Houten leeuwen en leeuwen van goud (1979)

houtenleeuwen

Inleiding

In 1979 publiceerde Hermans bij De Bezige Bij twee omvangrijke bundels met beschouwend werk, Houten leeuwen en leeuwen van goud en Ik draag geen helm met vederbos. Houten leeuwen en leeuwen van goud verscheen medio maart 1979 en bevat meer dan dertig stukken, die Hermans verspreid over een langere periode had gepubliceerd. De vroegste bijdrage stamt uit 1963, maar het grootste deel van de artikelen schreef Hermans in de tweede helft van de jaren zeventig, vrij kort voor de opname ervan in Houten leeuwen en leeuwen van goud. Hermans bracht de bijdragen onder in zeven thematische hoofdstukken en vatte, in een speciaal voor de bundel geschreven voorwoord, het overkoepelende thema van de geselecteerde stukken samen als ‘de afbraak van de taboes’. Vrij snel na publicatie van de eerste druk verscheen in mei 1979 een tweede, gewijzigde druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud. Deze tweede druk vormt het uitgangspunt voor de tekst van de editie.

De tekstgeschiedenis van Houten leeuwen en leeuwen van goud biedt een overzicht van alle in het onderzoek gebruikte documentaire primaire bronnen, met bibliografische verwijzingen naar gedrukt materiaal en beschrijvingen van niet-openbaar toegankelijk archiefmateriaal; dit onderdeel bevat bovendien uniek beeldmateriaal uit het archief-Hermans.

De tekstbezorging van Houten leeuwen en leeuwen van goud bestaat uit vier onderdelen. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. Daarna volgt een overzicht van typografische aanpassingen die specifiek gelden voor Houten leeuwen en leeuwen van goud. De twee andere onderdelen betreffen overzichten van witregels die in de editie van Houten leeuwen en leeuwen van goud samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


De tekstgeschiedenis van Houten leeuwen en leeuwen van goud

De hieronder gepresenteerde lijst biedt een beknopt overzicht van alle overgeleverde primaire documentaire bronnen van Houten leeuwen en leeuwen van goud die van belang zijn voor de tekstgeschiedenis van de bundel. Deze zogenaamde ‘overlevering’ bestaat per bron uit drie onderdelen: een gecodeerde aanduiding van de bron (het sigle), een korte beschrijving van de bron met een datering en, indien van toepassing, een verwijzing naar de relevante nummers in de primaire Hermans-bibliografieën Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans van Janssen en Van Stek (verder: JS) of Schrijven is verbluffen van Delvigne en Janssen (verder: DJ).[1]
Alle niet-openbaar toegankelijke bronnen krijgen een beknopte documentaire beschrijving die direct vanuit de overlevering aanklikbaar is. De bronbeschrijvingen kunnen ook in chronologische volgorde worden geraadpleegd. Deze beschrijvingen geven via een aantal illustratieve voorbeelden aan hoe Hermans zijn teksten in de loop van een groot aantal jaren herzag en gaan ook in op de rol van derden (uitgevers, redacteuren, typografen, zetters, correctoren en lezers) bij dit voortdurende proces van herzien en verbeteren.[2] Aan de beschrijvingen gaat een korte bibliografische typering vooraf: deze bestaat achtereenvolgens uit het sigle, de beknopte beschrijving van de bron, paginering, datering, een verwijzing naar de plaats van herkomst en een eventuele signatuur. Bij bronnenmateriaal uit het archief-Hermans is een representatieve afbeelding toegevoegd.

[1]Zie voor een meer uitgebreide toelichting bij de Overlevering de Inleiding bij de Tekstgeschiedenis van de roman Conserve (Volledige Werken Deel 1).
[2] Uit het archiefonderzoek voor de tekstconstitutie blijkt dat Hermans incidenteel ook wijzigingen aanbracht in teksten die in een bloemlezing werden opgenomen. Ook die krijgen een aparte bronbeschrijving. Primaire bronnen zonder inhoudelijke correcties, die wel zijn opgenomen in Het bibliografische universum, krijgen geen aparte beschrijving.


