latere echtgenoot van Truus Comes, waarmee het autobiografische nadrukkelijker door de fictie heen schemert.[9] Maar dat daarbij in het hier geciteerde fragment en ook elders in het manuscript consequent sprake is van ‘Reni’ in plaats van ‘Madelon’, ‘Truus’ of ‘T.’ is verreweg het meest opvallend. Ook hier voert de naam vrij direct terug naar Hermans’ biografie, zoals blijkt uit een opdrachtexemplaar van de debuutbundel Kussen door een rag van woorden (1944), dat Hermans in december 1944 schonk aan de actrice Reny Schmitz-Knufman: ‘Voor Reny, in de hoop dat zij mij vergeven wil dat ik haar / zoo welluidende naam op de leege plekken die de ♀ hoofdpersoon / in het dagboek van Karel R. moesten voorstellen, heb ingevuld. / Wim / Dec ’44’.[10]

AT_228

© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]


M2
Typoscript van In de mist van het schimmenrijk
Omvang: 70 bladen
September 1992
Archief De Bezige Bij

Een beige stofmap in het archief van uitgeverij De Bezige Bij, met daarop ‘willem frederik hermans / in de mist van het schimmenrijk / Fragmenten uit het oorlogsdagboek 1944 van de student Karel R.’, bevat het originele nettyposcript van In de mist van het schimmenrijk.[11] Het typoscript omvat zeventig bladen, steeds in origineel typoscript, met uitzondering van pagina 27 (doorslag). Na het titelblad is het typoscript genummerd van pagina 1 tot en met 62, met enkele toegevoegde a-nummers als extra bladen. Twee daarvan wijken in opmaak af van de overige bladen en zijn mogelijk nog op een later moment bij het gereedmaken van de kopij toegevoegd.[12] Hermans leverde de kopij medio september 1992 in bij De Bezige Bij.[13]
Het typoscript bevat vooral kleinere correcties, door Hermans aangebracht in verschillende kleuren zwarte en blauwe inkt, met tipp-ex en met grijs en blauw potlood. Her en der zijn ook nieuwe stukjes typoscript over de eerdere laag van het typoscript geplakt; het betreft hier hoogstwaarschijnlijk geen nieuwe invoegingen, maar overgetikte versies van eerder al met de hand gecorrigeerde passages. De herzieningen bestaan vooral uit herformuleringen op zins- of woordniveau, correcties van typefouten en wijzigingen in het gebruik van witregels en in interpunctie. Slechts af en toe schrapt Hermans een zin, of zijn er kleine aanvullingen.
Vergelijking van het nettyposcript met de uiteindelijke romanversie die in maart 1993 als Boekenweekgeschenk onder de titel In de mist van het schimmenrijk verscheen, maakt duidelijk dat er bij de correctie van de opeenvolgende drukproeven niet veel grote wijzigingen meer hebben plaatsgevonden.[14] Incidenteel voegde Hermans nog een zinnetje toe, zoals het verklarende ‘“Engineer” kan ook machinist betekenen’,[15] en kort voor het einde van het dagboekfragment van maandag 17 april 1944 heeft de boekversie de in het typoscript nog ontbrekende zin ‘Hij beweerde dat híj op haar deur had geklopt en toen gauw weer in z’n bed was gekropen.’[16] Een iets groter fragment dat op één van de drukproeven door Hermans toegevoegd moet zijn, is de dagboekpassage van 15 juni 1944, die in zijn geheel ontbreekt op het typoscript.[17] Wéggelaten in de eerste druk werden enkele zinnen uit het laatste deel van het dagboekfragment van 10 april 1944, waar de typoscripttekst na de zin ‘Atie ging ook weg, logeren ergens in Aerdenhout.’ vervolgt met: ‘Op het kantoor waar ze werkt, vinden ze het niet erg als ze ’s maandagsochtends te laat komt, of desnoods helemaal niet. Scheepvaartmaatschappijen hebben toch niets te doen.’[18] Voor het overige gaat het bij de verschillen tussen typoscript en de gepubliceerde versie van In de mist van het schimmenrijk om kleinere, vooral stilistische varianten, vaak op woordniveau. Daarnaast zijn er meer redactionele wijzigingen in geleding, interpunctie en spelling. Zo werden bijvoorbeeld Hermans’ schrijfwijzen ‘tersluik’, ‘vacanties’ en ‘rechtsomkeerd’ aangepast naar ‘tersluiks’, ‘vakanties’ en ‘rechtsomkeert’. Bij het naschrift ontbraken aanvankelijk de initialen ‘WFH’, die Hermans elders in de tekst al wel had gebruikt. Op voorstel van de corrector werden deze omgezet.[19]

