Uit talloos veel miljoenen (1981)

talloos

Inleiding

Vanaf najaar 1977 werkte Hermans over een periode van drie jaar aan de totstandkoming van Uit talloos veel miljoenen. De roman verscheen in juni 1981, in een oplage van 53.500 exemplaren. Alhoewel het boek goed verkocht, volgde een tweede druk, waaraan Hermans een nieuw slothoofdstuk had toegevoegd, pas in maart 1983. Een derde druk verscheen in 1989. De vierde druk van Uit talloos veel miljoenen, uit 1993, vormt het uitgangspunt voor de tekst van de editie.

De tekstgeschiedenis van Uit talloos veel miljoenen biedt een overzicht van alle in het onderzoek gebruikte documentaire primaire bronnen, met bibliografische verwijzingen naar gedrukt materiaal en beschrijvingen van niet-openbaar toegankelijk archiefmateriaal; dit onderdeel bevat bovendien uniek beeldmateriaal uit het archief-Hermans.

De tekstbezorging van Uit talloos veel miljoenen bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Uit talloos veel miljoenen samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


De tekstgeschiedenis van Uit talloos veel miljoenen

De hieronder gepresenteerde lijst biedt een beknopt overzicht van alle overgeleverde primaire documentaire bronnen van Uit talloos veel miljoenen die van belang zijn voor de tekstgeschiedenis van de roman. Deze zogenaamde ‘overlevering’ bestaat per bron uit drie onderdelen: een gecodeerde aanduiding van de bron (het sigle), een korte beschrijving van de bron met een datering en, indien van toepassing, een verwijzing naar de relevante nummers in de primaire Hermans-bibliografieën Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans van Janssen en Van Stek (verder: JS) of Schrijven is verbluffen van Delvigne en Janssen (verder: DJ).[1] Alle niet openbaar toegankelijke bronnen krijgen een beknopte documentaire beschrijving die direct vanuit de overlevering aanklikbaar is. De bronbeschrijvingen kunnen ook in chronologische volgorde worden geraadpleegd. Deze beschrijvingen geven via een aantal illustratieve voorbeelden aan hoe Hermans zijn teksten in de loop van een groot aantal jaren herzag en gaan ook in op de rol van derden (uitgevers, redacteuren, typografen, zetters, correctoren en lezers) bij dit voortdurende proces van herzien en verbeteren.[2] Aan de beschrijvingen gaat een korte bibliografische typering vooraf: deze bestaat achtereenvolgens uit het sigle, de beknopte beschrijving van de bron, omvang, datering, een verwijzing naar de plaats van herkomst en een eventuele signatuur. Bij bronnenmateriaal uit het archief-Hermans is een afbeelding toegevoegd.

[1] Zie voor een meer uitgebreide toelichting bij de Overlevering de Inleiding bij de Tekstgeschiedenis van de roman Conserve (Volledige Werken Deel 1).
[2] Uit het archiefonderzoek voor de tekstconstitutie blijkt dat Hermans incidenteel ook wijzigingen aanbracht in teksten die in een bloemlezing werden opgenomen. Ook die krijgen een aparte bronbeschrijving. Primaire bronnen zonder inhoudelijke correcties, die wel zijn opgenomen in Het bibliografische universum, krijgen geen aparte beschrijving.


Overlevering

verwijst naar een afbeelding afkomstig uit het archief-Hermans/collectie Frans A. Janssen

M1 Typoscript (kopij) van Uit talloos veel miljoenen (1979)
T1 ‘Uit talloos veel miljoenen (fragment)’ in Avenue (1981) (DJ 766)
T2 ‘Gelukkig nieuwjaar’ in: H.C. Ten Berge (red.), Aan het werk: nieuwe verhalen, gedichten, beschouwingen. Amsterdam, 1981 (1981) (DJ 848)
P1 Drukproef voor de eerste druk van Uit talloos veel miljoenen (1981)
D1 Eerste druk van Uit talloos veel miljoenen (1981) (JS 360)
D1m1 Correctie-exemplaar van de eerste druk van Uit talloos veel miljoenen (1983)
D1m2 Kopijexemplaar voor de tweede druk van Uit talloos veel miljoenen (1983)
D2 Tweede druk van Uit talloos veel miljoenen (1983) (JS 361)
D2m3 Correctie-exemplaar van de tweede druk van Uit talloos veel miljoenen
D3 Derde druk van Uit talloos veel miljoenen (1989) (JS 362)
D4 Vierde druk van Uit talloos veel miljoenen (1993) (JS 363)
D4m4 Correctie-exemplaar van de vierde druk van Uit talloos veel miljoenen (1993)

Bronbeschrijvingen van Uit talloos veel miljoenen

M1
Typoscript (kopij) van Uit talloos veel miljoenen
Omvang: 262 bladen, met bijgevoegd typografisch ontwerp voor dummy
Februari 1981
Archief De Bezige Bij

