Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten (1971)

engelbewaarder

Inleiding

Vijf jaar na Nooit meer slapen (1966) publiceerde Hermans in september 1971 opnieuw een grote roman bij De Bezige Bij: Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten. Het boek verscheen onder grote media-aandacht in een oplage van ruim 25.000 exemplaren. Begin 1972 volgde een tweede, gewijzigde druk. In de jaren die volgden bracht Hermans nog herhaaldelijk wijzigingen aan in de roman, voor het laatst bij de zesde druk (1982). In 1993 verscheen de tiende druk van de roman, die het uitgangspunt vormt voor de tekst van de editie.

De tekstgeschiedenis van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten biedt een overzicht van alle in het onderzoek gebruikte documentaire primaire bronnen, met bibliografische verwijzingen naar gedrukt materiaal en beschrijvingen van niet-openbaar toegankelijk archiefmateriaal; dit onderdeel bevat bovendien uniek beeldmateriaal uit het archief-Hermans.

De tekstbezorging van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


De tekstgeschiedenis van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten

De hieronder gepresenteerde lijst biedt een beknopt overzicht van alle overgeleverde primaire documentaire bronnen van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten die van belang zijn voor de tekstgeschiedenis van de roman. Deze zogenaamde ‘overlevering’ bestaat per bron uit drie onderdelen: een gecodeerde aanduiding van de bron (het sigle), een korte beschrijving van de bron met een datering en, indien van toepassing, een verwijzing naar de relevante nummers in de primaire Hermans-bibliografieën Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans van Janssen en Van Stek (verder: JS) of Schrijven is verbluffen van Delvigne en Janssen (verder: DJ).[1]
Alle niet openbaar toegankelijke bronnen krijgen een beknopte documentaire beschrijving die direct vanuit de overlevering aanklikbaar is. De bronbeschrijvingen kunnen ook in chronologische volgorde worden geraadpleegd. Deze beschrijvingen geven via een aantal illustratieve voorbeelden aan hoe Hermans zijn teksten in de loop van een groot aantal jaren herzag en gaan ook in op de rol van derden (uitgevers, redacteuren, typografen, zetters, correctoren en lezers) bij dit voortdurende proces van herzien en verbeteren.[2] Aan de beschrijvingen gaat een korte bibliografische typering vooraf: deze bestaat achtereenvolgens uit het sigle, de beknopte beschrijving van de bron, omvang, datering, een verwijzing naar de plaats van herkomst en een eventuele signatuur. Bij bronnenmateriaal uit het archief-Hermans is een afbeelding toegevoegd.

[1] Zie voor een meer uitgebreide toelichting bij de Overlevering de Inleiding bij de Tekstgeschiedenis van de roman Conserve (Volledige Werken Deel 1).
[2] Uit het archiefonderzoek voor de tekstconstitutie blijkt dat Hermans incidenteel ook wijzigingen aanbracht in teksten die in een bloemlezing werden opgenomen. Ook die krijgen een aparte bronbeschrijving. Primaire bronnen zonder inhoudelijke correcties, die wel zijn opgenomen in Het bibliografische universum, krijgen geen aparte beschrijving.


Overlevering

verwijst naar een afbeelding afkomstig uit het archief-Hermans/collectie Frans A. Janssen

M1 Typoscript (doorslag) van Herinneringen van een engelbewaarder (1971)
M2 Typoscript (kopij) van Herinneringen van een engelbewaarder (1971)
T1 ‘Fragment uit in Een engelbewaarder (Herinneringen van)’ in Raster (1971) (DJ 410)
P1 Drukproef voor de eerste druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1971)
P2 Drukproef voor de eerste druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1971)
T2 ‘De zitting’in Elseviers Literair Supplement (1971) (DJ 411)
D1 Eerste druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1971) (JS 300)
D1m1 Kopijexemplaar van de eerste druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1971)
D2 Tweede druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1972) (JS 301)
D3 Derde druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1974) (JS 302)
D3m2 Correctie-exemplaar van de derde druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1977)
D4 Vierde druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1977) (JS 303)
D4m3 Correctie-exemplaar van vierde druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1979)
D5 Vijfde druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1979) (JS 304)
D5m4 Correctie-exemplaar van de vijfde druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1979)
D6 Zesde druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1982) (JS 305)
D7 Zevende druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1984) (JS 306)
D8 Negende druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1985) (JS 308)
D9 Tiende druk van Herinneringen van een engelbewaarder (1993) (JS 309)

Bronbeschrijvingen van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten

M1
Typoscript (doorslag) van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten
Omvang: 271 bladen
Juni 1971
Letterkundig Museum
WFH (Manuscripten) Herinneringen van een engelbewaarder [II]