IMS_omslagtypo

© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]


M3
Typoscript (kopij) van Madelon in de mist van het schimmenrijk
December 1993
Omvang: 55 bladen
Archief De Bezige Bij

In het archief van De Bezige Bij bevindt zich eveneens de kopij voor de tweede, uitgebreide druk van In de mist van het schimmenrijk, die (een jaar na publicatie van het Boekenweekgeschenk) in april 1994 onder de titel Madelon in de mist van het schimmenrijk zou verschijnen. De kopij voor die aanzienlijk bewerkte druk bestaat uit vergrote kopieën, op A3-formaat, van het Boekenweekgeschenk, die Hermans corrigeerde en aanvulde: kleinere en meer redactionele wijzigingen bracht hij aan in verschillende soorten blauwe en zwarte inkt, met groene stift en met blauw en grijs potlood; voor grotere aanvullingen, correcties en inlassen plakte Hermans stukken typoscript over of naast de oorspronkelijke tekst, of voegde hij nieuwe pagina’s typoscript in, met aanpassing van de paginering via subnummering in cijfer-lettercombinaties. De gekopieerde titelpagina van In de mist van het schimmenrijk kreeg het stempel ‘mastercopy’ en heeft de handschriftelijke datumvermelding 2 december 1993.[20]
Het eerste volledig in typoscript aan de kopieën van In de mist van het schimmenrijk toegevoegde blad betreft een aan Hendrik de Vries’ gedicht ‘De levenskracht’ ontleend motto. Hermans had het aangetroffen in de bundel Stormfakkels. Gedichten (1932), waarvan zich een exemplaar in het archief-Hermans bevindt.[21] Het exemplaar bevat een afschrift van een deel van het gedicht in handschrift van Hermans: ‘Een droom waaruit ook ’t meest beslist / Ontwaken immer dromen blijft’. Bij het desbetreffende gedicht in de bundel staat tevens een streep in de marge bij de voorlaatste strofe (vanaf ‘Zoekt u slechts’), die deel uitmaakt van het in Madelon in de mist van het schimmenrijk gebruikte motto.[22]
Tot de via typoscript nieuw toegevoegde tekst in Madelon in de mist van het schimmenrijk behoren enkele grote passages. Een eerste voorbeeld daarvan is, na een eveneens nieuw slotfragment in de dagboeknotitie van 4 april, de notitie van 5 april 1944, met onder andere een cynische beschrijving van Michiel en diens verzetsactiviteiten.[23] Verreweg de grootste inlas in de heruitgave bestaat uit de dagboekfragmenten van 21 tot en met 24 juni 1944, die (onder andere via geciteerde en becommentarieerde brieffragmenten van Madelon) meer achtergrondinformatie bieden bij de relatie tussen Karel en Madelon, en haar verhouding tot Tjeu. Het toegevoegde fragment begint bij de notitie van 21 juni 1944, ‘Inhoud ongeveer:’ en eindigt bij 24 juni 1944, ‘als een heilige, verder gevraagd.’ De dagboeknotitie van 22 juni 1944 is nieuw. Van de voorafgaande notitie van 21 juni ontbrak het overgrote deel in In de mist van het schimmenrijk. Hetzelfde geldt voor de dagboeknotitie van 24 juni 1944, waarvan alleen het laatste fragment (vanaf ‘… en toen we donderdag thuiskwamen’, p. 735) in de eerste druk voorkwam.[24] Over Madelon maakt de uitgebreide versie bovendien via beschrijvingen van Karel meer expliciet melding van enkele jeugdherinneringen,[25] en wordt ook een enkele herinnering van Karel met een pregnant detail sterker verbeeld: de zin ‘Haar handen, in de met bont afgezette mouwen van haar mantel, deden mij aan vogeltjes denken.’ wordt in de herziene versie ‘Haar handen, in de met bont afgezette mouwen van haar mantel, deden mij aan nestjes met jonge vogeltjes denken.’[26] Een uitbreiding van het dagboekfragment van 22 april geeft extra informatie over Karel na zijn vertrek uit het huis van Tjeu, en de daarop volgende ontmoeting met Olaf.[27] Ook andere personages, onder wie Tjeu en Simon Kromhout, krijgen in de uitgebreide versie van het oorlogsdagboek meer reliëf.[28]
Daarnaast voegde Hermans een aantal locatiebeschrijvingen toe, zoals een ingelaste dagboeknotitie van zondag 28 mei 1944 over de zwaar gehavende Amsterdamse Jodenbuurt, en bevat Madelon in de mist van het schimmenrijk enkele expliciete referenties aan het verloop van de oorlog.[29] In het algemeen zijn er daarnaast in de tweede druk van de roman veel kleinere stilistische wijzigingen en verbeterde Hermans enkele foutjes en anachronismen. Hij veranderde ‘een nieuwe plaat van Greta Keller’ naar ‘een oude plaat van Greta Keller’, Prinsengracht nummer ‘285’ werd ‘385’ en ‘het openluchtbad dat vroeger De Miranda-bad heette’ werd ‘het openluchtbad van het Amstelpark’.[30]
Vanaf eind december 1993 corrigeerde Hermans de drukproeven van Madelon in de mist van het schimmenrijk.[31] De uitgebreide herdruk van het Boekenweekgeschenk verscheen vervolgens in april 1994.