Het typoscript van Uit talloos veel miljoenen dat als kopij voor de roman diende is zo goed als compleet overgeleverd. De eerste tien, lichtblauwe bladen van dat typoscript zijn origineel, de rest bestaat uit kopieën, met daarop meegekopieerde correcties en aanvullingen van Hermans in handschrift en typoscript. Het complete typoscript bestond uit 225 doorgenummerde pagina’s.[1] Met uitzondering van de pagina’s 215 en 216, die de in hoofdstuk 40 van de roman in typemachineletter gezette brief van Lionel Prent bevatten,[2] is de kopij compleet.[3] Verspreid over de typoscriptbladen bevinden zich bovendien vierentwintig tussenbladen, bedoeld voor de zetter, die de tekst in opeenvolgende kleine porties aangeleverd kreeg. Bijgevoegd bij de kopij zijn daarnaast twaalf extra bladen: bij twee daarvan gaat het om informatie voor het fotozetten van de roman, zes pagina’s bestaan uit correspondentie van Uitgeverij De Bezige Bij met Drukkerij Tulp.[4] De overige vier bladen bestaan uit ontwerpen voor het omslag, in een nog iets afwijkende kleur blauw, en achterplat (met voorstel voor tekst) van de roman.
In januari 1981 was de kopij door De Bezige Bij-redacteur Alice Toledo al van redactionele correcties en inhoudelijke opmerkingen voorzien, waarna het typoscript aan Hermans retour werd gestuurd.[5] Hermans bracht vervolgens, deels reagerend op de opmerkingen van de corrector, nieuwe wijzigingen en correcties in handschrift aan, meestal met een groene fineliner en een enkele keer in blauwgroene balpeninkt. Op verschillende plaatsen in het typoscript voegde hij daarbij ook kleine nieuwe stukjes typoscript in, als herformulering of herziening van een eerdere tekstversie.
Een voorbeeld daarvan, aan het begin van de roman, is een uitbreiding met onder meer een expliciete verwijzing naar Marcellus Emants: ‘Sinds zijn jeugd had de sociologie toch wel een paar dingetjes verhelderd en daardoor kon hij nu, nu hij over de veertig was, sommige feiten beter onder het oog zien dan zulke oude schrijvers als Marcellus Emants. Daardoor kon hij ze ook gemakkelijker verdragen, zonder tot misdaad te vervallen, vond hij.’[6] Ten opzichte van de uiteindelijke romantekst zou Hermans nog veel formuleringen op de proeven wijzigen, waarvan een sprekend voorbeeld al direct op de eerste pagina van het typoscript is te vinden: bij de opsomming van argumenten waarom het gebruik van chloraal weinig geschikt is bij het plegen van een gifmoord heeft het typoscript: ‘Ten tweede was zelfs een hoeveelheid van 30 gram ‘chloraal’ – afkorting van ‘chloraalhydraat’ – nog niet voldoende om een mens te doden. Dertig gram, en dat betekent twee soeplepels vol.’[7]
Een aanzienlijk deel van de overige inhoudelijke wijzigingen die Hermans nog in het typoscript aanbracht, kwam tot stand in reactie op de opmerkingen van de redacteur. Een van die opmerkingen zou gevolgen hebben voor de in de roman gebruikte tijdsaanduidingen. De datumvermelding bovenaan de eerste brief van Sita aan Lionel Prent, in hoofdstuk 6 van de roman, had Hermans op het typoscript aangepast van ‘6 september’ naar ‘4 november’ 1976.[8] Bijgevolg moest Hermans ook later in de roman enkele wijzigingen aanbrengen. Zo voegde hij in het negende hoofdstuk, waar de redacteur het vreemd vond dat een Kermis plaatsvond in november, in eerste instantie een opmerking in de marge toe: ‘Ja gek hè? Alleen voor mijn plezier.’ Op een later moment breidde Hermans de tekst vervolgens via een ingeplakt stukje typoscript alsnog uit met een verklarende alinea: ‘De wereld werd met de dag krankzinniger. Kermis in november, dat was nog nooit vertoond, maar dit jaar had de gemeenteraad o[m] een of andere duistere reden besloten dat het kermis zou zijn in november.’ En kort daarna, in het tiende hoofdstuk, voegde Hermans op het typoscript de volgende korte alinea in: ‘Oude bomen, diepgroen bebladerd zelfs nu nog, doordat de herfst dit jaar buitengewoon mild was, beschaduwden het trottoir.’ Ook een derde wijziging, in hoofdstuk 22, hangt hiermee samen. Daar wijzigt Hermans, na een opmerking van de redacteur over de Kinderboekenweek (‘is in oktober altijd’), de zin: ‘ – Och, begrijp je, ’t komt ook wel door de Kinderboekenweek, die voor de deur staat.’ in ‘ – Och, begrijp je, ’t komt ook wel door de Kinderboekenweek, straks weer.’[9]
Ook elders volgde Hermans de opmerkingen van zijn redacteur. Zo streepte hij een zin over Parel (‘Ze had naar moeder geregeld maandverband laten meebrengen uit de supermarkt…’) door, nadat de redacteur in de marge had genoteerd: ‘Pilgebruik sluit maandverband niet uit! / Zeker niet in ± 1966.’ In dezelfde alinea schrapte hij, ook op aanwijzing van de redacteur, de op dat moment in de vertelling nog niet juiste achternaam ‘Neubauer’ bij Alies.[10] Een geconstateerde tegenstrijdigheid in Clemens’ opmerking ‘Ik weet nauwelijks waar dat ligt Celerina.’ en de vrij exacte informatie die hij vrijwel direct daarna geeft over de ligging van die plaats, wordt door Hermans opgelost met de toevoegingen ‘zoveel weet ik nog wel,’ en ‘Die namen zeggen me trouwens ook niet veel.’[11] En waar de verteller Sita aanvankelijk nog gekleed laat gaan in ‘nachthemd met babydoll er overheen’, past Hermans de tekst op basis van het redacteurscommentaar (‘Een babydoll is toch een klein broekje met een kort hemdje. / Kan niet over een nachthemd.’) kortweg aan naar ‘haar babydoll’.[12]
Vaak was Hermans het ook níet met de redactionele opmerkingen eens. Verspreid over het typoscript plaatste hij vraagtekens in de marge bij redacteursopmerkingen, en paste hij de tekst verder niet aan. In andere gevallen ging hij expliciet in op opmerkingen: gewezen op een vermeende inconsequentie met betrekking tot Sita, merkt Hermans in de marge op: ‘Is het niet duidelijk genoeg dat ze maar wat liegt?’[13] En met betrekking tot het Hite report waaruit in de roman uitvoerig wordt geciteerd, antwoordt Hermans op de opmerking ‘Las hij dit in het Engels of vertaalde hij?’: ‘In het Nederlands, door WFH uit het Frans vertaald, wat toen nog niet kon, maar toch weer wel, zoals je ziet.’[14] En bij de vraag ‘is dit niet wat onwaarschijnlijk – tenzij ze het een echte verrassing wil laten zijn’ antwoordt Hermans kortaf: ‘Dat wil ze’.[15]
Nadat Hermans het typoscript had gecorrigeerd, nam de redacteur de kopij nogmaals door, waarbij er met rode inkt nog nieuwe, vooral redactionele en stilistische wijzigingen werden aangebracht. Deels werden die door Hermans in latere correctiefases op de drukproeven zo gelaten, zoals de wijziging van ‘paketje’ naar ‘pakketje’, maar soms veranderde hij de gecorrigeerde schrijfwijze weer terug: ‘Joego-Slavië’ bijvoorbeeld, consequent redactioneel omgezet naar ‘Joegoslavië’, kreeg opnieuw de schrijfwijze die Hermans op het typoscript had gebruikt.[16] Stroef lopende zinnen werden in deze fase ook nog af en toe aangepast, zoals de zin: ‘Maar of ze nog te weinig had gedronken, dan wel dat de drank een omgekeerde uitwerking op haar had dan die eraan wordt toegeschreven, de durf het nummer te draaien bleef haar ontbreken.’ In gewijzigde vorm werd dat: ‘Maar of ze nog te weinig had gedronken, dan wel dat de drank een uitwerking op haar had anders dan de opvrolijkende die eraan wordt toegeschreven, de durf het nummer te draaien bleef haar ontbreken.’[17] De gewijzigde formuleringen werden, hier en elders, waarschijnlijk op de eerste drukproef expliciet onder de aandacht van Hermans gebracht. Een eerste proef van Uit talloos veel miljoenen is niet overgeleverd. Wel bleef een revisieproef (P1) bewaard, waarin veel van de hierboven genoemde wijzigingen al zijn verwerkt.

