Hypnodrome (1948)

hypnodrome

Inleiding

Midden april 1948 publiceerde Hermans de bundel Hypnodrome, die bij uitgeverij A.A.M. Stols verscheen als onderdeel van de Helikon-reeks. Het bundeltje, dat eigenlijk in het najaar van 1947 had moeten uitkomen, werd gelijktijdig met vijf andere bundels in de Helikon-reeks gepubliceerd en kende een oplage van 1000 exemplaren. Hypnodrome werd nooit herdrukt, al nam Hermans wel enkele gedichten uit de bundel op in zijn latere bloemlezing Overgebleven gedichten (1968). De eerste en enige druk van Hypnodrome uit 1948 vormt het uitgangspunt voor de tekst van de editie.

De tekstgeschiedenis van Hypnodrome biedt een overzicht van alle in het onderzoek gebruikte documentaire primaire bronnen, met bibliografische verwijzingen naar gedrukt materiaal en beschrijvingen van niet openbaar toegankelijk archiefmateriaal; dit onderdeel bevat bovendien uniek beeldmateriaal uit het archief-Hermans.

De tekstbezorging van Hypnodrome bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van strofescheidingen die in de editie van Hypnodrome samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


De tekstgeschiedenis van Hypnodrome

De hieronder gepresenteerde lijst biedt een beknopt overzicht van alle overgeleverde primaire documentaire bronnen van Hypnodrome die van belang zijn voor de tekstgeschiedenis van de bundel. Deze zogenaamde ‘overlevering’ bestaat per bron uit drie onderdelen: een gecodeerde aanduiding van de bron (het sigle), een korte beschrijving van de bron met een datering en, indien van toepassing, een verwijzing naar de relevante nummers in de primaire Hermans-bibliografieën Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans van Janssen en Van Stek (verder: JS) of Schrijven is verbluffen van Delvigne en Janssen (verder: DJ).[1]
Alle niet openbaar toegankelijke bronnen krijgen een beknopte documentaire beschrijving die direct vanuit de overlevering aanklikbaar is. De bronbeschrijvingen kunnen ook in chronologische volgorde worden geraadpleegd. Deze beschrijvingen geven via een aantal illustratieve voorbeelden aan hoe Hermans zijn teksten in de loop van een groot aantal jaren herzag en gaan ook in op de rol van derden (uitgevers, redacteuren, typografen, zetters, correctoren en lezers) bij dit voortdurende proces van herzien en verbeteren.[2] Aan de beschrijvingen gaat een korte bibliografische typering vooraf: deze bestaat achtereenvolgens uit het sigle, de beknopte beschrijving van de bron, omvang, datering, een verwijzing naar de plaats van herkomst en een eventuele signatuur. Bij bronnenmateriaal uit het archief-Hermans is een afbeelding toegevoegd.

[1] Zie voor een meer uitgebreide toelichting bij de Overlevering de Inleiding bij de Tekstgeschiedenis van de roman Conserve (Volledige Werken Deel 1).
[2] Uit het archiefonderzoek voor de tekstconstitutie blijkt dat Hermans incidenteel ook wijzigingen aanbracht in teksten die in een bloemlezing werden opgenomen. Ook die krijgen een aparte bronbeschrijving. Primaire bronnen zonder inhoudelijke correcties, die wel zijn opgenomen in Het bibliografische universum, krijgen geen aparte beschrijving.


Overlevering

verwijst naar een afbeelding afkomstig uit het archief-Hermans/collectie Frans A. Janssen

T1 ‘Voor een Nieuwe “Menschheitsdämmerung”’ in Parade der Profeten (1944) (DJ 30)
M1-2 ‘Samenzijn in négligé (2)’ in typoscripten van Horror Cœli en andere gedichten (1945) (JS 450)
T2 ‘Ariadne, gebleven…’, ‘Veritate qua’ en ‘Hölderlin’ in Criterium (1947) (DJ 90)
T3 ‘O.V. de L. Millosz, Tous les Morts sont Ivres….’ in Litterair Paspoort (1947) (DJ 120)
P1 Drukproef voor de eerste druk van Hypnodrome (1947)
D1 Eerste druk van Hypnodrome (1948) (JS 11)