Overlevering

verwijst naar een afbeelding afkomstig uit het archief-Hermans

M1 Ontwerp of kopij voor ‘de stem des volks’ (1963)
T1 ‘de stem des volks’ in Podium (1963) (DJ 337)
T2 ‘Mensbeeld en aanstoot’ in Haagse Post (1967) (DJ 363)
T3 ‘Landverraders aan het woord’ in Haagse Post (1967) (DJ 370)
T4 ‘Onze Vlaamse broeders’ in Haagse Post (1967) (DJ 382)
T5 ‘Mogen wij Nederlands schrijven’ in Haagse Post (1967) (DJ 383)
T6 ‘Eventjes evalueren’ in HP Magazine (1970) (DJ 398)
T7 ‘Naschrift van W.F. Hermans’, bij ‘Eventjes evalueren’ van Prof. Dr. Ir. W.J. Beek in Haagse Post (1970)
T8 ‘Spellingsvernieuwing als spellingsvervuiling’ in Het Parool (1972) (DJ 413)
T9 ‘De spelling van “verspilling”’ in De Gids (1972) (DJ 416)
T10 ‘Kabeljauw in rode inkt’ in L. Craeybeckx (red.), Sluipmoord op de spelling (1972) (DJ 419)
T11 ‘Tinbergen’s ethiek van de inkomensverdeling, column J. Pen’ in Haagse Post (1973) (DJ I-30)
T[1-8, 11]m1 Knipsels met correcties bij bijdragen in Podium, Haagse Post en Het Parool
T12 ‘Een rechtzinnige zondaar’ in Hollands Diep (1975) (DJ 501)
T13 ‘De verboden boeken van de Tachtigers’ in Hollands Diep (1976) (DJ 508)
T14 ‘De verboden boeken van de Tachtigers (2). De liefde van Sam en Joop’ in Hollands Diep (1976) (DJ 516)
T15 ‘De ss als amateursport’ in Hollands Diep (1976) (DJ 543)
T16 ‘Weinreb en de Nederlandse letterkunde’ in Het Parool (1976) (DJ 551)
T17 ‘Het Weinreb rapport’ in Hollands Diep (1976) (DJ 552)
M2 Typoscript van ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’ (1976)
P1 Drukproef van ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’ (1976)
P2 Drukproef (revisie) van ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’ (1976)
T18 ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’ in Tirade (1976) (DJ 562)
T18m1 Exemplaar van Tirade met correcties bij ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’ (1977) (DJ 562)
T19 ‘Lou de Jong en de tante van Weinreb’ in Hollands Diep (1976) (DJ 563)
T20 ‘Bijkaarts favoriete rijkaard’ (‘Van Age Bijkaart, uit Parijs’) in Het Parool (1977) (DJ 569)
T21 ‘De ondergang van de pornografie’ in Hollands Diep (1977) (DJ 578)
T22 ‘De Heilige Howard’ in NRC Handelsblad (1977) (DJ 581)
T23 ‘Honderdvijftig keer dezelfde film’(‘Van Age Bijkaart, uit Parijs’) in Het Parool (1977) (DJ 585)
T24 ‘Het drukwerk van Pierre Rey’ in NRC Handelsblad (1977) (DJ 586)
T25 ‘Tien herdersuurtjes. Hoe vertel ik het mijn critici?’ in Elseviers magazine (1977) (DJ 596)
T26 ‘Uitputtend’ (‘Van Age Bijkaart, uit Parijs’) in Het Parool (1977) (DJ 622)
T27 ‘De Pet van Paul Feyerabend’ in NRC Handelsblad (1977) (DJ 627)
T28 ‘Ik ben dit land hoogst erkentelijk’ in De Tijd (1977) (DJ 630)
T29 ‘Bijkaart hult niet mee’ (‘Van Age Bijkaart, uit Parijs’) in Het Parool (1977) (DJ 631)
T30 ‘De ongeöliede pinda’s van Hugo Claus’ in NRC Handelsblad (1977) (DJ 637)
T31 ‘De vijanden van de lagere volksklassen’ (‘Van Age Bijkaart, uit Parijs’) in Het Parool (1978) (DJ 657)
T32 ‘De snippers van de schrijftafel’ in NRC Handelsblad (1978) (DJ 662)
T33 ‘Op de hoek van de tafelreeks’ (‘Van Age Bijkaart, uit Parijs’) in Het Parool (1978) (DJ 675)
T34 ‘De opmars der dagboekaniers’ in NRC Handelsblad (1978) (DJ 686)
T35 ‘Bijzonder aardig; prima, prima’ in NRC Handelsblad (1978) (DJ 694)
T36 ‘De school van De Schoolmeester’ (‘Van Age Bijkaart, uit Parijs’) in Het Parool (1979) (DJ 718)
T[12-17, 19, 21, 22, 24, 25, 27, 30, 32, 34, 35]m2 Knipsels met correcties bij bijdragen in Hollands Diep, Het Parool, Tirade, NRC Handelsblad en Elseviers Magazine
T[20, 23, 26, 29, 31, 33, 36]m3 Knipsels met correcties bij bijdragen in Het Parool
D1 Eerste druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud (1979) (JS 350)
D1m1 Correctie-exemplaar van de eerste druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud (1979)
D2 Tweede druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud (1979) (JS 351)
D2m2 Correctie-exemplaar van de tweede druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud

Bronbeschrijvingen van Houten leeuwen en leeuwen van goud

M1
Ontwerp of kopij (fragment) voor ‘de stem des volks’ in Podium

Omvang: [ [1-7] ]
1963
Letterkundig Museum
WFH (Knipsels) Fotografie

In het archief-Hermans is een ontwerp bewaard gebleven van een deel van de Podium-publicatie ‘de stem des volks’. Het gaat om zeven afdrukken van door Hermans gemaakte foto’s van G.B.J. Hiltermann,[1] met daarbij de ook in Podium en later in Houten leeuwen en leeuwen van goud als onderschrift gebruikte knipsels: teksten van Hiltermann zelf.[2] Knipsels en foto’s waren oorspronkelijk op papier geplakt en genummerd: de vierde foto, met het onderschrift ‘Hiermee is echter niet alles gezegd’, is niet bij de uiteindelijke publicatie gebruikt.