Hermans bewaarde een compleet typoscript van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten in een blauw kartonnen stofmap in zijn archief. Een stickertje op die map maakt duidelijk dat het hier niet de definitieve kopij voor de roman betreft, en ook de romantitel is nog een andere: ‘Willem Frederik Hermans / EEN Engelbewaarder / duplo niet persklaar niet naar zetter’. Aan het typoscript, een doorslag, gedeeltelijk getypt op kopijpapier van De Haagse Post en gedeeltelijk op kopijpapier van een dagblad of periodiek zonder expliciete naamsvermelding, gaan twee pagina’s vooraf: een titelpagina, met hier als titel van de roman ‘De wolk van niet weten. Herinneringen van een engelbewaarder’, en een pagina met het motto uit de middeleeuwse verhandeling The cloud of unknowing.
Het typoscript is ongedateerd, maar het is hoogstwaarschijnlijk deze versie van de roman in wording die Bezige Bij-directeur Geertjan Lubberhuizen na zijn bezoek aan Hermans in Parijs op vrijdag 11 juni 1971 meenam naar Amsterdam, waarna medewerkers van de uitgeverij nog datzelfde weekeinde begonnen met het lezen van het typoscript.[1] Direct na het weekeinde berichtte De Bezige Bij per brief aan Hermans enthousiast te zijn over de nieuwe roman. Lubberhuizen is ‘[…] iets over de helft met het lezen van uw nieuwe boek en heeft er vanmorgen op kantoor erg enthusiast [sic] over zitten vertellen.’ En redacteur Dolf Hamming schrijft Hermans diezelfde dag: ‘Afgelopen weekend heb ik het grootste gedeelte van Uw roman gelezen, ik vond het het beste boek dat U ooit geschreven hebt […].’[2]
De nog niet persklaar gemaakte tekst van het typoscript bevat een vrij groot aantal getypte toevoegingen in de boven- en ondermarge. Daarnaast zijn er verspreid over het hele typoscript kleinere aanvullingen en doorhalingen in handschrift, waarbij het vaak om een of enkele zinnen gaat. Waarschijnlijk bracht Hermans zowel de grotere wijzigingen in typoscript (deze soms via in het typoscript ingeplakte nieuwe stukken tekst en in een enkel geval ook door middel van extra ingevoegde pagina’s) als de kleinere in handschrift aan bij een integrale herlezing van de roman.
Met de toevoegingen geeft Hermans de vertelling meer coherentie, onder andere door een meer expliciete uitleg bij gebeurtenissen, door een meer exacte tijdsaanduiding of via meer uitvoerige terugverwijzingen. Met een aantal van de toevoegingen benadrukt Hermans bovendien nog eens de onmacht, twijfel en onzekerheid bij Alberegt ten aanzien van de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan.[3] Daarnaast schrapt Hermans consequent de aan- en afhalingen bij de tekst die voor rekening komt van de engelbewaarder en de duivel, waardoor bij de beschrijving van Alberegts gedachten vaak minder duidelijk is of en in hoeverre deze hem door engelbewaarder of duivel worden ingefluisterd. Tegelijkertijd krijgen zowel engelbewaarder als duivel op verschillende momenten door enkele toevoegingen meer stem, de engelbewaarder bijvoorbeeld via in handschrift ingeschreven zinnetjes als ‘En o, hoezeer bedroeft mij dat.’ en ‘Maar ik had Alberegt’s oren dichtgehouden en hij zei:’, de duivel onder andere via een expliciete toevoeging in de passage ‘Zo mogelijk in het spitsvondige gezelschap van Gerland, Alewijn Leeman en zijn zusje Trudy, zei de duivel, maar Alberegt werd er niet door opgevrolijkt.’.[4] Ook ruimt Hermans meer ruimte in voor expliciete gedachtewisseling tussen engelbewaarder en duivel.[5]
Voorbeelden van andere opvallende aanvullingen op de eerdere tekstversie zijn meer uitvoerige beschrijvingen van historische feiten met betrekking tot de eerste oorlogsdagen, zoals het via de radio waarschuwen voor valse berichtgeving en het verduisteren van de ramen met zwart papier.[6] Ook werkt Hermans de vertelling af en toe nog uit met meer gedetailleerde beschrijvingen.[7] In meer algemene zin besteedt Hermans in deze fase ook nog vrij uitvoerig aandacht aan de dialogen, die hij vaak met een of enkele zinnen uitbreidt. Ook zijn er veel wijzigingen in de indeling van de tekst in witregels en alinea’s.[8]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


M2
Typoscript (kopij) van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten
Omvang: 98 bladen
Juni 1971
Letterkundig Museum
WFH (Manuscripten) Herinneringen van een engelbewaarder [I]