MMS_20
© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]



[1] Zie hiervoor ook de Commentaar bij Madelon in de mist van het schimmenrijk, p. 931 en verder. De hieronder volgende tekst over M1 is een bewerkte en licht uitgebreide versie van de tekst van de Commentaar.
[2] Mededeling van Frans Janssen aan Peter Kegel, 31 januari 2013. De datum waarop Janssen de kopieën ophaalde, staat vermeld op een inventarislijst van het archief-Hermans, in mei 1993 opgesteld door het Letterkundig Museum. Een kopie van de lijst bevindt zich bij de door Janssen gemaakte kopieën uit het vijfde schriftje van ‘Argeloze terreur’ (Collectie Frans Janssen).
[3] ‘Emigratie’ verscheen voor het eerst in Kompas der Nederlandse Letterkunde. Amsterdam 1947, p. 195-197; gebundeld in Willem Frederik Hermans, Moedwil en misverstand. Amsterdam 1948; nu in: id., Volledige Werken, deel 7. Amsterdam 2006, p. [177]-182.
[4] ‘ΜΕΛΑΓΧΟΛΙΑ’ verscheen voor het eerst in Criterium, 4 (1945- 1946), afl. 9, p. 411-413; gebundeld in Willem Frederik Hermans, Horror Cœli en andere gedichten, Amsterdam 1946; nu in: id., Volledige Werken, deel 9. Amsterdam 2011, p. 60-63.
[5] Het herschreven fragment in Madelon in de mist van het schimmenrijk begint daar, in de dagboeknotitie van 6 augustus 1944, met de zin ‘En nu het misgelopen is, nu kun je geen brok meer door je keel krijgen van verdriet.’ (Fragment in de editie op p. 743.)
[6] Zie voor een deelcitaat uit dit dagboekfragment Willem Otterspeer, De mislukkingskunstenaar. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel I (1921-1952). Amsterdam, 2013, p. 396.
[7] ‘Ik heb geen zin meer mijn bed, een matras op de vloer, te verlaten. Waarschijnlijk heb ik koorts. Was ik maar naar Hilversum gegaan!’ (in de editie op p. 770). In een eerder fragment in het dagboek (woensdag 21 juni 1944), dat in het Boekenweekgeschenk nog ontbreekt, is wel sprake van een logeerplan in Hilversum: ‘Ergens gaan logeren… bij voorbeeld in mijn eigen huis in Hilversum? Waarschijnlijk zou ik binnen een paar dagen gearresteerd zijn.’ (editie p. 728)
[8] In het manuscript volgt na de eerste zin een verwijzingsteken naar een inlas op de tegenoverliggende (niet mee gekopieerde) pagina. Het geciteerde grapje van de vader is op een later moment aan het handschrift toegevoegd.
[9] In het geciteerde fragment zijn de oom en tante geïnspireerd op de met de ouders van Hermans bevriende Pieter Cornelis Meyners (‘Oom P.C.’) en zijn vrouw Christina Carolina van Weijk, die in Hilversum woonden en bij wie de jonge Hermans en zijn zus Cornelia in hun jeugd regelmatig logeerden (zie Otterspeer, De mislukkingskunstenaar, p. 126). Otterspeer besteedt ook aandacht aan de relatie van Hermans met Truus Comes en de rol van Koos Esser daarbij (Ibid., p. 307-324).
[10] Met dank aan Nick ter Wal (Antiquariaat Fokas Holthuis). Het echtpaar Schmitz woonde naast Charles B. Timmer, bij wie Hermans in de winter van 1944-1945 regelmatig verbleef. Otterspeer meldt de relatie tussen Hermans en Reny Schmitz-Knufman alleen terloops (Ibid., p. 352-353; 431).