klein_DSC0028.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


M2
Typoscript (kopie) van ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’

Omvang: [ [1]-9 ]
Juni – september 1976
Letterkundig Museum
WFH (Correspondentie) Moor, W.A.M. de

Bij de correspondentie met W.A.M. de Moor, die Hermans had verzocht om een bijdrage aan een Tirade-nummer over Van Oudshoorn, is een kopie van Hermans’ typoscript over Van Oudshoorn overgeleverd. Een dag na voltooiing – het typoscript is in het onderschrift gedateerd met ‘Parijs, 27 juni 1976’ – verstuurde Hermans het aan De Moor.[3] De kopie van dit typoscript van negen pagina’s bevat enkele kleine correcties van Hermans. Op de kopie heeft W.A.M. de Moor meer inhoudelijke correcties aangebracht. Waarschijnlijk nam De Moor latere aanvullingen en herzieningen van Hermans, die eind augustus een herziene versie van zijn bijdrage had ingestuurd,[4] over op de eerste versie van het typoscript, dat vervolgens als kopij voor de eerste drukproef diende.

klein_DSC0032.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


P1
Drukproef (kopie) van ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’
Omvang: [ 606-615 ]
November 1976
Letterkundig Museum
WFH (Correspondentie) Moor, W.A.M. de

Bij de correspondentie met W.A.M. de Moor bevindt zich ook een kopie van de eerste drukproef van ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’. Hermans ontving deze kopie, tegelijk met zijn eerder ingezonden manuscript, in de tweede helft van november 1976.[5] De drukproef, die zeer veel zetfouten bevatte, was gezet naar het verbeterde typoscript (M2), met inbegrip van de daarin door De Moor aangebrachte correcties. Toch was er iets mis gegaan, want Hermans schreef aan De Moor: ‘Zoals ik u op 24 november j.l. door de telefoon vertelde, was de drukproef van mijn stuk over Van Oudshoorn […] gedeeltelijk niet vervaardigd naar de verbeterde versie van mijn stuk, die ik u al eind augustus heb toegestuurd.’[6] Bij het corrigeren van de proef bracht Hermans die wijzigingen alsnog aan.

klein_DSC0030.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


P2
Drukproef (revisie) van ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’

Omvang: [ 607-616 ]
December 1976
Letterkundig Museum
WFH (Knipsels) Hollands Diep (gf)

In een map met knipsels uit Hollands Diep en andere tijdschriften en kranten (T[12-… 35]m2, zie hieronder) bewaarde Hermans een revisieproef van zijn Tirade-bijdrage over Van Oudshoorn. Deze proef kwam kort na de eerste proef tot stand, waarbij deze keer wel alle herzieningen van Hermans werden verwerkt. Waarschijnlijk liet De Moor deze revisieproef direct naar aanleiding van het eerdere telefoongesprek met Hermans (zie hierboven) vervaardigen.[7]
Op deze proef bracht Hermans in blauwe vulpeninkt nog weer enkele stilistische en inhoudelijke wijzigingen aan. Hij schrapte bijvoorbeeld de zin ‘De titel “directeur der kanselarij” zoals hij b.v. in de Winkler Prins Encyclopaedie wordt genoemd, is pas na de oorlog ingevoerd.’. Ook veranderde hij een passage die betrekking heeft op het Van Oudshoorn-interview van G.H. ’s-Gravesande in Sprekende schrijvers (Amsterdam, 1935).
Deze veranderingen werden waarschijnlijk pas op een later moment op deze proef aangebracht.[8] Enkele van de herzieningen zou Hermans, meestal in iets andere vorm, overnemen in de boekpublicatie van het stuk over Van Oudshoorn in Houten leeuwen en leeuwen van goud.


DSC0046_klein.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


T18m1
Exemplaar van Tirade met correcties bij ‘Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner’

Omvang: 14 pagina’s
Letterkundig Museum
WFH (Tijdschriften) Primair/Met Aantekeningen/Tirade nr. 219-220

Een aantal van de wijzigingen die Hermans noteerde op de revisieproef bracht hij ook aan in een exemplaar van Tirade. De zin die betrekking heeft op de invoering van de titel ‘directeur der kanselarij’ bijvoorbeeld is hier ook doorgehaald, met daarbij in de marge de opmerking ‘onjuist’. De herzieningen van Hermans komen opnieuw niet letterlijk overeen met de uiteindelijke tekst in Houten leeuwen en leeuwen van goud. Wel komen ze, in vergelijking met die op de revisieproef, dichter bij de uiteindelijke formuleringen van de boekuitgave. Een voorbeeld daarvan is de herziening die betrekking heeft op het interviewfragment uit de bundel van ’s-Gravesande. De tekst van de Tirade-publicatie, waarin Van Oudshoorns ontslag als kanselier van het Nederlands Gezantschap te Berlijn werd verklaard ‘als een soort uitvloeisel uit, althans iets dat samenhing met, het aan de macht komen van Hitler’ past Hermans hier aan tot: ‘een soort uitvloeisel uit, de toenemende bekendheid van zijn pseudoniem’.

