De laatste resten tropisch Nederland (1969)

tropischenederland

Inleiding

In september 1969 publiceerde Hermans bij De Bezige Bij De laatste resten tropisch Nederland. Een dagboekje en twee met eigen foto’s geïllustreerde bijdragen, die Hermans naar aanleiding van zijn reis naar Suriname en de Nederlandse Antillen, begin 1969, voor het maandblad Avenue schreef, vormden de basis voor dit boek. Gewijzigd, aangevuld met nieuw materiaal en bovendien met andere illustraties werden ze in De laatste resten tropisch Nederland verwerkt. Ongeveer een half jaar na de eerste druk verscheen in maart 1970 een tweede, gewijzigde, druk. De veranderingen die Hermans hierin aanbracht waren niet ingrijpend. Voor de vierde druk (1975) bracht Hermans voor het laatst enkele wijzigingen aan. De in 1993 verschenen zevende druk van De laatste resten tropisch Nederland vormt het uitgangspunt voor de tekst van de editie.

De tekstgeschiedenis van De laatste resten tropisch Nederland biedt een overzicht van alle in het onderzoek gebruikte documentaire primaire bronnen, met bibliografische verwijzingen naar gedrukt materiaal en beschrijvingen van niet-openbaar toegankelijk archiefmateriaal; dit onderdeel bevat bovendien uniek beeldmateriaal uit het archief-Hermans.

De tekstbezorging van De laatste resten tropisch Nederland bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van De laatste resten tropisch Nederland samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


De tekstgeschiedenis van De laatste resten tropisch Nederland

De hieronder gepresenteerde lijst biedt een beknopt overzicht van alle overgeleverde primaire documentaire bronnen van De laatste resten tropisch Nederland die van belang zijn voor de tekstgeschiedenis van de bundel. Deze zogenaamde ‘overlevering’ bestaat per bron uit drie onderdelen: een gecodeerde aanduiding van de bron (het sigle), een korte beschrijving van de bron met een datering en, indien van toepassing, een verwijzing naar de relevante nummers in de primaire Hermans-bibliografieën Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans van Janssen en Van Stek (verder: JS) of Schrijven is verbluffen van Delvigne en Janssen (verder: DJ).[1]
Alle niet-openbaar toegankelijke bronnen krijgen een beknopte documentaire beschrijving die direct vanuit de overlevering aanklikbaar is. De bronbeschrijvingen kunnen ook in chronologische volgorde worden geraadpleegd. Deze beschrijvingen geven via een aantal illustratieve voorbeelden aan hoe Hermans zijn teksten in de loop van een groot aantal jaren herzag en gaan ook in op de rol van derden (uitgevers, redacteuren, typografen, zetters, correctoren en lezers) bij dit voortdurende proces van herzien en verbeteren.[2] Aan de beschrijvingen gaat een korte bibliografische typering vooraf: deze bestaat achtereenvolgens uit het sigle, de beknopte beschrijving van de bron, paginering, datering, een verwijzing naar de plaats van herkomst en een eventuele signatuur. Bij bronnenmateriaal uit het archief-Hermans is een representatieve afbeelding toegevoegd.

[1]Zie voor een meer uitgebreide toelichting bij de Overlevering de Inleiding bij de Tekstgeschiedenis van de roman Conserve (Volledige Werken Deel 1).
[2] Uit het archiefonderzoek voor de tekstconstitutie blijkt dat Hermans incidenteel ook wijzigingen aanbracht in teksten die in een bloemlezing werden opgenomen. Ook die krijgen een aparte bronbeschrijving. Primaire bronnen zonder inhoudelijke correcties, die wel zijn opgenomen in Het bibliografische universum, krijgen geen aparte beschrijving.