[11] Een tweede map in het archief van De Bezige Bij heeft in een grijze stofmap met de titel ‘W.F. Hermans / In de mist van het schimmenrijk (kopij, kopie)’ een kopie van het nettyposcript M1. Deze kopie bevat geen verdere correcties, dateringen of kopij-aanwijzingen en is incompleet: de pagina’s 6, 61 en 62 ontbreken; daarnaast is de rechterzijde van het origineel M1 niet altijd volledig mee gekopieerd. Waarschijnlijk is een andere, niet overgeleverde kopie van het nettyposcript als kopij voor In de mist van het schimmenrijk gebruikt.
[12] Het betreft blad 14a, met het tekstfragment ‘Van de Dam tot het Spui […] “Raar, vind je niet?” (fragment in de editie op p. 692-693) en blad 57a, met ‘Meer en meer begin ik te denken […] Met hem een gesprek begonnen’ (fragment in de editie op p. 767-768), waarna de tekst van de inlas aansluit op pagina 58 van het nettyposcript.
[13] De bewaarmap van de kopie van het typoscript bevat een daarbij gevoegde envelop met daarop de waarschijnlijke ontvangstdatum van de kopij: ‘18/9/92 bezorgd’.
[14] Blijkens een bericht van De Bezige Bij aan Hermans werden zowel de eerste als tweede proef in december 1992 gecorrigeerd, waarbij Hermans een deel van zijn correcties telefonisch doorgaf (Gerry Bruil (De Bezige Bij) aan Hermans, 11 december 1992). Proeven van In de mist van het schimmenrijk zijn niet overgeleverd.
[15] In de mist van het schimmenrijk, pagina 11, fragment in de editie p. 673.
[16] In de mist van het schimmenrijk, pagina 46, fragment in de editie p. 713.
[17] In de mist van het schimmenrijk, pagina 58, fragment in de editie p. 727.
[18] Nettyposcript pagina 22, voorafgaande passage in In de mist van het schimmenrijk op p. 38, fragment in de editie op p. 704.
[19] ‘Ik wilde je voorstellen om op p. 75 bovenaan je initialen weg te halen en op p. 96 onder het naschrift te zetten. Daar moeten ze in ieder geval, lijkt me.’ (Gerry Bruil aan Hermans, 11 december 1992, archief-Hermans). Hermans’ initialen stonden aanvankelijk na het zinnetje ‘[Het hierna volgende is niet gedateerd.]’, in In de mist van het schimmenrijk op p. 75, fragment in de editie op p. 752; ‘Naschrift’, in de herziene versie als ‘Nawoord’, in de editie op p. 773.
[20] Albert Voster, sinds april 1993 directeur van De Bezige Bij, ontving het manuscript uit handen van Hermans op vrijdag 26 november 1993. Hermans’ agenda over 1993 (archief-Hermans) meldt op die datum ‘Voster komt ms halen’. Enkele dagen later berichtte Voster: ‘Beste Wim, // Het was zeer gezellig afgelopen vrijdag. // “Madelon” is nu in veilige handen. Stiekem heb ik natuurlijk zaterdag al door het manuscript zitten bladeren. Je hebt er een hoop werk aan gehad en ik vermoed dat men dat in de gaten zal hebben. Ik vind het zeer de moeite waard om deze nieuwe versie uit te geven. Je hebt je uitgever en je lezers wederom een mooie verrassing bereid.’ (Albert Voster aan Hermans, 1 december 1993, archief-Hermans).
[21] Zie hiervoor ook de Commentaar bij Madelon in de mist van het schimmenrijk, p. 938 en verder. De hierna volgende tekst over M3 is een bewerkte en uitgebreide versie van de tekst van de Commentaar.