Van het eerste deel van Herinneringen van een engelbewaarder bleef ook het originele typoscript bewaard in het Hermansarchief.[9] Aan het typoscript, dat gebruikt is voor het zetten van de roman, gaan vier bladen met het voorwerk en motto van de roman vooraf. De titelpagina van het voorwerk heeft, anders dan de titelpagina bij de doorslag van het typoscript (M1), al wel de uiteindelijke romantitel Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten. Ook dit exemplaar van het typoscript is ongedateerd, maar moet kort nadat het typoscript bij De Bezige Bij was aangekomen, al zijn voorzien van zetinstructies en redactionele opmerkingen, waarna de kopij op 22 juni 1971 kon worden afgeleverd bij Drukkerij Hooiberg.[10]
Het typoscript bevat zetinstructies in rode inkt en potlood en heeft bovendien potloodaantekeningen van een redacteur. Dat zijn vooral minieme redactionele wijzigingen en enkele vraagtekens bij inhoudelijk onduidelijke passages. De enige vraag die de redacteur stelt, ‘rood schild met wit kruis?’ bij Hermans’ beschrijving van een Zwitsers officiersmes, leidde tot een correctie van Hermans in de eerste proef van de roman.[11] Alle handschriftelijke wijzigingen en de doorhalingen en toevoegingen van Hermans op dit typoscript gaan vooraf aan de opmerkingen van de redacteur: ze komen overeen met die in de doorslag van het typoscript (zie hierboven, M1).

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


P1
Drukproef voor de eerste druk van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten
Omvang: 396 bladen
Juli 1971
Letterkundig Museum
WFH (Drukproeven) Herinneringen van een engelbewaarder [II]

In het archief-Hermans bevinden zich twee exemplaren van de eerste drukproef van Herinneringen van een engelbewaarder. Hermans ontving deze proef in fragmenten. Een eerste deel stuurde Dolf Hamming (De Bezige Bij) hem op 2 juli 1971 toe: ‘Bijgaand stuur ik U alvast een proef van de eerste 96 pagina’s van HERINNERINGEN VAN EEN ENGELBEWAARDER zonder Uw manuscript. / Maandag 5 juli stuur ik U de door Oscar Timmers gecorrigeerde proef mét de kopij […].’[12] Nieuwe delen van de proef, nu steeds in tweevoud met één ongecorrigeerde proef en een door Timmers gecorrigeerde versie, volgden in de weken erna.[13] Het eerste exemplaar in het archief heeft datumstempels van de drukkerij met dateringen die lopen van 30 juni tot en met 20 juli 1971. De in het archief overgeleverde set is niet compleet: de pagina’s 242 tot en met 288 ontbreken, de pagina’s 289 tot en met 336 zijn dubbel aanwezig.
Zodra een eerste deel van de proef was toegezonden, begon Hermans met corrigeren. Hij bracht bij de eerste 96 pagina’s van de proef vooral verbeteringen aan in het zetsel, dat vrij veel slordigheden bevatte. Meestal bleven Hermans’ correcties beperkt tot het verbeteren van zet- en drukfouten, in een enkel geval bracht hij ook kleine wijzigingen in spelling[14] en meer stilistische herzieningen op woordniveau aan. Na dit eerste deel is de proef voor het grootste gedeelte ongecorrigeerd en bracht Hermans zijn wijzigingen direct aan in het door Timmers voorgecorrigeerde tweede exemplaar van de proef (P2, zie hieronder). Het restant van de verder zo goed als ongecorrigeerd gebleven proef bevat incidenteel wel een opmerking van de zetter, waar Hermans notitie van nam. Voorbeeld daarvan is een vraag in de marge bij de zin ‘Die hebben er vast op gerekend dat je bij Mimi blijven zou’, waar ‘Mimi’ volgens de zetter ‘Lina’ zou moeten zijn. Hermans nam de correctie over op het tweede exemplaar van de proef (P2).[15]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


P2
Drukproef voor de eerste druk van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten
Omvang: 397 bladen
Juli 1971
Letterkundig Museum
WFH (Drukproeven) Herinneringen van een engelbewaarder [I]