Overlevering

verwijst naar een afbeelding afkomstig uit het archief-Hermans

M1 Notitieboekje [Reis Suriname & Antillen] (1969)
M2 Typoscript (fragment in doorslag) van ‘[Reis naar de West (2):] Op de Antillen’ (1969)
M3 Kladtyposcript van De laatste resten tropisch Nederland (1969)
T1 ‘Reis naar de West (1): Suriname’ in Avenue (1969) (DJ 391)
T2 ‘[Reis naar de West (2):] Op de Antillen’ in Avenue (1969) (DJ 392)
D1 Eerste druk van De laatste resten tropisch Nederland (1969) (JS 291)
D1m1 Correctie-exemplaar van de eerste druk van De laatste resten tropisch Nederland (1969)
D2 Tweede druk van De laatste resten tropisch Nederland (1970) (JS 292)
D3 Derde druk van De laatste resten tropisch Nederland (1972) (JS 293)
D3m2 Correctie-exemplaar van de derde druk van De laatste resten tropisch Nederland (1972)
D4 Vierde druk van De laatste resten tropisch Nederland (1975) (JS 294)
D5 Vijfde druk van De laatste resten tropisch Nederland (1978) (JS 295)
D6 Zesde druk van De laatste resten tropisch Nederland (1981) (JS 296)
D7 Zevende druk van De laatste resten tropisch Nederland (1993) (JS 297)

Bronbeschrijvingen van De laatste resten tropisch Nederland

M1
Notitieboekje [Reis Suriname & Antillen]
Omvang: [ [1-68] ]
Januari-februari 1969
Letterkundig Museum
WFH (Dossier) Suriname&Antillen

In het archief-Hermans is een notitieboekje bewaard gebleven waarin Hermans gedurende zijn bezoek aan Suriname en de Nederlandse Antillen, begin 1969, aantekeningen maakte. De notities in het als dagboek opgezette boekje lopen van 9 januari 1969 tot en met 13 februari 1969 en beslaan Hermans’ hele reis.
Het boekje, dat wordt bewaard in het dossier ‘Suriname & Antillen’, is ongeveer 9 bij 14 centimeter groot en heeft een oranje kaftje met een zwart linnen ruggetje. Van de circa tweehonderd pagina’s die het boekje telt is bij benadering een derde deel beschreven. Voorin beschreef Hermans eenenzestig pagina’s en achterin nog eens drie. De tussenliggende pagina’s zijn op één na allemaal leeg, op die ene pagina oefende Hermans enkele keren zijn handtekening.
Een deel van de aantekeningen in het notitieboekje is verwerkt in twee stukken die Hermans voor het maandblad Avenue schreef. Een groter deel verwerkte Hermans later in De laatste resten tropisch Nederland, dat nagenoeg met het boekje parallel loopt. De afspraak voor in elk geval één geïllustreerd artikel werd een dag voor Hermans’ vertrek per telegram door het maandblad bevestigd.[1]
Het notitieboekje bevat een beknopte weergave van de bezigheden van dag tot dag, aangevuld met losse observaties. De eerste korte aantekening luidt: ‘Naar Schiphol gebracht door Men. De Groote, die gisteren nog 39 had en vanochtend 38.2’. Deze werd gevolgd door aantekeningen over vertragingen die zich tijdens de autorit voordeden en een notitie over de aanschaf van ‘kleurenfilms, 4 sloffen sigaretten, parfum en eau de cologne’ op het vliegveld. De notitie over de aankopen is, net als veel gelijksoortige aantekeningen, niet in de tijdschriftpublicaties en het boek terecht gekomen. De autorit naar Schiphol wordt hier wel in verhaald, maar is veranderd in een dollemansrit. Bovendien heet De Groote in het boek en in het stuk ‘Reis naar de West (1): Suriname’ De Kleine en is zijn koorts van 38.2 gestegen naar ‘41 twee’. Dergelijke wijzigingen zijn exemplarisch voor hoe Hermans zijn aantekeningen verwerkte in de artikelen voor Avenue en de boekpublicatie.
Op een los briefje dat in het notitieboekje zit staat de ‘Original toast’ die bij de verwelkoming van Hermans op Sint Eustatius werd uitgesproken en uitgedeeld en die Hermans in het stuk ‘Op de Antillen’ en in De laatste resten tropisch Nederland citeert.[2]