[22] Het motto in Madelon in de mist van het schimmenrijk, zoals overgenomen door Hermans op de kopij, bevat het foutieve ‘Een droom, waarin […]’, waar bij De Vries (en ook in Hermans’ afschrift van het fragment) staat ‘Een droom, waaruit […]’. In de editie (p. 666) is het citaat gecorrigeerd. Zie ook de editeursingrepen bij Madelon in de mist van het schimmenrijk.
[23] Bij de notitie van 4 april is het fragment na de witregel (‘Het is half elf […] in haar slaap.’, in de editie op p. 684) toegevoegd. Van de notitie van 5 april 1944 (in de editie op p. 684-687) is het overgrote deel nieuw.
[24] Bij de nieuw toegevoegde passages (het fragment in de editie op p. 727-735 ) gaan de geciteerde brieffragmenten soms letterlijk terug op Hermans’ correspondentie met Truus Comes, bijvoorbeeld bij het toegevoegde fragment van 21 juni. Zij schreef Hermans op 10 april 1944: ‘Weet je Wimpie wanneer ik ’s avonds in bed lig kan ik dikwijls net zoo min slapen als jij. Dan is het net of ik een of ander weerhuisje voor me heb: misschien ken je ze wel. [tekening huisje met twee deurtjes] zoo ziet het er ongeveer uit. Het eene poppetje ben jij en het andere kun je wel raden.’ (Truus Comes aan Hermans, archief-Hermans; voor een uitgebreider citaat van dezelfde brief zie Otterspeer, De mislukkingskunstenaar, p. 319)
[25] Via de inlas ‘Gistermiddag ben ik met Madelon […] het hele jaar in een zomerjurkje’ (editie p. 710)
[26] Fragment in de editie op p. 717. De herziening zorgt voor een treffende overeenkomst van dit fragment met een gedicht in Hermans’ Kussen door een rag van woorden (1944), namelijk gedicht ‘XVIII’ met de openingsregels ‘Als kleine vogels nestelden je handen / in de bonten mouwen van je mantel.’, in herziene versie als gedicht ‘’XIV’ in de afdeling ‘Kussen door een rag van woorden’ opgenomen in Horror Cœli en andere gedichten (1946), beide nu in Hermans, Volledige Werken, deel 9. Amsterdam,  2011, respectievelijk op p. 29 en 109.
[27] De passage ‘Wat kon ik anders doen […] We liepen samen een eindje op.’ (editie p. 721-722)
[28] Respectievelijk via toegevoegde beschrijvingen bij dagboeknotities van zondag 16 april 1944 (‘Wij tweeën zijn zowat […] door elkander vloeien.’, p. 707) en donderdag 27 april 1944 (‘Als hij praat […] vertrouwen gekregen hebt.”’, p. 723-724).
[29] Voor de dagboeknotitie van 28 mei, zie de editie p. 725-726. Ook nieuw in Madelon in de mist van het schimmenrijk is een beschrijving van de Tweede Schinkelstraat (dagboeknotitie van maandag 24 april, ‘De minst noodzakelijke […] hun armzalige sandalen.’, p. 723). Het geallieerde offensief in Normandië komt aan de orde in een toegevoegde dagboeknotitie van zaterdag 15 juli 1944 (in de editie op p. 736). Kort voor het einde van de roman zijn de zinnen ‘De Engelsen hebben Arnhem niet heroverd. Dat was maar een gerucht.’ toegevoegd (p. 768 van de editie).
[30] In de editie respectievelijk op p. 698, p. 725 en p. 741.
[31] Blijkens een briefje van Ernst Nagel (De Bezige Bij) aan Hermans van 24 december 1993 (archief-Hermans). Drukproeven van Madelon in de mist van het schimmenrijk zijn niet overgeleverd.