19

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


P1
Drukproef voor de eerste druk van Uit talloos veel miljoenen
Omvang: 294 pagina’s
April 1981
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Uit talloos veel miljoenen [1]

In het archief-Hermans bevindt zich een revisiedrukproef voor de eerste druk van Uit talloos veel miljoenen, waarmee Hermans op basis van kopieën van proefpagina’s een zelf geknutseld boek vervaardigde. Een ingevoegde blanco pagina die als schutblad functioneerde heeft naast een adresstempel nog een stempel ‘archief’ en ‘confidentiel’. Op de Franse pagina noteerde Hermans meer dan veertig verwijzingen naar pagina’s met correcties. Die zijn bijna allemaal aangebracht in potlood en rode balpen, incidenteel ook met blauwe balpen, zwarte en groene fineliner, tipp-ex en ingeplakte stukjes typoscript. De dateringen op de proef lopen van 13 tot 15 april 1981. De achterzijde van het omslag, met een door Ruprecht Hermans vervaardigde auteursfoto,[18] is geplastificeerd.
In veruit de meest gevallen gaat het bij deze revisieproef om kleinere correcties:[19] Hermans verbetert enkele zetfouten, en er zijn wijzigingen in hoofdlettergebruik, aaneenschrijvingen, interpunctie en indeling en opmaak van alinea’s. Herhaaldelijk laat Hermans daarbij alineascheidingen vervallen om een teveel aan regels op de pagina op te vangen. Inhoudelijke wijzigingen zijn er op deze revisieproef maar weinig. Wel past Hermans hier via een ingeplakt stukje typoscript de eerder nog afwijkende tekst van de openingspagina aan.[20] Daarnaast zijn er enkele woordvarianten: Hermans herstelt een ‘tikfout’ in de brief van Sita aan Lionel Prent (‘Henriëtte Roland Holst’ wordt, naar de oorspronkelijke tekst van het typoscript weer ‘Herniette’),[21] ‘hoofdambtenaar’ wordt ‘hoofdmedewerker’, ‘Een banale droom’ wijzigt Hermans naar ‘Een kwade droom’.[22] Kort voor het einde van hoofdstuk 27 voegt Hermans in potlood het tussenzinnetje ‘die de tel was kwijtgeraakt toe’ in Clemens’ uitspraak ‘Zes kinderen heeft hij, mompelde Clemens, die de tel was kwijtgeraakt, zes kinderen bij z’n eerste vrouw.’, waarbij hij een eerdere wijziging in rode inkt van ‘zes’ naar ‘drie’ ongedaan maakte.[23] Ook de pseudo-ondertekening in handschrift van het formulier van Lionel Prent is toegevoegd in het typoscript, en het Italiaanse ‘– Ristorante Stazione. Prego’ past Hermans op de proef aan naar ‘– Ristorante Stazione. Pronto.’ Deze laatste wijziging werd overigens pas in de tweede druk van de roman verwerkt.[24]

21

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D1m1
Correctie-exemplaar van de eerste druk van Uit talloos veel miljoenen
Omvang: 296 pagina’s; 2 bladen
1983
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Uit talloos veel miljoenen [2]