_DSC0006K
© foto Rob Mostert
[Terug naar overlevering]


M2
Typoscript (fragment in doorslag) van ‘[Reis naar de West (2):] Op de Antillen’
Omvang: [ [1] ]
Mei-juni 1969
Letterkundig Museum
WFH (Correspondentie) Avenue

Bij de correspondentie met Avenue is een doorslag van een getypt fragment gevoegd dat als aanvulling op Hermans’ reisstukken moest dienen. Het fragment werd onder het kopje ‘Na de brand’ nagenoeg ongewijzigd afgedrukt bij het tweede en laatste artikel: ‘Op de Antillen’. Blijkens een doorslag van de brief[3] bij dit fragment had Avenue-redacteur Hendrik van Teylingen telefonisch om dit aanvullende stuk verzocht. Hermans nam dezelfde tekst later in licht gewijzigde vorm op in het laatste hoofdstuk van De laatste resten tropisch Nederland.

_DSC0024
© foto Rob Mostert
[Terug naar overlevering]


M3
Kladtyposcript van De laatste resten tropisch Nederland
Omvang: [ [1-101] ]
1969
Letterkundig Museum
WFH (Manuscripten) De laatste resten tropisch Nederland

In een roze map met het opschrift ‘De laatste resten tropisch Nederland’ bevindt zich in archief-Hermans een 101 pagina’s tellend ongedateerd kladtyposcript. Het typoscript bestaat ruwweg uit twee delen, die verschillende stadia van de tekst van de boekuitgave vertegenwoordigen.
Iets minder dan de helft van het typoscript oogt door de vele aantekeningen in blauwe en groene inkt vrij rommelig. Dit eerste deel is met ten minste twee verschillende schrijfmachines geproduceerd, een enkele keer heeft Hermans op één vel zelfs twee machines gebruikt. Deze eigenaardigheid kan worden verklaard door het feit dat Hermans in het voorjaar van 1969 te kampen had met een slechtwerkende (elektrische) schrijfmachine. In een brief aan Geert Lubberhuizen schreef Hermans: ‘onder de geschetste niet elektrische omstandigheid is het twijfelachtig of ik het tropische boek al op 1 juni kan inleveren.’[4]
Het eerste deel van het kladtyposcript vertegenwoordigt een vroegere versie van De laatste resten tropisch Nederland dan het tweede. In het eerste deel is Hermans, blijkens de grote wijzigingen, nog erg bezig met het construeren van zijn boek. Op een ongenummerd vel typt Hermans, na een passage over Bonaire die met een andere schrijfmachine is geschreven: ‘ATTENTIE! / Nog een stukje over Ocalia en over Nepomouceno. / Misschien iets over het Curaçaos museum. / Dan is het boek wel zowat klaar.’ Het kladtyposcript laat een boek in wording zien.
Tussen het eerste deel van het kladtyposcript zit een doorslag van wat later de inhoudsopgave van het boek zou worden. De inhoudsopgave wijkt licht af van de uiteindelijke boekuitgave: het hoofdstuk ‘Sint Maarten’ ontbreekt en de volgorde van de hoofdstukken verschilt.
In dit deel van het typoscript is goed te zien dat Hermans zelf aan zijn schrijfmachines sleutelde. Hermans typt in het eerste deel een aantal keer testzinnetjes als: ‘the quick brown fox jumps over the lazy dog’.[5] Ook uit andere vellen blijkt dat de machine op het moment van schrijven voor Hermans een punt van zorg is: ‘Och het is een heel redelijk schriftbeeld, dat deze machine levert. / Veel is er feitelijk niet op aan te merken. […] We mogen heel beslist niet klagen. Ook al doet de tabulator het niet of nauwelijks, en wil de wagentoets ook wel eens weigeren.’ Een aantal vellen later lijkt het een stuk beter te gaan: ‘Hedenavond, zaterdag­avond 30 mei 1969, is de machine zo perfect als het kan. Zelfs de tabulator werkt weer […]’.
Het tweede deel van het kladtyposcript, iets meer dan de helft van het geheel, bestaat uit genummerde en ongenummerde doorslagen. Dit deel begint met een aantal vellen die zijn voorzien van een nummering van 1 tot en met 33 en beslaat het complete begin van De laatste resten tropisch Nederland, ingedeeld in hoofdstukken,[6] tot halverwege het vijfde hoofdstuk. De tekst op de zes pagina’s die hierop volgt, komt overeen met de tekst van hoofdstuk zes. Deze pagina’s, die zijn voorzien van de letters a tot en met f, komen alle zes tweemaal voor in het typoscript en zijn door Hermans van vrijwel identieke handschriftelijke aantekeningen voorzien.
Na acht ongenummerde vellen volgen drie genummerde pagina’s, voorzien van de nummers 34 tot en met 36, waarvan de tekst later in hoofdstuk negen opgenomen is. Het allerlaatste vel is een ongenummerde doorslag van een fragment dat in hoofdstuk tien terecht kwam. Dit tweede deel van het kladtyposcript staat veel dichter bij de uiteindelijke gepubliceerde tekst dan het eerste deel. De aantekeningen, die Hermans in verschillende kleuren inkt maakte, zijn minder talrijk.