De tekstbezorging van Madelon in de mist van het schimmenrijk

De tekstbezorging bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Madelon in de mist van het schimmenrijk samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


Editeursingrepen

In de uitgave van Madelon in de mist van het schimmenrijk in de Volledige Werken zijn, op grond van het kritisch onderzoek van de basistekst (1994 (D2)) en de tekstvergelijking van voorafgaande boekdrukken, tijdschriftpublicaties en overige primaire en secundaire documentaire bronnen die relevant zijn voor de tekstgeschiedenis, de hieronder volgende correcties in de basistekst aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer van de boekuitgave wordt eerst de verbeterde lezing vermeld, gevolgd door de oorspronkelijke, foutieve lezing van de basistekst. Indien een of meer voorafgaande versies de juiste lezing hebben wordt daarna via het sigle verwezen naar de meest recente tekstversie met deze lezing.

p. [666] Een droom, waaruit ook Een droom, waarin ook   [1]
p. 676, r. 15 vals persoonsbewijs loopt?). vals persoonsbewijs loopt?)
p. 760, r. 16 dwars door de lampekap. dwars door de lampekap D1

[1] De correcte versie noteerde Hermans in een afschrift van een deel van het gedicht in een exemplaar van Hendrik de Vries’ Stormfakkels. Zie de beschrijving van de kopij voor Madelon in de mist van het schimmenrijk M3 hierboven.


Witregels

Op de volgende pagina in de uitgave van Madelon in de mist van het schimmenrijk valt het staartwit van de pagina samen met een witregel:

p. 671
p. 673
p. 675
p. 687
p. 695
p. 724
p. 731
p. 735
p. 736
p. 751
p. 752
p. 770


Koppeltekens

In de uitgave van Madelon in de mist van het schimmenrijk moeten de afbrekingstekens in de hieronder vermelde woorden als koppelteken of weglatingsteken gelezen worden:

p. 673, r. 16-17 Rode-Kruislijst
p. 699, r. 20-21 badkamer-keuken
p. 699, r. 21-22 sex-appeal
p. 708, r. 16-17 Amsterdam-Oost


Naar boven