Au pair (1989)

vwaupair

Inleiding

Vanaf augustus 1983 werkte Hermans gedurende zes jaar, maar vaak met langere onderbrekingen, aan zijn grote roman Au pair (1989). De eerste druk van Au pair verscheen begin september 1989, in een oplage van 40.000 exemplaren. Een maand later volgde een eerste herdruk, waarna de derde en vierde druk werden uitgegeven in november 1989 en januari 1990. Ook in de jaren daarna verschenen nog enkele herdrukken. De achtste druk van Au pair uit 1993, de laatste druk die tijdens Hermans’ leven bij De Bezige Bij verscheen, vormt het uitgangspunt voor de tekst van de editie.

De tekstgeschiedenis van Au pair biedt een overzicht van alle in het onderzoek gebruikte documentaire primaire bronnen, met bibliografische verwijzingen naar gedrukt materiaal en beschrijvingen van niet-openbaar toegankelijk archiefmateriaal; dit onderdeel bevat bovendien uniek beeldmateriaal uit het archief-Hermans.

De tekstbezorging van Au pair bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Au pair samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


De tekstgeschiedenis van Au pair

De hieronder gepresenteerde lijst biedt een beknopt overzicht van alle overgeleverde primaire documentaire bronnen van Au pair die van belang zijn voor de tekstgeschiedenis van de roman. Deze zogenaamde ‘overlevering’ bestaat per bron uit drie onderdelen: een gecodeerde aanduiding van de bron (het sigle), een korte beschrijving van de bron met een datering en, indien van toepassing, een verwijzing naar de relevante nummers in de primaire Hermans-bibliografieën Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans van Janssen en Van Stek (verder: JS) of Schrijven is verbluffen van Delvigne en Janssen (verder: DJ).[1] Alle niet openbaar toegankelijke bronnen krijgen een beknopte documentaire beschrijving die direct vanuit de overlevering aanklikbaar is. De bronbeschrijvingen kunnen ook in chronologische volgorde worden geraadpleegd. Deze beschrijvingen geven via een aantal illustratieve voorbeelden aan hoe Hermans zijn teksten in de loop van een groot aantal jaren herzag en gaan ook in op de rol van derden (uitgevers, redacteuren, typografen, zetters, correctoren en lezers) bij dit voortdurende proces van herzien en verbeteren.[2] Aan de beschrijvingen gaat een korte bibliografische typering vooraf: deze bestaat achtereenvolgens uit het sigle, de beknopte beschrijving van de bron, omvang, datering, een verwijzing naar de plaats van herkomst en een eventuele signatuur. Bij bronnenmateriaal uit het archief-Hermans is een afbeelding toegevoegd.

[1] Zie voor een meer uitgebreide toelichting bij de Overlevering de Inleiding bij de Tekstgeschiedenis van de roman Conserve (Volledige Werken Deel 1).
[2] Uit het archiefonderzoek voor de tekstconstitutie blijkt dat Hermans incidenteel ook wijzigingen aanbracht in teksten die in een bloemlezing werden opgenomen. Ook die krijgen een aparte bronbeschrijving. Primaire bronnen zonder inhoudelijke correcties, die wel zijn opgenomen in Het bibliografische universum, krijgen geen aparte beschrijving.


Overlevering

verwijst naar een afbeelding afkomstig uit het archief-Hermans/collectie Frans A. Janssen

T1 ‘Au Pair’ in NRC Handelsblad (1984) (DJ 883)
M1 Typoscript van ‘Bij de notaris’ (1986)
T2 ‘Bij de notaris’ in Elegance (1987) (DJ 921)
T3 ‘Au Pair’ in NRC Handelsblad (1989) (DJ 959)
M2 Typoscript van Au pair
P1 Drukproef voor de eerste druk van Au pair
D1 Eerste druk van Au pair (1989) (JS 399)
D1m1 Correctie-exemplaar van de eerste druk van Au pair (1989)
D2 Tweede druk van Au pair (1989) (JS 400)
D2m2 Correctie-exemplaar van de tweede druk van Au pair (1989)
D3 Derde druk van Au pair (1989) (JS 401)
D3m3 Correctie-exemplaar van de derde druk van Au pair (1989)
D4 Vierde druk van Au pair (1990) (JS 402)
D5 Vijfde druk van Au pair (1990) (JS 403)
D6 Zesde druk van Au pair (1990) (JS 404)
D7 Zevende druk van Au pair (1992) (JS 405)
D8 Achtste druk van Au pair (1993) (JS 406)

Bronbeschrijvingen van Au pair

M1
Typoscript (kopij) van ‘Bij de notaris’
Omvang: 3 bladen
Oktober 1986
Letterkundig Museum
WFH (Correspondentie) Elegance

In Hermans’ correspondentie met de redactie van het tijdschrift Elegance bevindt zich een doorslag van het nettyposcript ‘Bij de notaris’. Nadat Hermans eerder in 1986 al een fotoreportage voor het tijdschrift had gemaakt,[1] polste hoofdredacteur Rupert van Woerkom Hermans om een ‘verhaal van 1500 woorden’ voor de rubriek ‘De Literaire Affaire’ te schrijven.[2] Eind september antwoordde Hermans daarover na te denken, en een kleine maand later stuurde hij ‘een mooi stukje proza, dat u […] kunt plaatsen in Elégance’; de voor zijn eigen archief bestemde doorslag van het typoscript voorzag hij van een stempel met verzenddatum.[3]
Dit nettyposcript ‘Bij de notaris’, met slechts enkele correcties in handschrift, is een sterk ingekort fragment van de passage die uiteindelijk als onderdeel van hoofdstuk 57 in Au pair terechtkwam. Het fragment beschrijft het bezoek van Paulina en Edouard aan notaris Corde en was in de zomer van 1986 een van de meest recent geschreven stukken van de roman in wording.[4] Voor de bijdrage aan Elegance maakte Hermans waarschijnlijk een compilatie van dit notarisbezoek, waaruit hij enkele grote fragmenten wegliet: in de tijdschriftpublicatie ontbreken onder andere de dialoog tussen Edouard en Paulina over de advocatenpraktijk en de uitweidingen over de familie de Lune en de erfenis van de koffer van de familie Crémieux,[5] waardoor de bespiegelingen van Corde over de Hollandse achtergrond van Paulina in ‘Bij de notaris’ centraal komen te staan.
Kort na voltooiing van het fragment staakte Hermans voor meer dan anderhalf jaar het werk aan Au pair.[6]