Hermans gebruikte een onafgesneden en niet ingenaaid exemplaar van de eerste druk van Uit talloos veel miljoenen als correctie-exemplaar voor de tweede druk van de roman. Het exemplaar is, waarschijnlijk door Hermans zelf, ingelijmd in grijs karton, waarbij hij de ontvangstdatum van 27 mei 1981 op de binnenzijde van het kartonomslag noteerde. De Franse pagina verwijst via een ingeplakt lijstje naar een vijftigtal pagina’s met correcties en vermeldt bovendien in handschrift ‘op 294 begint (nieuw) hoofdstuk 43’. Dat vanaf de tweede druk nieuw toe te voegen slothoofdstuk is als doorslag van een typoscript (met een gering aantal getypte en handschriftelijke correcties) achter in het correctie-exemplaar toegevoegd. De typoscriptcorrecties zijn aangebracht in rode inkt, de overige correcties zijn in potlood, (vooral) blauwe, rode en in groene inkt.
Naast de overwegend kleine correcties zijn er een paar inhoudelijke wijzigingen. Hoofdstuk drie begint met een nieuw inleidend zinnetje ‘Terugkerend uit de supermarkt, moest ze er steeds aan denken.’[25] Hierdoor moet Hermans iets verder op de pagina tot tweemaal toe een alineascheiding laten vervallen,[26] om verloop op te vangen. In het zesde hoofdstuk, direct volgend op daarin afgedrukte brief van Sita aan Lionel Prent, voegt Hermans, volgend op de eerder in de revisieproef (P1) weer aangebrachte ‘tikfout’ in de brief, nu een zinnetje toe: ‘De tikfouten zag ze over het hoofd.’[27] Eveneens in het verlengde van eerder op de proef aangebrachte wijzigingen herziet Hermans de formulering van het aantal kinderen van Klaas: ‘Zo is nu eenmaal je lot, als je een man trouwt die verplicht wordt een gescheiden vrouw te onder­houden en bovendien de vrouw uit zijn eerste huwelijk met drie kinderen al onderhoudt’ wordt ‘Zo is nu eenmaal je lot, als je een man trouwt die verplicht wordt een gescheiden vrouw te onder­houden en bovendien de vrouw en de kinderen uit zijn eer­ste huwelijk al onderhoudt.’[28]
Een andere herziening vindt plaats in de dialoog tussen Sita en de naamloze jongeman bij uitgever Hosselaar, over wie in een toegevoegde zin wordt gezegd: ‘ – Aan levende schrijvers heeft hij ook een hekel, omdat hij zelf niet schrijven kan, verklaarde de historicus, als hij de boeken zelf schreef zou hem dat goedkoper uitkomen.’[29] Ook waar Hosselaar zelf sprekend wordt opgevoerd, past Hermans de tekst aan: ‘Dus ik ga eens praten met een bankier… Ik zal je niet vertellen wat die grutter zei.’ wordt ‘Dus ik denk, ik ga es praten met een bankier… Ik daar naartoe. Raad es wat die hufter zei?’.[30] Ook elders in de roman voegt Hermans kleinere veranderingen toe in de directe rede, vaak als verlevendiging en meer in spreektaal.[31]
De overige correcties van Hermans hebben vaak betrekking op beschadigd zetsel in de eerste druk, daarnaast zijn er enkele zetfouten die Hermans corrigeert. Ook brengt hij een enkele keer wijzigingen aan in interpunctie, zijn er enkele woordvarianten en kleine herformuleringen. Enkele daarvan komen voort uit correspondentie. Frans Janssen wees Hermans bijvoorbeeld op ‘zijken’ en ‘Mofrika’, die daarna door Hermans werden omgezet naar ‘zeiken’ en ‘Moffrika’.[32] In zijn antwoordbrief aan Janssen meldde Hermans vervolgens ook: ‘Een lezer maakte me erop attent dat een (vierkante) Bokmafles niet met een kruk [sic], maar met een schroefdop wordt gesloten. Heb hem geantwoord dat Clemens een ander merk jenever dronk.’[33] Desondanks past hij de tekst in de roman uiteindelijk toch aan.[34] Ook de al eerder op de revisieproef genoteerde wijziging van de Italiaanse tekst ‘ – Ristorante Stazione. Prego’ naar ‘ – Ristorante Stazione. Pronto’ bracht Hermans opnieuw aan. Ten slotte heeft een typografisch detail Hermans’ aandacht: de vet gedrukte plaatsnaam bij ‘in schreeflo­ze letters, geen hoofdletters, bremen[35] moest ‘in iets kleiner corps’ worden gezet.

22

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D1m2
Kopijexemplaar voor de tweede druk van Uit talloos veel miljoenen
Omvang: 296 pagina’s; 2 bladen
Februari 1983
Collectie Frans A. Janssen