klein_DSC0029.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


T[1-8, 11]m1
Knipsels met correcties bij bijdragen in Podium, Haagse Post en Het Parool

Letterkundig Museum
WFH (Knipsels) Podium, HP, Avenue 1955-1971

De in Houten leeuwen en leeuwen van goud gebundelde bijdragen uit Podium en Haagse Post zijn – evenals één bijdrage aan Het Parool[9] terug te vinden in een knipselmap in het archief-Hermans, die in chronologische volgorde alle bijdragen uit deze beide tijdschriften en uit Avenue tot en met 1971 bevat. Hermans pagineerde de bijdragen met stempels en voorzag het geheel van een getypte inhoudsopgave. Bij die inhoudsopgave noteerde hij op een later moment in handschrift een paar overkoepelende thema’s die terug zouden keren in Houten leeuwen en leeuwen van goud: ‘Nederlands – spelling – Vlaams [/]Links[/] Oorlog’. Enkele stukken die in Houten leeuwen en leeuwen van goud zouden worden opgenomen, zijn in de inhoudsopgave aangekruist.
In totaal zouden zeven bijdragen uit deze map en twee ingezonden brieven[10] een plaats vinden in Houten leeuwen. Op de knipsels verbeterde Hermans vooral zetfouten, het aantal stilistische en inhoudelijke wijzigingen is beperkt. Een deel van die correcties is, soms in iets andere vorm, overgenomen in Houten leeuwen en leeuwen van goud, dat meer varianten bevat dan de op deze knipsels aangebrachte veranderingen.[11] De knipsels hebben dan ook niet als kopij gediend, maar waarschijnlijk heeft Hermans ze bij de voorbereiding van de boekuitgave nog wel geraadpleegd.

klein_DSC0025.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


T[12-17, 19, 21, 22, 24, 25, 27, 30, 32, 34, 35]m2
Knipsels met correcties bij bijdragen in Hollands Diep, Het Parool, Tirade, NRC Handelsblad en Elseviers Magazine
Letterkundig Museum
WFH (Knipsels) Hollands Diep (gf)

In de map ‘Hollands Diep’ verzamelde Hermans op printerpapier een grote hoeveelheid bijdragen die hij vanaf 1975 tot en met 1988 in tal van dagbladen en tijdschriften publiceerde. Zeventien van deze bijdragen nam Hermans op in Houten leeuwen en leeuwen van goud. Ingezonden brieven bij enkele van die bijdragen zijn eveneens in de knipselverzameling terug te vinden.[12] De knipsels hebben vaak geen, soms heel kleine correcties, waarbij het meestal gaat om de verbetering van zetfouten of om kleine stilistische aanpassingen. De knipsels dienden niet als kopij, maar Hermans gebruikte de mappen wel bij de voorbereiding van Houten leeuwen en leeuwen van goud: een deel van de op de knipsels aangebrachte wijzigingen keert in de boekuitgave terug.

klein_DSC0038_n.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


T[20, 23, 26, 29, 31, 33, 36]m3
Knipsels met correcties bij bijdragen in Het Parool

Letterkundig Museum
WFH (Knipsels) Het Parool (nrs. 121-180) en (nrs. 181-232)

De Bijkaart-columns bracht Hermans onder in een aparte map.[13] De Bijkaart-stukken die werden opgenomen in Houten leeuwen en leeuwen van goud hebben geen of slechts een gering aantal correcties in handschrift, waarbij het meestal gaat om de verbetering van zetfouten of om kleine herzieningen in stijl, die niet altijd werden overgenomen in de herdruk in de boekuitgave. Ter voorbereiding van latere essaybundels als Ik draag geen helm met vederbos (1979) of Door gevaarlijke gekken omringd (1988) nam Hermans de Bijkaart-knipsels opnieuw ter hand. Bij de al in Houten leeuwen gepubliceerde stukken noteerde hij, soms met een vraagteken, in de marge ‘herdrukt’.

DSC0048_klein.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D1m1
Correctie-exemplaar van de eerste druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud

Maart-april 1979
Omvang: 400 pagina’s

Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Houten leeuwen en leeuwen van goud [1]

Hermans gebruikte een nog niet ingebonden exemplaar van de eerste druk voor het aanbrengen van een aantal meest kleine correcties in de tweede druk, die al twee maanden na de eerste druk verscheen. Het gaat in de meeste gevallen om de verbetering van zetfouten of om kleine aanpassingen in interpunctie en typografie. Ook zijn er enkele woordvarianten, met als meest sprekende voorbeeld de verandering van ‘knittelverzen’ in ‘kreupelrijmen’ in ‘Een rechtzinnige zondaar’. Hermans verbeterde bovendien enkele slordigheden in eigennamen: ‘Harry M.G. Prick’ wordt ‘Harry G.M. Prick’, [Gerrit] ‘van der Linde’s’ wordt ‘van de Linde’s’; vergelijkbaar daarmee zijn de correcties die hij aanbracht in titels (‘la Dentellière’ wordt ‘La Dentellière’, ‘Tijdschrift van het Nederlandsche Aardrijkskundig Genootschap’ wordt ‘Tijdschrift van het Nederlands Aardrijkskundig Genootschap’), het laten vervallen van de foutieve copyrightvermelding ‘foto WFH’ bij de afbeelding van Weiningers Geschlecht und Charakter en de correctie van een aantal zetfouten en slordigheden in de ‘Herkomst der illustraties’, ‘Plaatsen en data van eerste publicatie’ en in de ‘Aantekeningen’.
De meeste van deze correcties gaf Hermans, blijkens een aantekening op de Franse titelpagina, op 29 maart 1979 door aan de uitgeverij. Enkele latere verbeteringen, die hij nog wel in dit correctie-exemplaar van de eerste druk noteerde, werden niet meer verwerkt in de tweede druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud.[14] Deze tweede druk bevat overigens nog enkele varianten, die hoogstwaarschijnlijk het gevolg zijn van correcties door een redacteur.[15]