AP_M1_notaris
© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]


M2
Typoscript (kopij) van Au pair
Omvang: 278 bladen
Mei 1989
Archief De Bezige Bij

Nadat Hermans Au pair in het najaar van 1988 in klad had voltooid, duurde het nog maanden voor de netversie van de roman gereed was. Uiteindelijk kwam directeur Dolf Hamming van de Bezige Bij op 5 mei 1989 naar Parijs om de definitieve versie van Au pair op te halen.[7] Daarna ging het typoscript met door Hermans ‘van 1-258 genummerde bladen’ direct naar de redactie van de uitgeverij, waar op 9 mei de totale omvang – inclusief de door Hermans via een alternatieve nummering ingevoegde pagina’s – werd vastgesteld op 278 bladen.[8]
Dit overgeleverde nettyposcript van Au pair bevindt zich in het archief van uitgeverij De Bezige Bij.[9] Met uitzondering van de vijfde tot en met tiende pagina, die bestaan uit groen papier en waarschijnlijk al uit 1984 stammen,[10] is het hele typoscript getikt op wit papier. Het bevat talrijke aanvullingen en herzieningen van Hermans en van de corrector van De Bezige Bij, Gerry Bruil.[11] Op verschillende plaatsen op de kopij voegde Hermans bovendien – door middel van opgeplakte stukjes typoscript – nieuwe passages of netversies van herziene fragmenten toe. Enkele datumvermeldingen, steeds aangebracht in de linker marge van het typoscript, maken het zeer geleidelijke ontstaansproces van de roman duidelijk: de dateringen beslaan, na de eerste vermelding ‘In klad begonnen 27 aug. 1983’ verschillende momenten uit de jaren 1984, 1985, 1986 en 1988.[12]
Hermans werkte gedurende enkele maanden nog intensief aan het voltooien van Au pair: wijzigingen zijn al direct op de eerste pagina’s van het typoscript te vinden. Dat opent aanvankelijk met de zin ‘Paulina besloot al voor ze naar de hoogste klas overging, dat zij Frans en Kunstgeschiedenis wilde gaan studeren in Parijs.’ Via opgeplakt typoscript voegde Hermans hier vier alinea’s toe die in de roman aan deze zin voorafgaan.[13] Ook bij het fragment ‘Haar Dianafiguur, haar benen, […] enigszins afstonden’, in het vierde hoofdstuk van de roman,[14] gaat het om een latere aanvulling en gedeeltelijke herziening van de eerste laag van het nettyposcript. In deze late fase bracht Hermans nog veel wijzigingen aan in de hoofdstukindeling.[15] Daarnaast schreef hij op tussengevoegde bladen een groot aantal nieuwe fragmenten, met aanpassing van de oorspronkelijke nummering via subnummering in cijfer-lettercombinaties.
Een eerste voorbeeld van een dergelijke inlas is het tweede deel van hoofdstuk 21 van de roman, dat Paulina’s binnenkomen in het huis van de familie De Lune beschrijft.[16] Daarna volgen gaandeweg steeds meer aanvullingen: voorbeelden van kleinere toevoegingen zijn beschrijvingen van het diner van Paulina en Michel in Le Mange-Tout (in de roman het eerste deel van hoofdstuk 36) en de daaropvolgende droom van Paulina (eerste alinea’s van hoofdstuk 38).[17] Hoofdstuk 50 van Au pair, dat verslag doet van Paulina’s bezoek aan generaal De Lune waarbij de erfeniskwestie en het dilemma van Kant uiteengezet worden, werd in het nettyposcript aanzienlijk uitgebreid.[18] Ook hoofdstuk 71 – met daarin de uiteenzetting over de tekst ‘abstulit qui dedit’ op het wimpeltje in de bek van de roofvogel – is in zijn geheel nieuw toegevoegd.[19] Veel herzieningen en toevoegingen komen ook voor in de hoofdstukken 79 tot en met 81: hier gaat het onder andere om het verslag van de bootreis van Paulina en Michel naar Engeland en beschrijvingen van de hotelkamer in ‘The Dorchester’, wijzigingen die Hermans op zijn vroegst eind oktober in het typoscript heeft verwerkt, nadat hij een bezoek had gebracht aan datzelfde hotel met het expliciete doel zich voor de roman te documenteren.[20]
De meest omvangrijke omwerkingen vonden plaats in de laatste hoofdstukken van het typoscript. Na blad 249 voegde Hermans de extra bladen 249a tot en met 249h in, en herschreef hij het grootste deel van de typoscriptbladen 250 en 251. Deze aaneengesloten herziening omvat, beginnend bij de laatste zin van hoofdstuk 88 van de romantekst, ruim zes hoofdstukken. Daarin beschrijft Hermans achtereenvolgens Paulina’s hernieuwde ontmoeting met Ada Langmuur en hun gesprek over de Duitse au pair in een huis met doorzichtige spiegels, Paulina’s confrontatie met een op seks beluste psychiater/socioloog in het vliegtuig naar Parijs, haar terugkeer naar het hotelletje in de rue de Seine waar ze een dag later de begrafenis van generaal De Lune op tv bekijkt, en haar verhuizing naar de kleine kamer aan de rue Servandoni tot het moment waarop ze opnieuw Armand ontmoet. Gedeeltelijk betreft het hier mogelijk omwerkingen van al bestaande passages, maar enkele scènes voegde Hermans pas op dit moment toe, waaronder die van de begrafenis van de generaal.[21]

AP_M2_H71_72
© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]