Bronbeschrijvingen van Hypnodrome

M1-2
‘Samenzijn in négligé (2)’ in typoscripten van Horror Cœli en andere gedichten
Januari – eind maart 1945
Collectie Frans A. Janssen (M1)

Van de uit het typoscript Horror Cœli en andere gedichten ongepubliceerd gebleven gedichten[1] zou Hermans er één alsnog opnemen: ‘Samenzijn in négligé (2)’ vond een plaats in Hypnodrome. Paul Rodenko ging in een brief aan Hermans in mei 1948 uitgebreid in op deze nieuwe bundel, waarbij hij zich excuseerde voor het feit dat hij de bundel Horror Cœli en andere gedichten niet bij de hand had. Rodenko vroeg zich af: ‘Maar waarom staat er achter Samenzijn in négligé een (2)? Was er ook een (1) en was dat misschien wat àl te genegligeerd voor de smaak van Stols?’[2] Hermans gaf in zijn antwoordbrief een toelichting op de in Hypnodrome afgedrukte gedichten: ‘Die uit Hypnodrome zijn hoofdzakelijk een restje dat ik over had uit Horror Coeli. Ze dateren uit de hongerwinter en ze waren zoekgeraakt of ik vond ze voor Horror Coeli niet goed genoeg. Vandaar Samenzijn in Négligé (2), want Samenzijn in Négligé (1) staat in Horror Coeli.’[3]
Ten opzichte van de versie in de overgeleverde typoscripten heeft ‘Samenzijn in négligé (2)’ in Hypnodrome enkele kleine wijzigingen en twee meer opmerkelijke, beide in de tweede strofe. De regels ‘Dacht ik; zal zij schreien als zij het ziet? / Doch in tegendeel, zij schreide niet.’ wijzigde Hermans naar ‘Dacht ik; zal zij schreien als zij het ziet? / Ikzelf immers schreide, waarom zij dan niet?’. De tweede variant is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van een mislezing van de zetter, die het woord ‘mechaniek’, door Hermans gebruikt in de slotregel van het gedicht, ook als rijmwoord op de twee-na-laatste regel invoegde. Daardoor veranderde de formulering uit het typoscript ‘– toen het elastiek / Van haar armen, uitgerekt was’ in ‘– toen het mechaniek / Van haar armen uitgerekt was’.[4]

M1FAJ_30

© Huygens ING [Terug naar overlevering]


P1
Drukproef voor de eerste druk van Hypnodrome
Omvang: [ 1-32 ]
September 1947
Letterkundig Museum
H 00544 D 1

Van de bundel Hypnodrome, die verscheen als onderdeel van de Helikon-reeks, is een drukproef in losse, met een nietje bijeengehouden katernen overgeleverd, die uitgever A.A.M Stols op 23 september 1947 ter correctie aan Hermans had verstuurd.[5] In het voorwerk van het bundeltje was op de proef handmatig het reeksnummer 38 ingevuld en werd de daarop voorkomende datum ‘September 1947’ gepreciseerd tot ‘aug./sept. 1947’. Verspreid over de proef bracht Hermans in grijszwarte inkt ruim dertig correcties en wijzigingen aan. Veelal gaat het daarbij om correcties van kleine zet- of drukfouten. Herhaaldelijk ook voegde Hermans komma’s of andere leestekens toe, meestal aan het einde van versregels, en bovendien moderniseerde hij her en der de spelling. Een aantal gedichten heeft kleine inhoudelijke of stilistische aanpassingen: zo veranderde Hermans in ‘Nachtgedaante’ twee regels: ‘De zon was zo hoog’ werd ‘De zon stond zo hoog’ en de slotregel ‘Daar ik slechts bij het later worden groei’ werd ‘Ik, die pas bij het later worden groei’; het gedicht ‘Misverstand’ kreeg op de proef een nieuwe titel: ‘Veritate Qua’, en ook in de reeks ‘Middernacht’ zijn er enkele kleine veranderingen.
Na ‘Middernacht’ plakte Hermans voorafgaand aan de Milosz-gedichten ‘Tous les morts sont ivres….’ en ‘Karomama’ – zowel ‘De oude dag’ als ‘Rijtuig bleef steken in de nacht’ ontbreken bij deze drukproef – een extra vel in met daarop een nieuwe afdelingstitel ‘Vier gedichten van O.V. de L. Milosz’, waarna Hermans zijn bedoelingen uitlegde: ‘(hieronder volgen / Tous les morts sont ivres / Karomama / De oude dag / Rijtuig bleef steken)’. Bij het terugsturen van de proef op 1 oktober berichtte Hermans bovendien: ‘Over de drukproeven nog het volgende. Er was niet duidelijk aangegeven dat de laatste drie verzen, Tous les Morts sont ivres…, Karomama en De Oude Dag, vertalingen waren. Ik zou het zeer prettig vinden, indien deze door een witte pagina van de rest gescheiden werden. Bovendien zou ik aan deze vertalingen gaarne een vierde, Rijtuig bleef steken in de Nacht, willen toevoegen. Ik heb hierover met Ed. Hoornik gesproken, die er zijn goedkeuring aan heeft gehecht. […] Zou u mij nog een revisie kunnen sturen?’[6]
Ruim een maand later stuurde Hermans die revisieproef, waar hij begin november nog per brief om had gevraagd, naar A.A.M. Stols retour,[7] waarna het nog tot april 1948 zou duren voordat Hypnodrome uiteindelijk zou verschijnen.[8]