klein_DSC0033.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D2m2
Correctie-exemplaar van de tweede druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud

Omvang: 400 pagina’s
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Houten leeuwen en leeuwen van goud [3]

In het archief-Hermans is een correctie-exemplaar van de tweede druk bewaard, waarin Hermans, in verschillende kleuren inkt en in potlood, wijzigingen noteerde voor een nooit verschenen derde druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud. De correcties, die niet in alle gevallen werden afgerond,[16] bracht Hermans verspreid over een langere periode aan. In een aantal gevallen gaat het om correcties die Hermans eerder noteerde in zijn correctie-exemplaar van de eerste druk (D1m1, zie hierboven), maar hij nam niet alle correcties uit dat exemplaar over.
In de meeste gevallen gaat het om kleinere stilistische varianten en wijzigingen in interpunctie. Een deel van de correcties heeft betrekking op zetfouten; daarnaast bracht Hermans verbeteringen aan in geciteerde passages en corrigeerde hij de schrijfwijze van enkele eigennamen in het register. De meeste wijzigingen, waaronder enkele grotere verbeteringen van taalkundige aard, zou Hermans aanbrengen in ‘De snippers van de schrijftafel’. Een deel daarvan gaat terug op de vrij uitvoerige correspondentie tussen Hermans en de taalkundige Frida Balk-Smit Duyzentkunst, die ontstond naar aanleiding van een kritische recensie van Houten leeuwen en leeuwen van goud door Leo Ross in De Revisor.[17]
In dit correctie-exemplaar bewaarde Hermans ook enkele brieven en krantenbijdragen, waaronder enkele knippels uit de jaren tachtig en negentig over C. Buddingh’.

Overzicht van inhoudelijke en stilistische correcties in D2m2

klein_DSC0036.JPG

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


[1] Ook de negatieven van deze foto’s bevinden zich, onder signatuur WFH (Foto’s) Negatieven / N. 2137-2191, in het archief-Hermans.
[2] Zie hiervoor ook de annotaties bij Boze Brieven van Bijkaart in Willem Frederik Hermans, Volledige Werken, deel 12. Amsterdam, 2006, p. 935-936.
[3] W.A.M. de Moor aan Hermans, 2 juni 1976 en Hermans aan W.A.M. de Moor, 9 en 28 juni 1976. Origineel resp. doorslagen in archief-Hermans.
[4] Hermans aan W.A.M. de Moor, 10 en 30 augustus 1976, doorslagen in archief-Hermans. Hermans stuurde De Moor een gewijzigde versie van het typoscript nadat hij had gehoord dat de deadline voor het Van Oudshoorn-nummer was verschoven.
[5] W.A.M. de Moor aan Hermans, 19 november 1976. Origineel in archief-Hermans.
[6] Hermans aan W.A.M. de Moor, 3 december 1976. Doorslag in archief-Hermans. Bij de drukproef noteerde Hermans bij de pagina’s 608 en 609: ‘Herzetten volgens de verbeterde bladzijden 3 en 3A’.
[7] Bovenaan het stuk schreef De Moor: ‘Revisie conform 2e versie gecorrigeerd en 1 revisie-exemplaar 2-12-’76 voor druk gereedgemaakt door Wam de Moor. Dit exemplaar ter kennisgeving[…]’
[8] Mogelijk bracht Hermans deze wijzigingen in januari 1977 aan. Op 29 januari 1977 schrijft hij aan W.A.M. de Moor dat hij ‘onlangs’ enkele vergissingen in zijn stuk bemerkt heeft, waarbij hij ingaat op het interview van ’s-Gravesande en de datering van de titel ‘directeur der kanselarij’. Doorslag in archief-Hermans.
[9] ‘Spellingsvernieuwing als spellingsvervuiling’ , een bijdrage van Hermans in Het Parool van 10 maart 1972.
[10] ‘Tinbergen’s ethiek van de inkomensverdeling, column J. Pen’ (DJ I-30) in Haagse Post, 4 augustus 1973 en ‘Naschrift van W.F. Hermans’ bij de ingezonden brief ‘Eventjes evalueren’ van Prof. Dr. Ir. W.J. Beek in Haagse Post, 4 februari 1970.
[11] Elektronische collatiegegevens Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis.
[12] NRC Handelsblad, 18 november 1977: twee ingezonden brieven naar aanleiding van ‘De pet van Paul Feyerabend’, met naschriften van Hermans; NRC Handelsblad, 30 december 1977: twee reacties naar aanleiding van ‘De ongeoliede pinda’s van Hugo Claus’; NRC Handelsblad, 13 oktober 1978: vier ingezonden brieven naar aanleiding van ‘Bijzonder aardig; prima, prima’, met een naschrift van Hermans.
[13] Zie daarvoor ook T[1-112]m1 in de tekstgeschiedenis van Boze brieven van Bijkaart.
[14] Het gaat hier om correcties die op de Franse titelpagina vermeld staan onder de kopjes ‘na 29-3 gevonden’ en ‘van Frans 6-4’. De meeste daarvan nam Hermans alsnog op in zijn correctie-exemplaar van de tweede druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud (D2m2, zie aldaar).
[15] Elektronische collatiegegevens Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Het gaat steeds om kleine wijzigingen in spelling en interpunctie. Meest opvallend is de verandering van ‘bons mots’ naar ‘bon-mots’ (in ‘De pet van Paul Feyerabend’), een wijziging die Hermans blijkbaar niet wilde en in zijn correctie-exemplaar van de tweede druk weer ongedaan maakte.
[16] Dit geldt voor herzieningen op de pagina’s 301, 312, 332 en 388 van de tweede druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud.
[17] Leo Ross, ‘W.F. Hermans en “zulke hem te belasten”.’ In: De Revisor, 6 (1979), afl. 3, p. 71-73. Zie hiervoor de Commentaar bij Houten leeuwen en leeuwen van goud in de editie, p. 871-873).