Op een tweede exemplaar van de eerste drukproef, voorzien van dezelfde datumstempels als het eerste exemplaar (P1), reageerde Hermans op de door redacteur Oscar Timmers al aangebrachte correcties. Timmers had de proef in detail doorgenomen en daarbij al veel zet- en drukfouten gecorrigeerd, en de nodige wijzigingen aangebracht in de interpunctie. Daarbij las hij de proef één op één met de kopij van Hermans, wat hem in staat stelde ook her en der weggevallen woorden, en af en toe een zinsfragment dat ten onrechte niet was gezet,[16] alsnog toe te voegen. Timmers, die zijn correcties in potlood had aangebracht, stelde af en toe ook stilistische wijzigingen voor of wees Hermans door middel van een vraagteken in de marge op vermeende fouten, onduidelijkheden of slordige formuleringen. De opmerkingen van Timmers waren voor Hermans soms aanleiding zijn tekst iets te wijzigen,[17] maar Hermans liet zich niet altijd overtuigen: de toevoeging van het lidwoord ‘het’ in de zinsnede ‘van een schip moet worden gehaald, dat op het punt staat naar Amerika te vertrekken’ werd door Hermans op de proef weer ongedaan gemaakt.’[18] Ook op andere plaatsen op de proef waar een woordje leek weggevallen werd de tekst niet gecorrigeerd.[19]
Op dit exemplaar van de proef nam Hermans, daarbij gebruik makend van verschillende kleuren inkt, ook de herzieningen over die hij al eerder in zijn eigen exemplaar (P1) had aangebracht, en bracht hij nog wat meer kleine wijzigingen aan. Zo veranderde hij de zinsnede ‘het kreng van een dood konijn’ naar ‘de resten van een dood konijn’, corrigeerde hij op basis van de eerdere opmerking van de redacteur in het typoscript (M2) de kleurstelling van het wapenschildje op het officiersmes,[20] veranderde op verschillende plaatsen in de tekst de werkwoordcombinatie ‘laten… kijken’ in ‘laten… zien’ en wijzigde twee keer bij een zin in de directe rede het woord ‘officier’ naar het deftiger ‘of’cier’.[21] In heel beperkte mate, en dan vooral in het laatste deel van de roman, breidde hij de tekst nog uit, met herschreven passages van één of enkele zinnen. Ook daarbij zet Hermans, zoals hij dat eerder deed bij het herzien van het typoscript (M1, zie hierboven) het onmachtig en weifelend optreden van Alberegt nog wat zwaarder aan met onder andere de wijziging van de zinnetjes ‘Maar Alberegt vroeg het niet. / Alewijn vertelde het uit zichzelf.’ naar ‘Maar Alberegt vroeg niets, zichzelf vervloekend dat hij niet gedaan had of hij Alewijn niet zag die, zonder dat hem wat gevraagd was, begon te vertellen:’.[22]
Hermans corrigeerde de proef in delen, en stuurde gedurende de maand juli de tekst ook in delen naar De Bezige Bij terug. Eind juli 1971 was Hermans klaar met zijn redactie van de proeven, en ging het laatste deel van de proeven retour naar de uitgeverij, waarbij Hermans nog eens benadrukte dat er nauwkeurig naar de wijzigingen diende te worden gekeken, zodat er geen nieuwe fouten zouden ontstaan: ‘Er is niet veel bijzonders over op te merken, alleen dit: Op de pagina’s 297, 299, 303 en 385 staan een paar correcties die mogelijk enige beroering in het zetsel zullen teweegbrengen. Mag ik daarvoor uw bijzondere aandacht vragen? Wilt u de zetter op het hart drukken er niet een paar totaal nieuwe fouten van eigen vinding in te maken?’[23]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D1m1
Kopijexemplaar van de eerste druk voor de tweede druk van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten
Omvang: 400 pagina’s
September-oktober 1971
Archief De Bezige Bij

Op 19 augustus 1971, nog bijna een maand voordat de roman zou verschijnen,[24] stuurde De Bezige Bij Hermans een exemplaar in losse katernen van de eerste druk van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten.[25] Zodra die eerste druk er was, ontving Hermans van de uitgeverij een correctie-exemplaar ten behoeve van de tweede druk van de roman, waarin door Dolf Hamming al een aantal correctievoorstellen waren aangegeven.[26] Hermans gebruikte dit exemplaar, dat zou gaan dienen als kopijexemplaar voor de tweede druk van de roman, voor het aanbrengen van wijzigingen en correcties. Daarbij ging het grotendeels om zet- en drukfouten, daarnaast bracht Hermans een tiental kleine stilistische wijzigingen aan. Twee door de Bezige Bij gesuggereerde correcties, vraagtekens in de marge bij een zin met betrekking tot de joodse afkomst van Brahms en bij de verwijzingen naar Tom Poes en Bullebas, werden door Hermans niet overgenomen.[27]
Ook enkele vrienden, in het bijzonder Jaco Groot van Uitgeverij De Harmonie en Rudy Kousbroek, die de roman beiden in de drukproefversie hadden gelezen, wezen Hermans op kleine inhoudelijke inconsistenties.[28] Ook hier nam Hermans niet zomaar alle voorstellen over, en in een antwoord aan Kousbroek weerlegde hij enkele van de door Kousbroek veronderstelde vergissingen.[29] Met dank aan Kousbroek corrigeerde Hermans wel het tijdstip waarop de boot met Sysy naar Engeland zou vertrekken van ‘een uur of acht’ naar ‘een uur of zeven’, verdween de brief uit handen van het doodgereden kind niet langer in de zijzak van Alberegts colbert, maar in zijn overjas, en herstelde Hermans de foutieve schrijfwijze van de naam ‘Lindenbaum’ (in de eerste druk als ‘Lichtenbaum’) op de envelop van die brief.[30] Andere kleine inhoudelijke correcties betreffen onder andere de aanpassing van de formulering ‘vreemde staatshoofden’ naar ‘bevriende staatshoofden’ en de aankondiging van de film You can’t take it with you, waarbij de naam van acteur James Stewart in de plaats komt van Gary Cooper.[31] Alle correcties werden overgenomen in de tweede druk van de roman, die begin 1972 zou verschijnen.