_DSC0008K
© foto Rob Mostert
[Terug naar overlevering]


D1m1
Correctie-exemplaar van de eerste druk van De laatste resten Tropisch Nederland
Omvang: 200 pagina’s
1969
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/De laatste resten tropisch Nederland [1]

In Hermans’ archiefexemplaar van de eerste druk van De laatste resten tropisch Nederland staan op de Franse titelpagina achttien paginanummers die verwijzen naar pagina’s met aantekeningen. De meeste wijzigingen zijn niet ingrijpend. Een aantal keer betreft het enkel een omcirkeling van een oneffenheid in de druk, soms een inhoudelijke verandering of een wijziging in de interpunctie en een paar maal een verbetering van een zetfout (Hermans verbeterde ‘chaffeur’ in ‘chauffeur’). Hermans wijzigde ‘De Young Aquarium’ in ‘Stenhart Aquarium’ en ‘Algemene zaken’ moest op drie plaatsen in ‘Binnenlandse zaken’ worden veranderd. Alle wijzigingen in dit correctie-exemplaar werden doorgevoerd in de tweede druk van De laatste resten tropisch Nederland, die in maart 1970 verscheen.

_DSC0009K
© foto Rob Mostert
[Terug naar overlevering]


D3m2
Correctie-exemplaar van de derde druk van De laatste resten Tropisch Nederland
Omvang: 200 pagina’s
1972
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met aantekeningen/De laatste resten tropisch Nederland [2]

In het archief-Hermans is een correctie-exemplaar van de derde druk bewaard, waarin Hermans slechts enkele wijzigingen aanbracht. De meest in het oog springende verandering is de toevoeging van een aantekening over Frank Martinus Arion uit 1975.[7] De aantekening werd door Hermans op een los blaadje getypt, met hieronder een opsomming van vijf paginanummers die verwijzen naar de pagina’s die zouden moeten worden aangepast. Op de betreffende pagina’s in dit correctie-exemplaar zijn, evenals in de rest van het boek, geen aantekeningen van Hermans te vinden.
Vergelijking met eerdere drukken wijst uit dat twee van de vijf paginaverwijzingen te maken hebben met de aan de nieuwe druk aan te passen titelpagina en het colofon op de pagina erna. Eén paginaverwijzing heeft te maken met de invoeging van de aantekening over Arion en de overige twee verwijzingen hebben te maken met twee kleine aanpassingen van taalkundige aard.
Naast de aantekening over Arion bewaarde Hermans in dit correctie-exemplaar een exemplaar van een mulo-examen uit 1970 waarin een stuk uit De laatste resten tropisch Nederland werd gebruikt, en een artikel van Martin Deelen uit De Telegraaf. [8]

_DSC0010K
© foto Rob Mostert
[Terug naar overlevering]