P1
Drukproef voor de eerste druk van Au pair
Omvang: 207 bladen
Juni 1989
Archief De Bezige Bij

Van Au pair is een complete gecorrigeerde eerste drukproef overgeleverd. Het betreft een handgenummerde kopie op A4-formaat, met datumstempels 13 juni 1989.[22] Hermans ontving de proef in delen,[23] en corrigeerde de proef binnen enkele dagen.[24] Daarbij bracht hij circa honderdvijftig kleinere correcties en wijzigingen aan.[25]
Een ander, groter deel van de herzieningen op de proef kwam voort uit reacties van Hermans op wijzigingsvoorstellen van de corrector. In een aantal gevallen paste Hermans de tekst aan waar deze volgens zijn redacteur onduidelijk was. Daarnaast nam hij op de proef voorstellen voor extra alineaovergangen en witregels over, ging hij af en toe in op stilistische opmerkingen en verving hij een aantal Franse woorden in de tekst, waaronder ‘minuterie’ dat hij veranderde in ‘lichtautomaat’.[26] Ook een minder courante benaming als ‘melkdoos’ paste Hermans aan naar ‘pak melk’.[27] Daarnaast ging Hermans akkoord met enkele door de corrector aangebrachte correcties bij leeftijdsaanduidingen van de schilder Constantin Guys.[28]
Lang niet altijd stemde Hermans in met de voorstellen. Enkele op de proef al aangebrachte spellingcorrecties werden door hem expliciet afgewezen. Een opmerkelijk voorbeeld daarvan is te vinden in de zin ‘Ze liep naar het raam, schoof het verflenste gordijn zo ver mogelijk opzij en trok het raam open.’, waarbij de corrector expliciet had aangegeven: ‘verflenst door mij veranderd in verfletst. Verflensen alleen van bloemen’. Hermans reageerde in de marge: ‘Ik breid het tot gordijnen uit. w’, streepte de voorafgaande toelichting door en maakte de correctie ongedaan.[29] Hij toonde zich vaker vastberaden: een vraag van de corrector naar de gewenste schrijfwijze van ‘getatoeëerd’, met ‘oe of ou’, beantwoordde hij met ‘tatou, al is het geen toegelaten spelling’, ‘accoord’ moest ‘accoord’ blijven en niet aangepast worden tot ‘akkoord’; het door de corrector gewijzigde ‘clientèle’ veranderde Hermans terug naar ‘cliëntèle’, met als toelichting: ‘mag niet van het groene boekje, maar ik doe het toch’.[30]
In een fors aantal stilistische correcties kon Hermans zich niet vinden. De volgens de redacteur merkwaardige formulering met het herhaalde ‘plaats’ in ‘Op het dak lag een surfplank. Mevrouw Pauchard was al op de plaats naast de plaats van de bestuurder gaan zitten’ moest blijven staan. Ook hield hij vast aan het gebruik van ‘aan’ (in plaats van ‘om’) in zinnen als ‘Ze had haar horloge aan gehouden, maar als ze erop wilde kijken zou ze moeten opstaan om licht te maken.’ en ‘Hij droeg een donkerblauw pak met vest en had een smal, rechthoekig gouden horloge aan zijn linkerpols’. Bij de van een vraagteken voorziene zin ‘Uw hoofd doet mij pijn’ repliceerde Hermans in de marge: ‘is jiddisch’. [31] Hermans’ eigenzinnigheid blijkt ook uit zijn woordkeuze. Het woord ‘kortegolfoven’ moet gehandhaafd blijven, ondanks het redactionele wijzigingsvoorstel ‘magnetron (desnoods microgolfoven) Dit soort dingen leidt alleen maar af.’[32] Wel past hij met de wijziging van ‘laat ons zien’ in ‘even kijken’ op voorspraak van de redacteur (‘(te Frans: voyons)… eens even kijken …’) een enkel gallicisme aan, maar op dezelfde pagina van de proef houdt Hermans vast aan het Franse ‘frigidaire’: na onderstreping van het woord ‘muurkast’ in de voorafgaande zin noteert hij bij het voorgestelde ‘ijskast, koelkast’ in de marge ‘kan niet: kast, kast, kast’.[33] Stellig is hij eveneens in het handhaven van ‘Rijkworders’, door Bruil van een vraagteken voorzien met ‘zakkenvullers’ als voorgesteld alternatief. Hermans haalt dat door en licht toe: ‘rijkworder woord uitgevonden door Multatuli’.[34]
Verspreid over de proef zijn er veel voorbeelden te vinden van de voortdurende dialoog tussen auteur en redacteur. Vaak komen vermeende fouten of slordigheden ter sprake.[35] Waar de redacteur bijvoorbeeld vindt dat Paulina en Michel elkaar wel ‘erg vlotjes’ tutoyeren, antwoordt Hermans: ‘’t Zijn een soort artiesten, moet je denken’. Een opmerking van de redacteur over de beschreven kamerindeling in het Dorchester-hotel ‘(In een hotel van allure zul je niet gauw een tweepersoonsbed aantreffen)’ wordt door Hermans gepareerd met: ‘Dat heeft die ouwe viezerik natuurlijk met opzet besteld, engeltje!’.[36] Ook doublures[37] en inconsequenties[38] komen op de proef aan de orde, maar Hermans streept de opmerkingen hierover in de marge door en laat de tekst ongewijzigd. Dat is eveneens het geval bij een redacteursvoorstel om de inhoud van Paulina’s koffer waarmee zij naar Luxemburg en Engeland reist aan te passen zodat die koffer ook de kleren bevat die Paulina in Londen zal dragen.[39]
Bij de proefcorrectie beperkte Hermans zich niet tot het redactioneel corrigeren van de roman, hij bracht er ook nog een twintigtal wijzigingen in aan. Meestal betreft het hier de toevoeging van een zinsdeel of een enkele zin. Nieuw ingevoegd op de proef is bijvoorbeeld de tekst ‘“En ziet u die muren, daar aan de overkant?”, vroeg hij, “dat zijn onze beroemde vestingwerken, in de zeventiende eeuw gebouwd door Vauban” ’. De toegevoegde tekst maakt het gebruik van precies die gegevens door Paulina op de ansichtkaart aan haar ouders die ze kort daarna vanuit Luxemburg schrijft aannemelijker.[40] Grotere inhoudelijke aanvullingen zijn er in het 93e en 94e hoofdstuk van de roman. De eerste inlas, door Hermans uitgetypt op briefpapier van hotel ‘The Dorchester’ dat aan de proef is vastgelijmd, geeft in zes alinea’s een uitgebreide beschrijving van de begrafenis van generaal de Lune.[41] Hoofdstuk 94 heeft een vergelijkbare inlas, dit keer op briefpapier van het Madrileense Palace Hotel, die de ‘methode Coué’ als onderwerp heeft.[42]
Nadat Hermans de proef had geretourneerd, nam Gerry Bruil deze opnieuw in zijn geheel door en markeerde alle gecontroleerde pagina’s links- en rechtsboven in de marge met groene inkt. Pagina’s met tekstplaatsen waar nog onduidelijkheden over bestonden, kregen een kruisje in potlood; de laatste onduidelijkheden (vooral correctievoorstellen en opmerkingen van de corrector die Hermans bij zijn correctie over het hoofd had gezien of genegeerd had) werden daarna telefonisch doorgenomen, waarbij het restant van de correcties in potlood werd genoteerd.[43]