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D3m2
Correctie-exemplaar van de derde druk van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten
Omvang: 400 pagina’s
1977
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Herinneringen van een engelbewaarder [2]

Twee jaar na het verschijnen van de tweede druk volgde in mei 1974 een derde, ongewijzigde druk van de roman, waarna het opnieuw een paar jaar zou duren voor er weer herdrukt ging worden. Toen het zo ver was gaf Hermans voor Herinneringen van een engelbewaarder één wijziging in interpunctie door voor de vierde druk van de roman: ‘Wat betreft de Herinneringen van een engelbewaarder: / Op blz. 246, regel 11 van boven, zou de dubbele punt beter een streepje kunnen zijn. Het zou dan dus worden: // en dan denkt hij bij zichzelf: deze meneer liegt – waarom? // Verdere correcties zijn er niet.’[32] Hermans nam de correctie ook op in zijn exemplaar van de derde druk van de roman, dat geen verdere wijzigingen bevat.

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


D4m3
Correctie-exemplaar van de vierde druk van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten
Omvang: 400 pagina’s
1979
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Zonder Aantekeningen/Herinneringen van een engelbewaarder

Zomer 1979 verscheen een vijfde druk van Herinneringen van een engelbewaarder. Ook deze herdruk bevat slechts één wijziging, die Hermans aangetekend had in een correctie-exemplaar van de vierde druk. Hermans ontving het correctie-exemplaar in de tweede helft van maart 1979.[33] De correctie is de verbetering van de terugverwijzing in de zin ‘Zij sprak nu geen gebroken Nederlands, dat zij toch nooit goed zou leren uitspreken’ naar ‘Zij sprak nu geen gebroken Nederlands, taal die zij toch nooit goed zou leren uitspreken’.[34]

[Terug naar overlevering]


D5m4
Correctie-exemplaar van de vijfde druk van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten
Omvang: 400 pagina’s
1979
Letterkundig Museum
WFH (Boeken) Primair/Met Aantekeningen/Herinneringen van een engelbewaarder [3]

Hermans ontving de vijfde druk van Herinneringen van een engelbewaarder volgens een datering op de binnenzijde van het omslag op 24 juli 1979. De Franse titelpagina van het exemplaar bevat een lijstje met verwijzingen naar een vijftiental correcties. Een aantal daarvan betreft zetfoutjes en fouten in de interpunctie waarop Frans Janssen Hermans had gewezen,[35] bij de overige correcties gaat het vooral om woordvarianten en minieme wijzigingen in zinnen met directe rede. Op één na alle correcties uit het correctie-exemplaar werden verwerkt in de zesde druk van de roman, alleen Hermans’ herziening van de spelling ‘camoeflage’ naar ‘camouflage’ werd bij het verwerken van de correcties over het hoofd gezien.[36] De zesde druk van Herinneringen van een engelbewaarder zou in maart 1982 uitkomen, waarna er geen gewijzigde herdrukken van de roman meer zouden volgen.