Hermans nam alle wijzigingen uit zijn eigen correctie-exemplaar over in een kopijexemplaar voor de tweede druk van Uit talloos veel miljoenen, dat hij op 24 januari 1983 van De Bezige Bij had ontvangen.[36] Dit uit de band gehaalde exemplaar bevindt zich in de collectie van Frans Janssen. Net als bij het voorafgaande exemplaar bracht Hermans zijn correcties overwegend aan met blauwe balpen, en daarnaast ook met potlood, en in rode en groene inkt. Ook hier zijn de typoscriptcorrecties in rode inkt. Het typoscript heeft bovendien potloodmarkeringen van de zetter. Markeringen van de zetter met potlood en oranje stift komen ook voor in het kopijexemplaar; op Hermans’ lijstje met correcties, geplakt op de titelpagina, voegde de zetter daarbij in oranje enkele paginaverwijzingen toe, die betrekking hadden op verloop dat werd veroorzaakt door voorafgaande wijzigingen van Hermans. Dit kopijexemplaar, waarin het originele typoscript (met correcties in handschrift en potloodaantekeningen van de zetter) is ingevouwen, heeft daarnaast nog enkele minieme wijzigingen die in het voorafgaande correctie-exemplaar nog ontbreken.
Begin februari stuurde Hermans het gecorrigeerde exemplaar met toegevoegd hoofdstuk naar de uitgeverij, toen zelf nog in de overtuiging dat de correcties zonder verloop in de tekst konden worden aangebracht. Hij drong bovendien aan op een drukproef en stelde eisen aan de manier waarop de herdruk moest worden geproduceerd: ‘Separaat stuur ik je het correctie-exemplaar 2e druk UIT TALLOOS VEEL MILJOENEN. / Behalve correcties in de tekst, die geen verloop veroorzaken, is er ook een nieuw slothoofdstuk aan toegevoegd. Dit past precies op de overgebleven witte pagina’s. / Omdat dit geheel nieuw is, moet ik ER ABSOLUUT EEN DRUKPROEF VAN hebben. // Ik ga waarschijnlijk 3 maart naar Afrika en blijf weg tot 2 april. Kan ik die proef voor die tijd – ik bedoel vóór 3 maart nog krijgen? // Ik moet er wel op kunnen rekenen dat ik IN ELK GEVAL EEN PROEF KRIJG. // Ook mag de herdruk niet met plakrug worden uitgevoerd. Ik zeg het er voor alle zekerheid maar bij.’[37]
Dolf Hamming (De Bezige Bij) antwoordde snel op de wensen van Hermans: ‘Ik bevestig hierbij graag dat je voor 3 maart a.s. een drukproef krijgt van het nieuw toegevoegde slothoofdstuk. Mocht het door omstandigheden niet lukken je de drukproef vóór die datum te sturen, dan zal ik in elk geval wachten met drukken tot ik de door jou gefiatteerde drukproef heb ontvangen. / Er is een doorlopende opdracht dat al jouw boeken genaaid gebrocheerd moeten worden en dat zal ook gebeuren met de tweede druk van UIT TALLOOS VEEL MILJOENEN. // Voor wat betreft de toevoegingen in de gebruikelijke contracten over het aantal drukproeven en de bepaling dat de boeken met garen genaaid zullen worden, zal ik zorgen dat die erin komen voor zover dat nog niet gebeurd is. Bij onze eerstvolgende ontmoeting kunnen we die toevoegingen dan beiden met onze paraaf bekrachtigen.’[38]
De aangekondigde proef, en dan niet van alleen het slothoofdstuk maar van het gehele boek, zou Hermans pas in de laatste week van maart 1983 ontvangen.[39] Bij het opnieuw zetten werd de oorspronkelijke ontstaansvermelding van het boek (‘Parijs, 27 september 1977 – 21 oktober 1980’) nu weggelaten en aan het eind van het nieuwe slothoofdstuk vervangen door de datering ‘Parijs, 31 januari 1983’. Op de drukproef bracht Hermans opnieuw enkele kleinere wijzigingen aan.[40] Wanneer Hermans de gecorrigeerde proef terugstuurde is niet bekend, maar op 11 april kreeg hij nog een memo van de uitgever waarin werd gewezen op ‘Nog niet ontvangen proeven’.[41] Maar korte tijd later moet dat redactieproces al wel zijn afgerond, waarna Frans Janssen medio mei van Hermans het eerder door De Bezige Bij aan Hermans geretourneerde kopijexemplaar ontving.[42]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D2m3
Correctie-exemplaar van de tweede druk van Uit talloos veel miljoenen
Pagina’s: 296
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Uit talloos veel miljoenen [3]

Een correctie-exemplaar van de tweede druk van de roman heeft op de Franse titelpagina een archiefstempel, een overzichtje van een beperkt aantal pagina’s met correcties en de in handschrift genoteerde vermelding van de datum waarop Hermans dit boek als presentexemplaar ontving: ‘Paris 26 mei 1983’.
Een van de correcties betreft een wijziging van woordvolgorde binnen een zin.[43] In alle overige gevallen ging het om het aanpassen van de hoofdstuknummering in de roman. Die bevatte in de eerste twee drukken ten onrechte twee keer een hoofdstuk 37, waarover Frans Janssen Hermans in april 1985 terloops berichtte.[44] Begin juni antwoordde Hermans: ‘Er komt nog geen derde druk van Uit talloos veel miljoenen, dus is er voorlopig geen kans op correctie van de gekke fout die je signaleerde.’[45] Een derde druk van de roman zou nog lang op zich laten wachten en verscheen pas in september 1989.

24

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D4m4
Correctie-exemplaar van de vierde druk van Uit talloos veel miljoenen
Pagina’s: 296
1993
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Uit talloos veel miljoenen [3]

De vierde druk van Uit talloos veel miljoenen ontving Hermans blijkens een stempel in zijn archiefexemplaar op 1 juli 1993. In dit exemplaar corrigeerde Hermans één zetfout, in het laatste hoofdstuk van de roman. Bij leven van Hermans verscheen geen herdruk meer van de roman.[46]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