AP_P1_14_gordijnen

© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]


D1m1
Correctie-exemplaar van de eerste druk van Au pair
Omvang: 416 pagina’s
September 1989
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Au Pair [1]

De eerste druk van Au pair verscheen op 5 september 1989, maar een paar dagen eerder ontving Hermans van de uitgeverij al een presentexemplaar van de roman: het exemplaar van de eerste druk in het archief-Hermans heeft een datumstempel van 1 september 1989. Het boek bevat slechts één correctie, namelijk de wijziging van Goya’s ‘Naakte Maya’ naar ‘Naakte Maja’. Hermans meldde deze wijziging ook aan Rob Delvigne: ‘Hoe meer mensen zeggen dat ze het boek mooi vinden, des te mooier vind ìk het ook. Het is gemakkelijker stand te houden tegen gescheld dan niet te genieten van lof. Trouwens, in de tweede druk hoeft maar één werkelijk ernstige verschrijving te worden verbeterd, fout door geen enkele criticus opgemerkt, hoe sommigen hun best ook hebben gedaan een spijker op laag water te vinden: op blz. 374 moet “Maya” zijn Maja (spr. uit Maga).’ In diezelfde brief gaf hij ook aan waarom hij de geboortedatum van Constantin Guys (1802 in plaats van het in de roman gehanteerde jaartal 1805) niet wilde wijzigen: ‘Paulina leest dat jaartal op een schilderijlijstje en in de Nouveau Larousse Illustré (uitgave circa 1900). In die Larousse staat 1805 en citaten vervalsen doe ik natuurlijk niet, aangezien ik Stuiveling niet ben en in een roman ga ik geen noten plaatsen. Hoe het foute jaartal op dat schilderijlijstje kwam, laat ik in het midden.’ [44]

AP_D1m1_frpag

© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]


D2m2
Correctie-exemplaar van de tweede druk van Au pair
Omvang: 416 pagina’s
Oktober 1989
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Au Pair [2]

Nog in dezelfde maand september waarin ook de eerste druk was uitgekomen, verscheen de tweede druk van Au pair. Volgens een ontvangststempel op de Franse pagina van het exemplaar in het archief-Hermans ontving Hermans deze tweede druk op 19 oktober 1989. Kort na het verschijnen van deze tweede druk was Hermans door de Eindhovense jurist C.G.J. Piron, die eerder met hem correspondeerde over Een heilige van de horlogerie, op een paar fouten gewezen: Piron stelde enkele notariële kwesties aan de orde, meldde een veronderstelde fout in een door Hermans gebruikt citaat van Kant en wees ook nog op enkele zetfouten.[45] Alleen de zetfouten (‘Pachard’ in plaats van ‘Pauchard’ en ‘afstand te schepen’ in plaats van ‘afstand te scheppen’) verbeterde Hermans in zijn correctie-exemplaar van de tweede druk. De derde druk van Au pair, waarin per abuis maar één van die zetfouten werd gecorrigeerd, verscheen vervolgens in november 1989.[46]

AP_D2m2_frpag

© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]


D3m3
Correctie-exemplaar van de derde druk van Au pair
Omvang: 416 pagina’s
December 1989
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Au Pair [3]

Een archiefexemplaar van de derde druk van de roman ontving Hermans blijkens het datumstempel op de Franse pagina op 12 december 1989. Ook dit exemplaar bevat twee correcties. Naar aanleiding van een lezersbrief bracht Hermans een minieme wijziging aan.[47] Elders in de roman specificeerde Hermans de locatie van het zomerhuisje van Paulina’s vader: ‘z’n zomerhuisje in de omstreken van Bordeaux’ werd ‘z’n zomerhuisje in Agen, tussen Bordeaux en Toulouse’.[48] De vierde druk van Au pair verscheen in januari 1990. In de nadien verschenen herdrukken van de roman zou Hermans geen wijzigingen meer aanbrengen.