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


[1] De later die maand in Raster verschenen voorpublicatie ‘Fragment uit in Een engelbewaarder (Herinneringen van)’ (T1) was gezet naar een eerdere versie van de roman. Ten opzichte van deze voorpublicatie heeft het typoscript enkele kleine inhoudelijke en stilistische herzieningen, en zijn er wijzigingen in spelling, interpunctie en dialoogsysteem.
[2] Namens uitgeverij De Bezige Bij achtereenvolgens Marijke Pieterse en Dolf Hamming in afzonderlijke brieven aan Hermans, beide op 14 juni 1971, archief-Hermans. Zie hiervoor ook de Commentaar bij Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten, in Willem Frederik Hermans, Volledige Werken, deel 4. Amsterdam 2012, p.636.
[3] Een voorbeeld daarvan is de toegevoegde passage: ‘Hij besefte dat wat hem overkomen was, aan het ongeloofwaardige bleek te grenzen. Hij had een kind aangereden, een willekeurig kind op een stille landweg. Maar het was geen willekeurig kind. Zijn beste vriend Erik bleek dat kind te kennen. Erik, zijn beste vriend, wist al half en half wat dat kind overkomen was.’ (p. 87-88 in de editie). Vergelijkbaar is een langere inlas, kort voor een hoofdstukeinde: ‘Achter zijn bureau gezeten, zei hij bij zichzelf: Talloze mogelijkheden, maar allemaal onzeker, onrijp. […] Toen duwde hij het vloeipapier in de la, schoof hem dicht en deed hem op slot.’ (p. 198-199 in de editie). Ook Alberegts onmacht om het handelen van andere personages te duiden krijgt meer nadruk, bijvoorbeeld via de toevoeging: ‘Ze zegt maar wat, dacht hij. Ze zegt maar wat. De mensen zeggen maar wat. Ikzelf zeg ook maar wat. Al dagen achtereen zeg ik maar wat. – Bert, zou je dat kind niet kunnen laten opsporen? – Ik zeg maar wat. Ik wil niet ontmaskerd worden, ik ben in gevaar. Maar zij zeggen ook maar wat. Het lijkt wel of iedereen in het geniep een kind heeft doodgereden.’, in de editie op p. 369.
[4] Citaten in de editie op p. 65, 87 en 296.
[5] Voorbeeld daarvan is een in het typoscript op wit papier ingeplakte inlas van drie alinea’s na de zin ‘“Neem een sigaret,” zei Mimi en stak er zelf ook een op.’: ‘Bittere gedachten kwamen Alberegt in de zin. Waar heeft Erik zoveel geld vandaan gehaald? vroeg de duivel. […]Hij gaat er alleen vandoor, je zult het zien.’, in de editie op p. 350.
[6] Achtereenvolgens de passages ‘En toen volgde: “Er wordt gewaarschuwd tegen valse berichtgeving. Luistert uitsluitend naar de bekende stemmen.” Muziek.’ en ‘Andere mensen hadden hun ramen dichtgemaakt met zwart papier en het licht opgestoken. Hij niet. […] Sysy had een hekel aan die kledij, omdat de gevangenen in de concentratiekampen zulke gestreepte pakken droegen.’, in de editie op p. 123 en 259.
[7] Bijvoorbeeld door het toevoegen van zinnen als ‘De zwerm vogels en het stof leken tot eenzelfde wereld te behoren, een andere dan die van het paard, de machine en de boer.’ en ‘Boerderijen daar tussen in, weerloos en proper, hun openstaande ramen schenen te zeggen: wij hebben niemand iets misdaan.’, in de editie op p. 122 en 281.
[8] De tiende druk van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten (1993), die als uitgangspunt voor de tekst van de editie diende, heeft evenmin als de voorafgaande drukken inspringende alinea’s, waardoor het begin en einde van een alinea niet altijd eenduidig is vast te stellen. Bij dergelijke twijfelgevallen is de indeling van de tekst in de editie gebaseerd op die van de typoscripten M1 en M2. De weergave van eerste woorden en incidenteel een eerste zin na een witregel in kleinkapitaal in de bij leven van Hermans verschenen drukken van de roman volgt de weergave van het typoscript en wordt in de editie gehandhaafd.
[9] Het typoscript, dat midden in een zin afbreekt, bevat de romantekst tot en met halverwege p. 145 van de editie, met als laatste zinnen: ‘Vanochtend zou ik helder zijn geweest. Ik ben nu helder. Ik zou een collega hebben opgebeld, als die vervloekte moffen niet gekomen waren. Opbellen, de’.
[10] Dolf Hamming (Bezige Bij) meldt op die datum aan Hermans dat het manuscript bij de drukker is ingeleverd, en dat direct met het zetten van de roman is begonnen. Een deel van de eerste proef verwacht Hamming rond 9 juli (Hamming aan Hermans, 22 juni 1971, archief-Hermans).
[11] Op het tweede exemplaar van de eerste proef (zie verder hieronder bij P2) corrigeerde Hermans de zin ‘Op het gekorrelde zwarte handvat was een wit wapenschildje met een rood kruis aangebracht.’ ‘naar ‘Op het gekorrelde zwarte handvat was een rood wapenschildje met een wit kruis aangebracht.’, in de editie op p. 56.
[12] Dolf Hamming aan Hermans, 2 juli 1971, archief-Hermans.
[13] De Bezige Bij zond bijvoorbeeld porties aan Hermans op 5, 6 en 12 juli 1971 (Dolf Hamming aan Hermans, 5 en 6 juli 1971, en Tessa Fagel (De Bezige Bij), 12 juli 1971, archief-Hermans).