[1]Zie hiervoor de Commentaar in Willem Frederik Hermans, Volledige Werken, deel 11. Amsterdam 2008, p. 885.
[2]Zie voor de ‘Original Toast’ ibid., p. 450-451.
[3]Hermans aan Avenue, 5 juni 1969, doorslag in archief-Hermans.
[4]Hermans aan Lubberhuizen, 27 mei 1969, doorslag in archief-Hermans. Gepubliceerd in: Hans Renders (red.), Ik heb er slechts één nul af gedaan. Brieven van en aan Geert Lubberhuizen. Am­sterdam 2004, p. 163-164.
[5]‘the quick brown fox jumps over the lazy dog’ is een zin die alle letters van het alfabet bevat. Hermans gebruikte onder andere deze zin om de letters van zijn schrijfmachines mee te testen.
[6]De hoofdstuktitels ontbreken nog in dit kladtyposcript.
[7]Zie voor de aantekening over Arion de editie, p. 406. De tekst in de Volledige Werken verschilt licht van de aantekening op het losse blaadje. Het meest opvallende verschil is dat Hermans op het blaadje ‘geloochenstraft’ schreef, terwijl in het boek ‘gelogenstraft’ staat.
[8]Martin Deelen, ‘Afgrijselijke misstanden in uithoek van ons koninkrijk’. In: De Telegraaf, 15 augustus 1970.


De tekstbezorging van De laatste resten tropisch Nederland

De tekstbezorging bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van De laatste resten tropisch Nederland samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.

Editeursingrepen

In de uitgave van De laatste resten tropisch Nederland in de Volledige Werken zijn, op grond van het kritisch onderzoek van de basistekst (D7) en de tekstvergelijking van voorafgaande boekdrukken, tijdschriftpublicaties en overige primaire en secundaire documentaire bronnen die relevant zijn voor de tekstgeschiedenis, de hieronder volgende correcties in de basistekst aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer van de boekuitgave wordt eerst de verbeterde lezing vermeld, gevolgd door de oorspronkelijke, foutieve lezing van de basistekst. Indien een of meer voorafgaande versies de juiste lezing hebben wordt daarna via het sigle verwezen naar de meest recente tekstversie met deze lezing.

p. 281, r. 7 het Cultureel Centrum de Cultureel Centrum T1
p. 312, r. 12 van de vijftiger jaren van vijftiger jaren
p. 312, r. 30 waterhyacinten waterhyancinten
p. 348, r. 13 weer aan te passen.’ weer aan te passen.
p. 389, r. 4 Antillianen Antilianen
p. 397, r. 12 G.E. Rosario’ G.E. Rosario
p. 435, r. 5 betaalt voor je?’ betaalt voor je?’.

Witregels

Op de volgende pagina’s in de uitgave van De laatste resten tropisch Nederland valt het staartwit van de pagina samen met een witregel:

p. 298
p. 301
p. 304
p. 349
p. 396
p. 436


Koppeltekens

In de uitgave van De laatste resten tropisch Nederland moet het afbrekingsteken in het hieronder vermelde woord als koppelteken gelezen worden:

p. 299, r. 21-22 whisky-soda
p. 303, r. 5-6 koe-artje
p. 337, r. 15-16 niet-Surinamers
p. 354, r. 4-5 Tamara-eiland
p. 360, r. 14-15 rood-wit-blauw
p. 377, r. 17-18 olie-industrie
p. 378, r. 11-12 oud-hollandse
p. 390, r. 15-16 ex-politieagent
p. 399, r. 8-9 half-joodse
p. 401, r. 20-21 weg-met-onzer
p. 402, r. 32-33 gaarne-in-het­openbaar-spreker
p. 421, r. 4-5 hang-out
p. 422, r. 14-15 Goeree-Overflakkee
p. 425, r. 2-3 Jong-Bonaire
p. 425, r. 19-20 Jong-Bonaire
p. 425, r. 27-28 Jong-Bonaire
p. 453, r. 9-10 Noord-Amerikanen


Naar boven