AP_D1m1_D3M3_rug

© Milo van de Pol (Huygens ING) [Terug naar overlevering]


[1] Het betreft ‘De wintercollectie op een warme dag.’ In: Elegance, oktober 1986, p. 94-97 (foto’s op p. 86-93) (DJ 896). Twee foto’s werden later opgenomen in Willem Frederik Hermans, Een foto uit eigen doos! Amsterdam 1994 (nrs 3 en 4).
[2] R.G. van Woerkom (Elegance) aan Hermans, 19 augustus 1986, archief-Hermans.
[3] Hermans aan R.G. van Woerkom (Elegance), 29 september en 25 oktober 1986, doorslagen in archief-Hermans. De tekst van het typoscript komt zo goed als geheel overeen met de uiteindelijk in het julinummer van 1987 in Elegance afgedrukte publicatie ‘Bij de notaris’. In: Elegance, juli 1987, p. 78-79 (DJ 921).
[4] Het nettyposcript van Au pair (M2, zie hieronder) heeft op enkele plaatsen expliciete dateringen van Hermans, die inzicht geven in de ontstaansgeschiedenis van de roman. Kort na hoofdstuk 57 bevat het typoscript in de marge de datering 2 juni 1986.
[5] Fragmenten achtereenvolgens ‘“Daar zal hij dan wel heel trots op zijn […] Jij bent toch geen verpleegster? ”’ (editie p. 485-486) en ‘“Ik neem aan dat u, mejuffrouw, […] nooit oneens is geweest”’ en ‘“Je hoefde er ook niet bij […] die geen familie van hem zijn.”’ (editie p. 487-489 en 489-490)
[6] Zie hiervoor de beschrijving van het nettyposcript van Au pair (M2) hieronder. Op dezelfde pagina van het typoscript met de datumvermelding 2 juni 1986 noteerde Hermans, slechts enkele alinea’s verderop, het moment waarop hij het schrijven aan de roman hervatte: 27 februari 1988.
[7] Dolf Hamming meldde Hermans op 3 april 1989: ‘Zoals afgesproken zend ik je hierbij de doorslag van het manuscript van au pair retour. / Ik verheug me erg op 5 mei, én uiteraard op de definitieve versie.’ (archief-Hermans). Aan Jaco Groot (Uitgeverij De Harmonie) bevestigde Hermans op 29 april nog eens dat Hamming het definitieve manuscript die dag zou komen ophalen (Hermans aan Jaco Groot, doorslag in archief-Hermans); in zijn agenda noteerde Hermans op die datum: ‘5 uur Dolf’ (agendanotitie bij 5 mei 1989, archief-Hermans).
[8] Notitie van Hermans, met datering en omvangbepaling door uitgeverij op een gekartonneerde pagina die voorafgaat aan het titelblad van het nettyposcript.
[9] De eerste acht pagina’s van het typoscript werden in kopie en voorafgegaan door drie pagina’s voorwerk en zetinstructie gebruikt voor de vervaardiging van een dummy van de roman. Een exemplaar van de dummy van Au Pair bevindt zich in de collectie van Frans Janssen. Het typoscript wordt bewaard bij de eerste drukproef (P1) van Au pair (archief De Bezige Bij), zie hieronder.
[10] Een deel van de pagina’s op groen papier (waaraan herzieningen werden toegevoegd die overeenkomen met de eerste proef van Au pair (P1) is in de eerste laag gelijk aan de voorpublicatie ‘Au pair’, die op 14 december 1984 verscheen in NRC Handelsblad (DJ 883).
[11] De wijzigingen en correcties van Hermans zijn in potlood en uiteenlopende soorten balpeninkt (rode, blauwe en zwarte balpeninkt), met tipp-ex, met groene en zwarte fineliner en met zwarte vulpeninkt. Daarnaast bracht redacteur Gerry Bruil in potlood wijzigingen aan (onder andere met betrekking tot aaneenschrijvingen en spelling), en noteerde zij in de marge een aantal stilistische en inhoudelijke opmerkingen. Deze wijzigingen nam zij vervolgens in rode inkt over op de eerste drukproef van Au pair, ter autorisatie door Hermans. Zie voor voorbeelden de beschrijving van de eerste drukproef (P1) hieronder.
[12] In combinatie met berichten van Hermans over de voortgang van de roman tegenover diverse correspondenten en enkele interviewuitspraken ten tijde van het verschijnen van Au pair, maken de margedateringen het mogelijk om de gefaseerde totstandkoming van de roman te reconstrueren. Zie hiervoor de Commentaar bij Au pair, p. 892-899.
[13] Het betreft de passage ‘Het eerste waar […] leeft nog altijd’, in de editie p. 181; juist deze vier alinea’s werden door Reinjan Mulder zeer kritisch en uitgebreid aangehaald, waarna hij vervolgens alsnog zeer positief over de roman oordeelde in zijn bespreking ‘Paulina in Parijs. Roman van Willem Frederik Hermans’. In: NRC Handelsblad, 8 september 1989.
[14] In de editie p. 187.
[15] Het ultrakorte vijfde hoofdstuk van Au pair bijvoorbeeld was aanvankelijk een alleen door een witregel gescheiden fragment. Ook het zevende hoofdstuk van de roman was op het typoscript in eerste instantie geen zelfstandig hoofdstuk, maar sloot na een witregel aan op het voorafgaande hoofdstuk. Vergelijkbare wijzigingen vinden ook elders in het typoscript plaats. Omdat Hermans naast het aanpassen van de hoofdstuknummers ook hele nieuwe hoofdstukken aan de roman toevoegde, vooral aan het eind van de roman (zie hierna), wijkt de uiteindelijke hoofdstuknummering van het typoscript sterk af van de oorspronkelijke: het slothoofdstuk van de roman, hoofdstuk 79 in de eerste laag, wordt in de laatste versie hoofdstuk 96.
[16] Het gaat om het fragment ‘Zonder nu nog langer […] voor haar was bestemd’, in de editie p. 263-264. De toevoeging gaat direct vooraf aan de datering 30 april 1985 op het nettyposcript.
[17] Respectievelijk de fragmenten ‘Het restaurant waar […] Cornuard moeten horen!’, en ‘Het begin was […] insekt gestoken was’, in de editie achtereenvolgens op p. 374-375 en p. 386.
[18] In nieuw tiksel bewerkte en gedeeltelijk nieuw ingevoegde passages op het typoscript zijn ‘er iets van af? […] hij bleef beleefd’ (editie p. 444-445), ‘Nu hij zich […] luider te praten:’ (editie p. 445), ‘Hij praatte nu niet meer […] een gekookte schol’ (editie p. 446), ‘Een hoestbui maakte […] vertelde hij verder’ (editie p. 447-448) en, kort voor het einde van het hoofdstuk, ‘“Misschien… […] Hadden alles gehoord’ (editie p. 454-455).
[19] Dit ‘abstulit qui dedit’-motief keert terug in hoofdstuk 85 van de roman, daar opnieuw via een aan het typoscript toegevoegde pagina. Het betreft het fragment ‘Daarmee bracht hij […] in het slot’ (editie p. 622-623).