[14] Hermans prefereerde op de proef bijvoorbeeld de schrijfwijze ‘klandestien’ boven ‘clandestien’, zoals de zetter het conform het typoscript had gespeld. Overigens volgde de zetter niet altijd de spelling van Hermans. Waar Hermans in het typoscript bijvoorbeeld ‘accoord’ schreef, werd dat in de drukproef ‘akkoord’, een schrijfwijze die Hermans op de proef ongemoeid liet.
[15] Na verschijning van de roman constateerde Rudy Kousbroek in een brief aan Hermans enkele fouten en merkwaardigheden in de roman, waarbij hij ook deze fout aanduidde: ‘Kort nadat hij Lina naakt heeft gezien heet ze opeens Mimi.’ (Rudy Kousbroek aan Hermans, 11 oktober 1971, archief-Hermans). Kousbroek, die Herinneringen van een engelbewaarder onder de titel ‘Onschuld en boete’ recenseerde in de Haagse Post van 15 september 1971, baseerde zich hier op de eerste proef van de roman, want in de eerste druk komt de fout niet meer voor.
[16] Zo was de zinsnede ‘of misschien Ferderense’ in de zin ‘Rense de fer… of misschien Ferderense, zwart, grijs, bruin, rood.’ (in de editie p. 181), een handschriftelijke toevoeging van Hermans in de bovenmarge van het typoscript, door de zetter over het hoofd gezien.
[17] Zo splitste hij op voorstel van Timmers een lange zin met twee nevenschikkingen op in twee hoofdzinnen: ‘De stem van zijn engel onderscheidde hij niet van de stem van zijn gedachten en wat er op het papier stond waren zijn gedachten op dat ogenblik niet en daardoor ging er dan ook van Alberegt’s voordracht niet de geringste bezieling uit.’ werd: ‘De stem van zijn engel onderscheidde hij niet van de stem van zijn gedachten. Wat er op het papier stond waren zijn gedachten op dat ogenblik niet en daardoor ging er dan ook van Alberegt’s voordracht niet de geringste bezieling uit.’, in de editie op p. 39.
[18] De hele zin luidt: ‘Belt op om de tip te geven dat de Duitse jodin die vier maanden bij de officier van justitie gelogeerd is geweest, onmiddellijk van een schip moet worden gehaald, dat op punt staat naar Amerika te vertrekken.’, in de editie op p. 30.
[19] Voorbeelden daarvan zijn de zinnen (cursiveringen red.): ‘Daarna zweeg zij weer, met mond half open en het leek hem of zij fluisterde:’ en ‘“Mensen die ik afgelopen dagen tweemaal per dag ben gaan opzoeken,” […]’ , in de editie op achtereenvolgens p. 235 en 363. Het gaat hier niet om fouten in de proef, maar om ogenschijnlijk slordige formuleringen van Hermans, die op de proef exact werden overgenomen uit het typoscript (M2). Ook formuleringen als ‘op de duur’ en ‘te allen tijd’ (in de editie resp. op p. 193 en 212) op de proef komen overeen met het typoscript. In alle gevallen handhaaft de editie de oorspronkelijke tekstversies.
[20] De eerste herformulering in de editie op p. 47, zie voor de tweede wijziging hierboven noot 11.
[21] In de editie op achtereenvolgens p. 154 en 210. Op de proef typte Hermans in de ondermarge het woord nog eens expliciet in de nieuwe schrijfwijze uit.
[22] Fragment in de editie op p. 243.
[23] Hermans aan De Bezige Bij (Dolf Hamming), 30 juli 1971, doorslag in archief-Hermans. Zie ook de Commentaar in Hermans, Volledige Werken, deel 4, p. 638.
[24] Zie hiervoor ook de Commentaar
in Hermans, Volledige Werken, deel 4, vanaf p. 640.
[25] De Bezige Bij (Dolf Hamming) aan Hermans, 19 augustus 1971, archief-Hermans. Het exemplaar, met datumstempel 19 augustus 1971, bevindt zich in het archief-Hermans.<br
/>
[26] De Bezige Bij (Dolf Hamming) aan Hermans, 17 september 1971, archief-Hermans.
[27] Achtereenvolgens de fragmenten: ‘“Ik zal nu enkele liederen zingen van Brahms en Mahler, twee componisten die in Duitsland, waar zoveel over Kultur gepraat wordt, verboden zijn, omdat ze joden waren.”’ en ‘ “Nou, opper eens een idee. Tom Poes! Verzin een list.” / “Ik denk even na,” zei Alberegt en keek op de grond. / “Toch naar commissaris Bullebas gaan?” vroeg Erik.’, in de editie op p. 92 resp. 109. De eerste veronderstelde fout komt ook ter sprake in de recensie van Jan Blokker (‘Herinneringen van een engelbewaarder: klassieke roman bij uitnemendheid. Geen mus valt van het dak zonder een gevolg, in: De Tijd, 18 september 1971). Zie voor het anachronisme rond Tom Poes ook de Commentaar in Hermans, Volledige Werken, deel 4, p. 652-653.
[28] Jaco Groot (De Harmonie) aan Hermans, 23 september 1971 en Rudy Kousbroek aan Hermans, 11 oktober 1971, archief-Hermans. Zie ook hierboven, noot 15.
[29] Hermans aan Rudy Kousbroek, 29 oktober 1971, doorslag in archief-Hermans. Zie hiervoor ook de Commentaar in Hermans, Volledige Werken, deel 4, p. 651-652.
[30] In de editie achtereenvolgens op p. 86, 36 en 55.
[31] Zie hiervoor p. 39 en 59 in de editie.
[32] Hermans aan De Bezige Bij, doorslag in archief-Hermans, 7 april 1977. Zie voor het fragment in de editie p. 245.
[33] De Bezige Bij aan Hermans, 21 maart 1979, archief-Hermans.
[34] In de editie op p. 190.
[35] Frans Janssen aan Hermans, 21 september 1979, archief-Hermans.
[36] Elders in de roman hanteert Hermans consequent de Franse schrijfwijze. In de editie is de schrijfwijze alsnog aangepast naar de gecorrigeerde vorm in het correctie-exemplaar. Zie ook de editeursingrepen bij Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten.