Correcties in auteursexemplaar tweede druk Houten leeuwen en leeuwen van goud

De hieronder gepresenteerde lijst geeft een overzicht van stilistische en inhoudelijke herzieningen in het correctie-exemplaar van de tweede druk van Houten leeuwen en leeuwen van goud. Vanwege de niet-definitieve status van dit materiaal zijn deze herzieningen niet in de editie overgenomen. Correcties van evidente zetfouten, met inbegrip van verbeteringen die Hermans aanbracht in citaten, zijn wel verwerkt in de editie. Zie daarvoor de lijst met editeursingrepen.
Na het paginacijfer en het regelnummer van de tekst van de editie volgt eerst de daarbij horende tekst, gevolgd door de herziene tekst volgens het correctie-exemplaar.

p. 471, r. 4 die eerlang herhaaldelijk die eertijds herhaaldelijk
p. 486, r. 8 gedood door anderen. gedood door andere.
p. 486, r. 11 de anderen in hoofdzaak de overigen in hoofdzaak
p. 509, r. 3 Getuige’, door Getuige’, of door
p. 512, r.12 dat meestal geld kost dat denkers meestal geld kost
p. 560, r. 24-25 Teralfene (West-Vlaanderen), Teralfene (Brabant),
p. 581, r. 14-16 Hoeveel adel is de mens niet ontnomen, sinds zijn soortnaam in het Nederlands niet meer op sch eindigt, omdat er twee letters van werden afgeknipt. Hoeveel adel is de mens ontnomen, sinds zijn soortnaam in het Nederlands niet meer op sch eindigt, want er werden twee letters van afgeknipt.
p. 583, r. 6 ze onderwijzen moeten. ze moeten onderwijzen.
p. 591, r. 8-11 een spoorbaan 1 m 44,5 groot te maken. (Let goed op: 1 m 44,5. Geen 1 m 44,0. Ook geen 1 m 50, of zelfs maar 1 m 45. Nee, nee: 1 m 44,5.) een spoorbaan 1 m 43,5 groot te maken. (Let goed op: 1 m 43,5. Geen 1 m 43,0. Ook geen 1 m 50, of zelfs maar 1 m 40. Nee, nee: 1 m 43,5.)
p. 623, r. 6 dat kunstwerk volbracht dat kunststuk volbracht
p. 670, r. 25 heeft, toe aan het dossier heeft, bij het dossier
p. 671, r. 32-33 in de zestiger jaren in de jaren zestig
p. 672, r. 13 nog is er alle kans nog bestaat er alle kans
p. 711, r. 9 in de gaten dat in de gaten gekregen dat
p. 714, r. 20 vakkenpakketten en eens vakkenpakketten, en eens
p. 714, r. 22-23 bijbrengen en andere bijbrengen, en andere
p. 715, r. 10 (Oldewelt! Presser!) (Hubbeling, Van Peursen, Oldewelt! Presser! Bouman, Delfgaauw)
p. 717, r. 34 geestesoog het aantal duisterlingen, geestesoog de duisterlingen,
p. 722, r. 22 Woordjes uit de krant Woorden uit de krant
p. 726, r. 27 de getekende lintvertelling de getekende strookvertelling
p. 729, r. 14-18 A. Hübner schreef dan ook in 1977 een Bartley refuted, waarin hij het boekje van Bartley de Derde naar het rijk van de onzin verwijst, poging die, tot nader order, een overtuigende indruk maakt. // Ook in de nu uitgegeven Vermischte Bemerkungen is, A. Hübner schreef dan ook in 1977 een Bartley refuted, waarin hij het boekje van Bartley de Derde naar het rijk van de onzin verwees. [Naderhand heeft Hübner deze verwijzing ingetrokken.][1] In de Vermischte Bemerkungen is,