[20] Hermans’ geplande bezoek aan Engeland kondigt hij aan in brieven aan Frans Janssen en Freddy De Vree (doorslagen in archief-Hermans, respectievelijk 10 en 14 oktober 1988). Zie hiervoor ook de Commentaar bij Au Pair, p. 898-899. Ook in het interview met Wim Zaal bij het verschijnen van de roman komt de reis ter sprake: ‘Er komen wel meer vrij exacte locatiebeschrijvingen in de roman voor, het Dorchester Hotel in Londen bijvoorbeeld, waar Paulina zo ten onrechte meent haar maagdelijkheid te zullen verliezen. Terwijl de roman in de maak was, hebben mijn vrouw en ik daar gelogeerd en gegeten (hetzelfde menu dat ik Paulina en de mislukte pianist Michel heb voorgezet); kort daarna las ik dat het hotel een zware boete had gekregen omdat het er in de keuken een grote janboel was, waar de kakkerlakken ronddansten, maar goed, wij hadden van niets geweten en met smaak gedineerd.’ (Wim Zaal, ‘Soms wil mijn demon dat ik mijn stem verhef’, in: Elsevier, 9 september 1989)
[21] De eerste laag van het typoscript (p. 251), direct volgend op de lange inlas, maakt duidelijk dat de dood en begrafenis van generaal De Lune aanvankelijk nog nauwelijks een rol speelden: ‘Hoe het met zijn vader ging, vroeg ze, zonder echte belangstelling. / De oude generaal was overleden en begraven.’ De in het typoscript in de eerste laag direct navolgende tekst ‘En zijn moeder?’ veranderde Hermans in ‘Hoe het met zijn moeder ging, vroeg ze zonder echte belangstelling.’ De begrafenisscène werkte Hermans vervolgens nog verder uit op de drukproef (P1), zie de beschrijving hieronder.
[22] De proef was door De Bezige Bij met gebruikmaking van verschillende schrijfstoffen voorgecorrigeerd: met groene fineliner was de roman gecollationeerd aan het typoscript. Daarnaast bevat de proef een groot aantal opmerkingen en correctievoorstellen, steeds in rode inkt. Gedeeltelijk is dat de uitwerking van redactionele en inhoudelijke opmerkingen die de redacteur eerder met potlood in de marge van het typoscript had genoteerd (zie hierboven, noot 11). Deze werden bij het voorcorrigeren van de proef aangevuld met nieuwe opmerkingen. Hermans corrigeerde de proef vervolgens met afwisselend licht- en donkerblauwe vulpen en zwarte balpen. Na ontvangst van de door Hermans gecorrigeerde en becommentarieerde proef noteerde de redacteur enkele nieuwe opmerkingen en laatste aandachtspunten in potlood, waarover op een later moment telefonisch met Hermans werd overlegd.
[23] Dat de proef in delen aan Hermans werd toegestuurd, en dat er nadien nog telefonisch overleg plaatsvond, blijkt uit een aantekening van Gerry Bruil op p. 285 van de proef: ‘Hier dan de laatste zending. / Ik wacht je telefoontje af. Liefs. G.’ Op 14 juni meldde Hermans aan Freddy De Vree de ontvangst van de proef: ‘Zo kreeg ik gisteren de eerste drukproeven van mijn nieuwe opus au pair.’ (Hermans aan Freddy De Vree, 15 juni 1989, doorslag in archief-Hermans)
[24] Op 17 juni 1989 meldde Hermans aan Jaco Groot: ‘Deze week heb ik de eerste proef van au pair gecorrigeerd. Dat is een mooi boek! Ik hoop maar dat het lezersvolk er ook zo over denkt.’ (Hermans aan Jaco Groot (Uitgeverij De Harmonie), 17 juni 1989, doorslag in archief Hermans)
[25] Dergelijke correcties bestaan voor het grootste deel uit doorhalingen of toevoegingen van een of enkele woorden op zinsniveau. Daarnaast zijn er af en toe aanpassingen in woordvolgorde binnen de zin, verbeteringen van zetfouten, en meer incidenteel veranderingen in interpunctie, geleding, opmaak en spelling.
[26] ‘’t Was natuurlijk een lichtautomaat, een installatie die, nadat je op een knopje gedrukt had, de lampen een bepaalde tijd liet branden, waarna de stroom automatisch afgesloten werd.’ (editie, p. 203). In de marge bij deze zin, met op de proef nog aanvankelijk nog ‘minuterie’, constateerde de corrector: ‘overbodige informatie. Vrijwel iedereen heeft zo’n ding.’ De toelichting liet Hermans staan.
[27] In de zin ‘Zonder antwoord te geven, trok Paulina de ijskast open, vond een pak melk en vulde het steelpannetje voor de helft.’ (In de editie p. 237)
[28] Daardoor is de leeftijd van Guys in 1885 niet langer ‘drieëntachtig’, maar ‘tachtig’; in overeenstemming met deze wijziging van zijn leeftijd vertrekt Guys op ‘zijn achttiende’ in plaats van op ‘zijn eenentwintigste’ met Byron naar Griekenland. Twee rode kruisjes bij de gewijzigde leeftijden geven aan dat de redacteur de kopij hier heeft aangepast, met nog een expliciete uitleg in de bovenmarge: ‘Door mij iets veranderd. Guys: 1805-1892 / Byron ging in juli 1823 naar Griekenland / Byron overleed in april 1824’. Bij deze correcties baseerde de redacteur zich op de vermeldingen van het geboorte- en sterfjaar van Guys eerder in de roman. Feitelijk waren niet de oorspronkelijk genoemde leeftijden fout, maar de het in de roman vermelde geboortejaar van Guys (1805), dat 1802 moest zijn.
[29] Zie voor deze passage de editie p. 192. Bij een vergelijkbaar correctievoorstel elders op de proef, in de zin ‘Verflenste herinnering misschien aan de al lang vergeten tijd toen de Nederlandse koning groothertog van Luxemburg was.’, verving Hermans ‘Verfletste’ door ‘Fletse’ (editie op p. 556).
[30] De zinnen in de editie achtereenvolgens: ‘Op haar voorhoofd, boven haar neus, was een geheimzinnig teken getatoueerd.’ (editie, p. 214), ‘Accoord, daar heeft hij ook wat in gestoken. Maar je kunt niet eeuwig doorgaan tekeningen van Guys aan te schaffen, ware het alleen maar omdat ze zo goed als nergens meer te vinden zijn. ’ (p. 380) en ‘Die gedachte kwam in hun platvloerse hersens niet op, of de cliëntèle koesterde zulke verheven idealen niet.’ (p. 403).
[31] De aangehaalde zinnen in de editie achtereenvolgens op p. 199, p. 211, p. 415 en p. 576.
[32] In de zin ‘In de kortegolfoven warmen ze tussen de middag een quiche lorraine op uit de ijskast en ’s avonds een diepgevroren macaronischoteltje.’ Uiteindelijk zou Hermans, mogelijk bij de laatste telefonisch doorgenomen laatste correcties op de proef (zie ook hierna), zijn redacteur hier nog gedeeltelijk tegemoet komen en paste hij de tekst aan naar ‘microgolfoven’ (gewijzigde zin in de editie p. 195).
[33] In de editie, p. 236: ‘Daar staan kopjes en schoteltjes en de melk is in de frigidaire. Boter ook. Doe op elk schoteltje een dobbelsteen boter, leg de croissant erbij.’