klein_001

© foto Rob Mostert [Terug naar overlevering]


[1] Zie voor meer informatie de Tekstgeschiedenis van Horror Cœli en andere gedichten, M1-4 Typoscripten van Horror Cœli en andere gedichten.
[2] Paul Rodenko aan Willem Frederik Hermans, 13 mei 1948, archief-Hermans.
[3] Hermans aan Rodenko, 18 mei 1948, doorslag in archief-Hermans.
[4] In de editie is hier ingegrepen op basis van de tekst van het gedicht in het typoscript. Zie voor het gedicht in de editie: Willem Frederik Hermans, Volledige Werken, deel 9, p. 142. Amsterdam 2011. Zie ook de Editeursingepen bij Hypnodrome.
[5] A.A.M. Stols aan Willem Frederik Hermans, 23 september 1947, archief-Hermans.
[6] Hermans aan A.A.M. Stols, 1 oktober 1947, doorslag in archief-Hermans.
[7] Hermans aan A.A.M. Stols, 5 november en 12 november 1947, doorslagen in archief-Hermans.
[8] Zie voor meer informatie over het verschijnen van Hypnodrome en daarmee gelijktijdig enkele andere delen in de Helikon-reeks de Commentaar bij Hypnodrome in de editie, p. 251 e.v.


De tekstbezorging van Hypnodrome

De tekstbezorging bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van strofescheidingen die in de editie van Hypnodrome samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.

Editeursingrepen

In de uitgave van Hypnodrome in de Volledige Werken zijn, op grond van het kritisch onderzoek van de basistekst (eerste en enige druk, 1948 (D1)) en de tekstvergelijking van de voorafgaande drukproef, tijdschriftpublicaties en overige primaire en secundaire documentaire bronnen die relevant zijn voor de tekstgeschiedenis, de hieronder volgende correcties in de basistekst aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer van de boekuitgave wordt eerst de verbeterde lezing vermeld, gevolgd door de oorspronkelijke, foutieve lezing van de basistekst. Indien een of meer voorafgaande versies de juiste lezing hebben wordt daarna via het sigle verwezen naar de meest recente tekstversie met deze lezing.

p. 142, r. 24 slapen kon) – toen het elastiek slapen kon) – toen het mechaniek M1-2
p. 146, r. 9 tot sneeuw en smoort mijn mond. tot sneeuw en smoort mijn mond

Strofescheiding

Op de volgende pagina’s in de uitgave van Hypnodrome valt het staartwit van de pagina samen met een strofescheiding:

p. 160
p. 162


Koppeltekens

In de uitgave van Hypnodrome komen geen afbrekingstekens voor die als koppelteken gelezen moeten worden.



Naar boven