[1] Bij vier pagina’s (155, 208, 211 en 216) is een extra pagina toegevoegd, steeds aangeduid met een A-nummering na het paginacijfer, noodzakelijk vanwege eerdere herzieningen of per ongeluk dubbel voorkomende paginanummering. Pagina 173 komt twee keer in het typoscript voor, waarmee Hermans een eerdere doorhaling ongedaan maakte.
[2] Zie voor dit fragment in de editie p. 856-858.
[3] Het archief-Hermans bevat daarnaast nog enkele kopieën van losse bladen van dit typoscript, waarvan Hermans de versozijde als kladpapier gebruikte. Twee van die pagina’s bevinden zich in het Dossier Transvaal (WFH (Dossier) Transvaal), met op de achterzijde van het typoscript een memorandum naar aanleiding van de boycot tegen Hermans door de gemeente Amsterdam. Van een andere losse pagina van het typoscript (ook hier een kopie) gebruikte Hermans de blanco achterzijde voor een (nooit verstuurde) ingezonden brief aan Vrij Nederland in 1987 (WFH (Correspondentie) Vrij Nederland).
[4] De brieven betreffen planningen voor reisdummy en roman, oplagegegevens en rekeningen voor extra-correctie (periode 13 november 1980 – 5 mei 1981). De aanvankelijk afgesproken leverdatum voor de roman is 22 mei 1981, die op 22 april wordt aangepast naar 27 mei 1981. De totale oplage is 53.500 exemplaren (50.000 genaaide paperbacks en 3500 gebonden exemplaren).
[5] Medio januari 1981 bericht Hermans aan De Bezige Bij: ‘Naar het schijnt is Alice Toledo gereed gekomen met de voorcorrectie van het manuscript. Overeengeko­men werd dat ze omstreeks half februari naar Parijs zal komen om dit nader te bespreken. / Nu lijkt het me gewenst dat ze een ex. met haar aantekeningen van te voren naar mij toestuurt, zodat ik er­over kan nadenken, ik bedoel nagedacht heb als ze hier komt. Dat spaart allicht tijd. / Is dit mogelijk?’. De Bezige Bij zegt dit vervolgens toe. (Hermans aan De Bezige Bij, 15 januari 1981, en De Bezige Bij aan Hermans, 19 januari 1981, doorslag resp. origineel in archief-Hermans.)
[6] Fragment in de editie op p. 513-514. De laatste twee woorden ontbreken nog in de herziene versie van het typoscript. Hermans zou deze formulering nog aanpassen op de latere drukproef.
[7] Deze passage zou Hermans pas wijzigen op de revisieproef P1 (zie hieronder), nadat hij op de (niet overgeleverde) eerste proef ook al een aanzienlijk aantal kleinere wijzigingen had aangebracht. De eerdere tekst van het typoscript komt nog wel voor op een eind december 1980 geproduceerde dummy van de roman (Collectie Frans Janssen), waarvan er eind 1980 vijftien zouden worden vervaardigd (Drukkerij Tulp aan De Bezige Bij, 13 november 1980).
[8] Pagina 540 in de editie. Een in oktober 1979 in het tijdschrift Avenue gepubliceerd fragment van Uit talloos veel miljoenen (Avenue, oktober 1979,p. 179-184, DJ 766) speelt nog wel in september. Daarin komen ook de naamsvarianten ‘Roderik Prent’ en Alies ‘Neugebauer’ voor. De eerste laag van het typoscript (M1) heeft deels nog deze namen.
[9] Fragmenten in de editie op respectievelijk p. 560, p. 562 en p. 687.
[10] De geschrapte zin stond tussen de zinnen ‘Sita en Clemens hadden het nooit vermoed. Klein kreng…’ (editie, p. 663). Op een later moment in de roman (editie p. 691) schrijft de verteller over Alwin en Alies Neubauer dat ze ‘nog niet zo erg lang getrouwd (allebei eerder getrouwd geweest en gescheiden)’ waren.
[11] De volledige tekst van de alinea (editie p. 798) luidt: ‘Wel nee, zei Clemens, totaal onmogelijk. Intragna ligt bij de Italiaanse grens. Celerina is hoog in de bergen, zoveel weet ik nog wel, in de buurt van Sils-Maria en Sankt Moritz. Dat heeft Alwin Neubauer me uitgelegd. Die namen zeggen me trouwens ook niet veel.’
[12] Fragment in de editie: ‘De zevende januari om 8 uur ’s ochtends, vond Sita, in haar babydoll, De Nieuwe Linie, De Rode Amsterdammer en een ansichtkaart achter de voordeur.’ (Editie p. 807)
[13] Hermans’ opmerking staat in de marge bij de passage: ‘– Dat was ik toch al van plan, vertelde Sita doodrustig, en ik heb ook onmiddellijk tegen Parel gezegd dat ik juist op het punt stond haar dat geld te gaan sturen en dat ze daarom dus niet hoefde te komen. Maar ze zou toch komen, zei ze. / – Jullie zijn allebei niet goed wijs. De logica in een en ander is verre te zoeken. / – Waarom? Nu ik haar gezegd heb dat het geld naar haar onderweg is, komt ze misschien wel helemaal niet. Je weet toch hoe ze is.’ (Editie p. 573)
[14] Marge-opmerkingen bij de passage (editie p. 704): ‘Soeteman klapte het dicht, richtte zijn hoofd op, sloot zijn ogen een tel en liet het boek op goed geluk ergens openval­len. Met verdraaide stem, begon hij op te dreunen als een kind dat pas lezen heeft geleerd: / – “Op het ogenblik waarop ik klaar kom, heb ik een enigs­zins pijnlijk maar heel aangenaam gevoel in mijn vagina.” / Nieuwe regel: “De clitoridale orgasme doet mij naar pene­tratie verlangen. De bodem van mijn vagina heeft een enor­me behoefte zich om iets heen te sluiten.” / Nieuwe regel: “De vaginale orgasmen ontspannen me het meest; ze kunnen niet door clitoridale orgasmen worden vervangen.” / Nieuwe regel: “Na gemasturbeerd te hebben, heb ik dolle zin met een man te slapen.” / Nieuwe regel: “Het strelen van mijn clitoris doet mij zeer sterk genieten, maar daarna wil ik de liefde bedrijven.”’ Shere Hite, The Hite Report: a nation wide study of female sexuality verscheen in 1976. Nederlandse en Franse vertalingen verschenen vanaf 1977.
[15] Bij de alinea: ‘– Nee, maar toch… En weet je wat ik gedaan heb? Ik heb het allemaal naar mijn uitgever gestuurd, met een briefje van mij erbij. Hosselaar kan je dan misschien wel verder helpen. Zeggen hoe of wat… Hij weet ten slotte precies waar de gaten in de markt zitten.’ (Editie p. 719/720)
[16] Door Hermans teruggecorrigeerd op eerste, niet overgeleverde proef: de revisieproef P1 heeft weer consequent ‘Joego-Slavië’.
[17] In dit geval werd de tekst daarbij opnieuw iets aangepast tot het uiteindelijke ‘Maar of ze nog te weinig had gedronken, dan wel dat de drank een andere uitwerking op haar had dan de opvrolijkende die eraan wordt toegeschreven, de durf het nummer te draaien bleef haar ontbreken.’ (Editie p. 643)