[34] In de zin ‘Advocaten? Geen wonder. Rijkworders natuurlijk. De Franse burgerman had, toen de koning onthoofd was, nog maar één enkel doel, begrijp je: De opengekomen plaatsen innemen en zich tegenover de bezitloze klassen even honds en meedogenloos gedragen als de hertogen en prinsen. (editie p. 257)
[35] Aan het begin van hoofdstuk 84 informeert Michel Paulina over de toestand van generaal De Lune: ‘Was die morgen opgenomen in een kliniek. Al een paar dagen niet meer bij kennis geweest, trouwens’. Bruil noteert in de marge: ‘Gisteravond (p. 350) zei hij wat anders. Hij was gisterochtend trouwens nog thuis.’ waarop Hermans antwoordt: ‘Hij liegt als de pest’. Hermans laat het fragment ongewijzigd, hetgeen ook het geval is bij enkele andere fragmenten. Kort voor het einde van hoofdstuk 95, waar Müller volgens Jacqueline zou hebben beschikt over een ‘door Crémieux eigenhandig geschreven testament’, vraagt Bruil zich af: ‘waarom zou Müller daar zo lang mee gewacht hebben?’ en antwoordt Hermans: ‘Ze kletst dan ook uit haar nek.’
[36] De bijbehorende passages in de editie achtereenvolgens ‘‘‘Heb je een instrument als dit ooit eerder gezien?’’’ (p. 363) en ‘Het was een ruime kamer, met een breed tweepersoonsbed.’ (p. 605)
[37] Bijvoorbeeld in de zin ‘En, met een gevoel of ze al een nieuw onderdak gevonden had, zo vrij, ging Paulina op weg naar het bureau in de buurt van de Sorbonne, waar adressen voor studenten die zich als au pair aanboden, te verkrijgen waren’, waarbij de opmerking ‘dit staat ook al zo op p.12’ door Hermans is doorgehaald. Ook in het fragment ‘Zij was niet geheel joods, haar moeder wel, maar haar vader niet. Zij heette van zichzelf Müller.’ (editie p. 448) negeert Hermans de verwijzing naar de doublure, in de editie op p. 450: ‘En mevrouw Crémieux was weliswaar volgens de Duitse terminologie half joods, maar ze heette van zichzelf Müller, een gewone Duitse naam.’
[38] Inconsequent is Hermans bijvoorbeeld in het gebruik van ‘juwelenkoffertje’ en ‘reiskoffertje’. Aan het begin van hoofdstuk 28, waar Paulina twee nieuwe koffers als geschenk van de familie De Lune op haar kamer aantreft, wordt de kleinste van de twee beschreven als ‘een klein, elegant juwelenkoffertje in dezelfde uitvoering als de grote’. Bruil stelt in de marge twee alternatieven voor: ‘toiletkoffertje (beauty-case) (als het tenminste bedoeld is om mee te reizen. Een juwelenkoffertje is piepklein en blijft uiteraard thuis)’, maar Hermans streept de opmerking door en schrijft eronder ‘kan niet meer veranderd worden’. (zin in de editie p. 321.) Op pagina 505 is er desondanks wel sprake van een ‘toiletkoffertje’: ‘Behalve de koffer, neem je ook een klein toiletkoffertje mee”’ / ‘‘Ik heb er een! Van jullie gekregen.’”, maar later in de roman opnieuw van een ‘juwelenkoffertje’: ‘Ze pakte gehoorzaam wat ondergoed, een nachthemd en haar toiletbenodigdheden in een van haar nieuwe koffers. Het allernodigste had ze ook wel in het kleine juwelenkoffertje kunnen stouwen.’ (p. 533)
[39] Bij de beschrijving van de inhoud van de koffer, in hoofdstuk 64 bij de zin ‘Een donkerblauwe jurk, rijkelijk bestikt met pailletjes, die haar zo goed stond, nam ze mee en een mantelpak van tweed, in de kleuren van herfstbladeren, en een zwarte nauwsluitende wollen robe met hoge rolkraag.’ (editie p. 534), is in de marge van de proef toegevoegd ‘+ een witte blouse en zwarte schoenen zie p. 350’. In hoofdstuk 76 komt de kledingkoffer (maar dan met andere inhoud) opnieuw ter sprake in het fragment vanaf ‘Wat een geluk dat ze op het laatste nippertje nog zo veel mogelijk kleren in haar koffer had gelegd, al wist ze niet eens meer hoe veel.’ (editie p. 587)
[40] Aangehaalde fragment in de editie op p. 562. Het latere citaat: ‘Ze bedankte en hij stoorde haar niet, terwijl ze het adres van haar ouders op de briefkaart schreef, en in een paar woorden vertelde, dat ze deelnam aan een excursie naar de beroemde, door Vauban gebouwde historische vestingwerken van Luxemburg.’ (p. 575)
[41] Toegevoegd via aangehecht typoscript is het fragment ‘De kist was door de Franse driekleur […] rouwende familie van de dode’ (editie p. 644-645 ). Ook de overweging van Pauline ‘En ik heb toch zo mijn best gedaan […] nooit vriendschappelijke gevoelens heeft toegedragen’ bracht Hermans op de drukproef aan.
[42] ‘Waren dit geen prijzen […] in haar agenda’ (editie p. 646-647).
[43] Een tweede drukproef, met stempel ‘2e proef 20 juli 1989’ bevindt zich in het archief van Freddy De Vree (geraadpleegd 14 december 2006). Deze proef bevat geen correcties.
[44] Hermans aan Rob Delvigne, 22 september 1989 (doorslag in archief-Hermans). Zie voor de geboortedatum van Guys ook de beschrijving van de eerste drukproef (P1) hierboven. In zijn recensie van de roman had Hans Warren het foute geboortejaar van Guys opgemerkt. Hans Warren, ‘W.F. Hermans en het lot van de schone Zeeuwse’. In: Provinciale Zeeuwse Courant, 9 september 1989; dezelfde dag onder de titel ‘Is Hermans verliefd op eigen “Au pair”-meisje? Nieuwste roman diepzinnig en onderhoudend’ ook verschenen in Utrechts Nieuwsblad en Het Vrije Volk.
[45] C.G.J. Piron aan Hermans, 5 november 1989 (archief-Hermans). In zijn antwoordbrief aan Piron meldde Hermans over het citaatvan Kant: ‘Het, enigszins vrij vertaalde, Kantfragment kwam niet uit een Franse bloemlezing, maar uit de oorspronkelijke tekst.’ (Hermans aan C.G.J. Piron, 8 november 1989, doorslag in archief-Hermans). Zie ook de Commentaar bij Au pair, p. 908-909.
[46] De zetfout ‘Pachard’ bleef in alle bij leven van Hermans verschenen drukken staan en is in de tekst van de editie gecorrigeerd. Zie hiervoor ook de ingrepenlijst.
[47] H. van der Walle schreef aan Hermans: ‘[…] helaas trof ik op pagina één een onjuistheid aan. U schrijft daar / ‘……..omdat haar vader in die stad een tamelijk hoge functie bij het gemeentebestuur bekleedde.’ // Dat is onjuist, omdat a. gemeentesecretaris de hoogste ambtelijke functie is; / b. een ambtenaar niet een functie bekleedt bij een gemeentebestuur, maar bij een gemeente.’ (H. van der Walle aan Hermans, 8 november 1989, archief-Hermans). Hermans wijzigde vervolgens de formulering ‘een tamelijk hoge functie bij het gemeentebestuur bekleedde’ naar ‘een tamelijk hoge functie in het gemeentebestuur bekleedde’ (editie p. 181) .
[48] Editie p. 186.