De tekstbezorging van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten

De tekstbezorging bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.

Editeursingrepen

In de uitgave van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten in de Volledige Werken zijn, op grond van het kritisch onderzoek van de basistekst (tiende druk, 1993 (D10)) en de tekstvergelijking van voorafgaande boekdruk, tijdschriftpublicaties en overige primaire en secundaire documentaire bronnen die relevant zijn voor de tekstgeschiedenis, de hieronder volgende correcties in de basistekst aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer van de boekuitgave wordt eerst de verbeterde lezing vermeld, gevolgd door de oorspronkelijke, foutieve lezing van de basistekst. Indien een of meer voorafgaande versies de juiste lezing hebben wordt daarna via het sigle verwezen naar de meest recente tekstversie met deze lezing.

p. 15, r. 1 ik zag hen langs mij ik zag hem langs mij T1
p. 111, r. 21 Is het dat soms?’ Is het dat soms?
p. 152, r. 7-8 hielp niet, want hielp niet. want M1
p. 156, r. 21 te lachen. En te lachen.En M1
p. 158, r. 23-24 op nummer tweeëndertig.’ op nummer tweeëndertig. M1
p. 169, r. 13 Wat een kans! Wat een kans!’
p. 213, r. 34 de boekhandelaars, iedereen…’ de boekhandelaars, iedereen…
p. 224, r. 8 ‘Nieuws?’ vroeg Erik ‘Nieuws? vroeg Erik
p. 278, r. 35 toch werkelijk niets?’ toch werkelijk niets?
p. 312, r. 14 dan, plotseling, begint dan, plotseling begint D1
p. 325, r. 25 zei Erik, ‘jij bent zei Erik, jij bent M1
p. 331, r. 12-13 witte ovale plaatje witte ovale plaattje M1
p. 336, r. 26 jawel, ‘ zei Gerland jawel,’ zie Gerland M1
p. 371, r. 8 radio meer,’ zei Mimi radio meer,’ zie Mimi M1
p. 383, r. 33-34 met zijn Renserozes met zijn Renzerozes M1
p. 389, r. 29 waren ter camouflage waren ter camoeflage D5m4
p. 395, r. 18 p. 300, r. 6 p. 300 r. 6

Witregels

Op de volgende pagina’s in de uitgave van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten valt het staartwit van de pagina samen met een witregel:

p. 12
p. 14
p. 15
p. 24
p. 31
p. 33
p. 52
p. 83
p. 93
p. 96
p. 113
p. 116
p. 125
p. 146
p. 165
p. 184
p. 258
p. 268
p. 293
p. 378


Koppeltekens

In de uitgave van Herinneringen van een engelbewaarder. De wolk van niet weten moeten de afbrekingstekens in de hieronder vermelde woorden als koppelteken gelezen worden:

p. 61, r. 29-30 Veer-Tien
p. 119, r. 21-22 These-antithese-synthese
p. 147, r. 4-5 zwart-marmeren
p. 210. r. 22-23 pro-Duits
p. 221, r. 22-23 niet-jood


Naar boven