[18] Toevoeging in typoscript in het colofon op de vierde pagina van de proef.
[19] In de voorafgaande proef had Hermans, vergeleken met de tekst van het typoscript, veel meer wijzigingen aangebracht, onder andere in de door de personages uitgesproken teksten. Enkele voorbeelden daarvan: ‘O, wat lief van je’, in het eerste hoofdstuk, wordt ‘O wat is dàt lief van je, zeg.’ (editie, p. 513); ‘De ene operatie na de andere. / En toen ze eindelijk getrouwd waren, bleek dat ze nooit meer kinderen krijgen kon.’ (hoofdstuk 5) wordt uitgebreid tot ‘– Ach, wat treurig, vond Mea. Die oude Van de Wissel is dan toch wel een grote rotzak. / – Ja, maar het ergste komt nog. Toen ze eindelijk getrouwd waren, bleek dat Sita nooit meer kinderen krijgen kon.’ (editie, p. 536) en ‘Komaan trut’ (begin hoofdstuk 9) wordt ‘Kom huilebalk’ (editie, p. 558).
[20] Zie ook de beschrijving van M1 en noot 7 hierboven.
[21] In de eerste druk uiteindelijk geschreven zonder trema als Henriette. Of het in dat geval om een geïntendeerde wijziging gaat is niet duidelijk. In het typoscript stond in dezelfde zin ‘Hanny Michaekis’ in plaats van ‘Michaelis’. De door de corrector stilzwijgend ‘verbeterde’ schrijfwijze ‘Michaelis’ op de eerste proef zou Hermans op de revisieproef niet meer wijzigen.
[22] In de editie respectievelijk op p. 593, p. 701 en p. 642.
[23] In de editie p. 737.
[24] Fragmenten in de editie op p. 858 en p. 781. Hermans gaf de correctie opnieuw aan in het correctie- en kopijexemplaar van de eerste druk (zie hieronder D1m1 en D1m2).
[25] In de editie p. 522.
[26] Ook elders in de roman past Hermans incidenteel de indeling van de tekst aan na inhoudelijke wijzigingen, bijvoorbeeld in hoofdstuk zestien, waar met de invoeging van de korte alinea ‘In verwarring wist Sita niet op welke wang zij haar zoenen wou.’ de witregel verviel voorafgaand aan ‘Ja, ze was een kanjer van een meid, Parel.’ (Editie, p. 635)
[27] De wijziging is mogelijk ingegeven door Frans Janssen, die Hermans direct na verschijnen van de eerste druk van Uit talloos veel miljoenen al een overzichtje had gestuurd van enkele drukfouten in de roman, met daarbij: ‘p. 23 r. 11: Herniette – Henriette [eigenlijk een tikfout van Sita, maar die kan toch zo goed tikken]’. (Frans Janssen aan Hermans, 10 juni 1981, archief-Hermans)
[28] In de editie p. 699.
[29] De editie (p. 824) heeft een iets afwijkende formulering: ‘– Aan levende schrijvers heeft hij ook een hekel, omdat hij zelf niet schrijven kan, verklaarde de historicus, de boeken zelf schrijven, zou hem goedkoper uitkomen ha, ha.’ Hermans wijzigde de tekst opnieuw in het kopij-exemplaar voor de tweede druk (zie hieronder).
[30] In de editie p. 828.
[31] Nog enkele voorbeelden: ‘Ja, ja… Maar, weet je, onder ons gezegd, die oude schrijvers zijn al zo lang dood, die hoeft hij geen honorarium te betalen. Snap je?’ wordt: ‘Ja, ja… Maar, weet je, onder ons gezegd, die oude schrijvers zijn al zo lang dood, die… komen hem nooit aan zijn kop zeuren… Snap je?’ (editie, p. 721) en ‘De drukker staat te trappelen van ongeduld. De boekhandelaars staan op de stoep. ’ ‘De drukker staat te trappelen van ongeduld. De boekhandelaars slaan mekaar dood op de stoep.’ (editie, p. 830).
[32] Respectievelijk in de zinnen: ‘ – Ach mama, lig toch niet te zeiken’ (editie, p. 554) en ‘nou ja… precies… hem lekker klaar te laten komen in bed… wat z’n eigen vrouw die nu trouwens in Moffrika zit of in Polen, nooit gekund heeft als je mij vraagt…’ (editie, p. 655). De fouten komen aan de orde in de brief van 10 juni aan Hermans (Frans Janssen aan Hermans, 10 juni 1981, archief-Hermans)
[33] Hermans aan Frans Janssen, 14 juni 1981, doorslag in archief-Hermans.
[34] ‘En ik weet ook van te voren hoe het smaakt, wat ze straks op tafel gaat zetten, dacht hij. Met een diepe zucht boog hij zich naar voren, stak zijn hand uit, pakte de fles, bracht de fles binnen het bereik van zijn andere hand, trok de kurk eraf en schonk zijn glaasje vol.’ werd in de tweede druk: ‘En ik weet ook van te voren hoe het smaakt, wat ze straks op tafel gaat zetten, dacht hij. Met een diepe zucht boog hij zich naar voren, stak zijn hand uit, pakte de fles, bracht de fles binnen het bereik van zijn andere hand, schroefde de dop eraf en schonk zijn glaasje vol.’ (editie, p. 725)
[35] In de editie op p. 861.
[36] ‘Eindelijk is het dan zover, een herdruk van UIT TALLOOS VEEL MILJOENEN. / De oplage wordt 5000 exemplaren en de herdruk moet 15 maart 1983 verschijnen, dan lopen de twee drukken mooi in elkaar over. / Ik stuur je nu alvast een correctie-exemplaar omdat ik weet dat je nogal wat correcties hebt.’ (Dolf Hamming (De Bezige Bij) aan Hermans, 24 januari 1983, archief-Hermans)
[37] Hermans aan Dolf Hamming (De Bezige Bij), 5 februari 1983, doorslag in archief-Hermans.
[38] Dolf Hamming aan Hermans, 8 februari 1983, archief-Hermans.
[39] Ernst Nagel (De Bezige Bij) aan Hermans, 24 maart 1983, archief-Hermans.
[40] Alsnog toegevoegd werd een correctie die Hermans wel in zijn eigen correctie-exemplaar noteerde, maar abusievelijk niet had overgenomen in het kopijexemplaar: Hermans verving ‘Juister nog’ door ‘Duidelijker uitgedrukt’ in de zin : ‘Juister nog: aan het feit dat hij Sita’s stem zo goed als helemaal niet hoorde , terwijl ze wel degelijk opgenomen moest hebben, want het apparaat belde niet meer, daaruit maakte hij op dat het niemand anders dan Parel kon zijn.’ (Herziene versie in de editie op p. 730)
[41] De Bezige Bij aan Hermans, 11 april 1983, archief-Hermans.
[42] Janssen bedankte Hermans voor het ontvangen exemplaar op 19 mei 1983 (Frans Janssen aan Hermans, archief-Hermans).
[43] ‘Ongefrankeerde brieven kregen straf, net als betrapte wanbetalers.’ werd ‘Net als betrapte wanbetalers, kregen ongefrankeerde brieven straf.’ (Editie, p. 563)
[44] Frans Janssen aan Hermans, 21 april 1985, archief-Hermans.
[45] Hermans aan Frans Janssen, 3 juni 1985 (doorslag in archief-Hermans).
[46] De zetfout (‘– Clem, zie Sita plotseling’ in plaats van ‘– Clem, zei Sita plotseling’) is verbeterd in de tekst van de editie (p. 876). Zie ook de lijst met editeursingrepen.