De tekstbezorging van Au pair

De tekstbezorging bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Au pair samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


Editeursingrepen

In de uitgave van Au pair in de Volledige Werken zijn, op grond van het kritisch onderzoek van de basistekst (achtste druk, 1993 (D8)) en de tekstvergelijking van voorafgaande boekdrukken, tijdschriftpublicaties en overige primaire en secundaire documentaire bronnen die relevant zijn voor de tekstgeschiedenis, de hieronder volgende correcties in de basistekst aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer van de boekuitgave wordt eerst de verbeterde lezing vermeld, gevolgd door de oorspronkelijke, foutieve lezing van de basistekst. Indien een of meer voorafgaande versies de juiste lezing hebben, wordt daarna via het sigle verwezen naar de meest recente tekstversie met deze lezing.

p. 236, r. 35 Dat mevrouw Pauchard, die zich Dat mevrouw Pachard, die zich D2m2
p. 272, r. 22-23 Ik ben er dolblij mee Ik ben er dolbij mee
p. 345, r. 1 kwam, toen zei die kwam, toen zegt die
p. 416, r. 18-19 de universiteit van Amsterdam de universteit van Amsterdam M2
p. 422, r. 27 Chin, chin.’ Eliane dronk Chin, chin,’ Eliane dronk
p. 478, r. 16 op inging, begon ze op inging , begon ze M2
p. 482, r. 15 aanhangers van president Mitterrand aanhangers van president Mitterand M2
p. 492, r. 23-24 Non, non… Enfin. Kapitein Non, non… Enfin, Kapitein M1
p. 493, r. 9 zette, maakte hij er zette, maakt hij er M2
p. 501, r. 3-4 kwam er nog geen woord kwam er nog nog geen woord M2
p. 519, r. 5 mooiste muziek hebt voortgebracht mooiste muziek hebt voorgebracht M2

Witregels

Op de volgende pagina in de uitgave van Au pair valt het staartwit van de pagina samen met een witregel:

p. 401


Koppeltekens

In de uitgave van Au pair moeten de afbrekingstekens in de hieronder vermelde woorden als koppelteken of weglatingsteken gelezen worden:

p. 188, r. 6-7 elektrische-stroomvoorziening
p. 195, r. 8-9 Saint-Germain-des-Prés
p. 204, r. 1-2 vrouwen- dan wel
p. 275, r. 21-22 Louis-Bernard
p. 550, r. 7-8 Châlons-sur-Marne
p. 609, r. 33-34 boem-boem

 



Naar boven