p. 730, r. 20-26 Jood en waarschijnlijk homosexueel (het eerste deelt hij zelf mee, het laatste niet), heeft zijn boek, rijk aan geringschattende, maar salonfähige beschouwingen over joden, negers en vrouwen, geen gunstige reputatie, ondanks alle verbluffende belezenheid en de niet minder verbluffende universele, zij het overmoedige greep van de jeugdige schrijver op de wereldgeschiedenis. Jood en waarschijnlijk homosexueel (het eerste deelt hij zelf mee, het laatste niet), is hij niet zuinig met geringschattende, zij het salonfähige beschouwingen over joden, negers en vrouwen. Hierom waarschijnlijk heeft zijn boek geen gunstige reputatie, ondanks de verbluffende belezenheid van de jeugdige schrijver en zijn niet minder verbluffende, hoewel overmoedige greep op de wereldgeschiedenis.
p. 730, r. 27-29 De opzienbarendste stelling van Geschlecht und Charakter luidde dat de meeste levende wezens niet De stelling van Geschlecht und Charakter die het meeste opzien baarde, luidde dat levende wezens over het algemeen niet
p. 733, r. 10 Helaas, Wittgenstein blijkt nu, Tot mijn verbazing blijkt Wittgenstein nu,
p. 735, r. 5 om later te kunnen herlezen om te kunnen herlezen
p. 735, r. 15 langere en kennelijk door langere en blijkbaar door
p. 737, r. 22 ongevoelig geweest voor Shakespeare ongevoelig geweest voor de drama’s van Shakespeare
p. 746, r. 35 door scrupules gehinderd blijft door scrupules belemmerd blijft
p. 750, r. 13-14 het plan op zich het plan op, zich
p. 754, r. 16 Enkele meters voor [witregel] Enkele meters voor
p. 767, r. 7-8 Zo werd dit de manier waarop een van die Nederlandse romans, die ondanks alles een monument zijn, Zo werd dit de manier waarop een Nederlandse roman, die ondanks alles een monument is,
p. 787, r. 9 klopt, hoor maar.’ klopt als een bus, hoor maar.’
p. 790, r. 8 ’s Werelds loop heeft ’s Werelds loop houdt
p. 798, r. 13 In het jaar 1884 Omstreeks 1884
p. 838, r. 11 [niet in register] Pyrrahboame, J.J. zie Peereboom

[1] De teksthaken zijn hier van WFH


De tekstbezorging van Houten leeuwen en leeuwen van goud

De tekstbezorging bestaat uit vier onderdelen. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. Daarna volgt een overzicht van typografische aanpassingen die specifiek gelden voor Houten leeuwen en leeuwen van goud. De twee andere onderdelen betreffen overzichten van witregels die in de editie samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.

Editeursingrepen

In de uitgave van Houten leeuwen en leeuwen van goud in de Volledige Werken zijn, op grond van het kritisch onderzoek van de basistekst (D2) en de tekstvergelijking van voorafgaande boekdrukken, tijdschriftpublicaties en overige primaire en secundaire documentaire bronnen die relevant zijn voor de tekstgeschiedenis, de hieronder volgende correcties in de basistekst aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer van de boekuitgave wordt eerst de verbeterde lezing vermeld, gevolgd door de oorspronkelijke, foutieve lezing van de basistekst. Indien een of meer voorafgaande versies de juiste lezing hebben wordt daarna via het sigle verwezen naar de meest recente tekstversie met deze lezing.