De tekstbezorging van Uit talloos veel miljoenen

De tekstbezorging bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Uit talloos veel miljoenen samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.

Editeursingrepen

In de uitgave van Uit talloos veel miljoenen in de Volledige Werken zijn, op grond van het kritisch onderzoek van de basistekst (vierde druk, 1993 (D4)) en de tekstvergelijking van voorafgaande boekdrukken, tijdschriftpublicaties en overige primaire en secundaire documentaire bronnen die relevant zijn voor de tekstgeschiedenis, de hieronder volgende correcties in de basistekst aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer van de boekuitgave wordt eerst de verbeterde lezing vermeld, gevolgd door de oorspronkelijke, foutieve lezing van de basistekst. Indien een of meer voorafgaande versies de juiste lezing hebben wordt daarna via het sigle verwezen naar de meest recente tekstversie met deze lezing.

p. 516, r. 28-30 Drie uur… [witregel] Toen hoorde Drie uur… [alinea zonder inspringen] Toen hoorde M1
p. 570, r. 11 [niet inspringen] Nou Lionel, dan word [inspringen] Nou Lionel, dan word P1
p. 615, r. 1 viel Clemens hem bij viel Cemens hem bij M1
p. 637, r. 12-13 beer aan een ketting. Zo beer aan een kettting. Zo M1
p. 655, r. 22-23 rare meid was, zèlfs rare meid was,zèlfs M1
p. 678, r. 20 maakten rechtsomkeert en waadden maakten rechtsomkeerd en waadden T2
p. 697, r. 22 jouw vakgebied. Niemand jouw vakgbied. Niemand M1
p. 735, r. 9 kind is volwassen en ik heb kind is volwassen ik heb M1
p. 876, r. 15 – Clem, zei Sita plotseling – Clem, zie Sita plotseling D4m4

Witregels

Op de volgende pagina’s in de uitgave van Uit talloos veel miljoenen valt het staartwit van de pagina samen met een witregel:

p. 512
p. 587
p. 590
p. 602
p. 630
p. 635
p. 636
p. 675
p. 686
p. 734
p. 746
p. 756
p. 775
p. 825
p. 831
p. 850
p. 855
p. 875


Koppeltekens

In de uitgave van Uit talloos veel miljoenen moeten de afbrekingstekens in de hieronder vermelde woorden als koppelteken gelezen worden:

p. 599, r. 25-26 hoogleraar-directeur
p. 687, r. 15-16 extra-grote
p. 708, r. 11-12 nieuw-realistische
p. 812, r. 19-20 twee-
p. 819, r. 8-9 door-de-weekse


Naar boven