p. 481, r. 25 ’s-Gravenhage 1977) ’s Gravenhage 1977) T25
p. 493, r. 11 Parijs, febr. 1977 Parijs, febr. 1976 T21
p. 511, r. 10 ‘Godverdomme!’. Het ‘Godverdomme!’ Het
p. 511, r. 35 pas chier”!’ pas chier’!
p. 531, r. 1 uit 1850: Lives uit 1860: Lives T22
p. 531, r. 5 door F. Somner Merryweather door F. Sommer Merryweather T22
p. 554, r. 7 genoeg te weigeren.) genoeg te weigeren)
p. 557, r. 1 zeggen: ‘Dat is fout.’ zeggen: Dat is fout. T5
p. 566, r. 34 hogelijk onrecht hopelijk onrecht D2m2
p. 577, r. 32 in plaats van ‘luxe’ in plaatse van ‘luxe’ T8
p. 592, r.4 o.a. Huiselik (sic) o.a., Huiselik (sic)
p. 592, r. 6-7 Kollewijns huiselik (sic) Kolewijns huiselik (sic) T9
p. 608, r. 29 Zuidnederlands meneer!” ’ Zuidnederlands meneer!’
p. 608, r. 35 beste pedant’. beste pedant’
p. 632, r. 28 al uitgevonden vóór al uitgevonden vóor
p. 645, r. 6 ons nauwelijks méér ons nauwelijk méér
p. 668, r. 8 Binnenlandse Zaken) Binnenlandse zaken) T17
p. 670, r. 27 Mr. De Haas Mr. de Haas T17
p. 701, r. 7 van de plutokraten van de plutokraten. T19
p. 703, r. 28 hp van 3-4-’76. hp van 3-4-76. T19
p. 719, r. 7 bons mots, boutades bon-mots, boutades D2m2
p. 720, r. 16-17 wenselijk),’ meent wenselijk)’ meent
p. 729, r. 18 Vermischte Bemerkungen Vermischte Bermerkungen T32
p. 746, r. 28 was zonder boterham. was zonder boterham, T12
p. 747, r. 11 weer te Sneek.” weer te Sneek.
p. 747, r. 15 moeder is dood.” ’ moeder is dood.’
p. 749, r. 5-6 verschijnt, malgré moi, verschijnt malgré moi, T12
p. 764, r. 12 Verzamelde Opstellen Verzamelde Opstellen, T13
p. 798, r. 15 opstoten midden in opstoten in D2m2
p. 798, r. 23 Verzamelde Opstellen I Verzamelde opstellen I
p. 808, r. 3 op de Riebroekseweg op Riebroekseweg T[34]m3
p. 808, r. 7 e.v. Appelscha Appelsga D2m2
p. 832, r. 15-16 Vorm en Inhoud. Tekststudiën
Vorm en Inhoud, Tekststudiën
p. 833, r. 14-15 Apollinaire, Guillaume
Aretino, Pietro [etc.]
Apollinaire, Guillaume
Apollinaire, Guillaume
Aretino, Pietro [etc.]
p. 835, r. 2 Focquenbroch, W.G. van Focqenbroch, W.G. van D2m2
p. 835, r. 21 Herzberg, Mr. A. Hertzberg, Mr. A. D2m2
p. 837, r. 15 Merryweather, F. Somner Merryweather, F. Sommer T22
p. 838, r. 10 Pugnani Puguani

Typografische aanpassingen

De typografische vormgeving van de basistekst is op de volgende onderdelen aangepast:
a. In de basistekst van Houten leeuwen en leeuwen van goud wijken enkele titels in de inhoudsopgave af van de titel zoals die bovenaan de betreffende bijdragen vermeld wordt. In de tekst van de editie zijn alle titels in de inhoudsopgave geüniformeerd naar de artikeltitel.
b. In de basistekst van Houten leeuwen en leeuwen van goud zijn titels van boeken en periodieken meestal gecursiveerd. De editie volgt dit typografisch patroon, wat incidenteel leidt tot aanpassingen. Enkele duidelijke uitzonderingen op deze regel, zoals het vaak voorkomende gebruik van romein voor niet volledig vermelde titels (‘je Stenen bruidsbed’, ‘Woordenlijst’, ‘Van Dale’ e.d.) of niet-bestaande titels (‘de Verzamelde Werken van Peskens’), worden in de tekst van de editie gerespecteerd.


Witregels

Op de volgende pagina ’s in de uitgave van Houten leeuwen en leeuwen van goud valt het staartwit van de pagina samen met een witregel:

p. 483
p. 511
p. 514
p. 526
p. 530
p. 537
p. 567
p. 568
p. 573
p. 597
p. 603
p. 607
p. 608
p. 629
p. 634
p. 646
p. 683
p. 687
p. 733
p. 746
p. 755
p. 759
p. 763
p. 770
p. 777
p. 804
p. 809
p. 832


Koppeltekens

In de uitgave van Houten leeuwen en leeuwen van goud moeten de afbrekingstekens in de hieronder vermelde woorden als koppelteken (en in een enkel geval als weglatingsteken) gelezen worden:

p. 488, r. 12-13 wel-gelovers
p. 528, r. 16-17 Bananen-notenijs
p. 541, r. 16-17 privé-projector
p. 555, r. 32-33 mede-ondertekenaars
p. 568, r. 19-20 Bourgeois-Gielen
p. 598, r. 9-10 micro-dicteerapparaatjes
p. 600, r. 28-29 niet-gespecialiseerde
p. 625, r. 14-15 Bolle-plannen
p. 626, r. 24-25 leninistisch-marxistische
p. 629, r. 18-19 West-Europa
p. 629, r. 20-21 pseudo-Engels
p. 631, r. 15-16 Engels-Nederlandse
p. 653, r. 20-21 nationaal-socialisme
p. 657, r. 20-21 bloed- en
p. 666, r. 35 / p. 667, r. 1 emigratie-aanvrage
p. 669, r. 14-15 niet-bestaande
p. 669, r. 22-23 negen-en-zestig
p. 669, r. 24-25 drie-en-een-half
p. 685, r. 10-11 Gouverneur-Generaal
p. 712, r. 35 / p. 713, r. 1 West-Europeanen
p. 719, r. 5-6 achttiende-eeuwse
p. 730, r. 19-20 fin-de-siècle
p. 800, r. 15-16 studeer- en
p. 808, r. 17-18 Saint-Seurin
p. 822, r. 13-14 side-line


Naar boven