Gitaarvissen en banjoklokken (1991)

Gitaarvissen en banjoklokken

Inleiding

In de herfst van 1969 publiceerde het tijdschrift Raster ‘Fragment uit Gitaarvissen en banjoklokken’, een bijdrage met dagboekaantekeningen van Hermans’ rondreis door de Verenigde Staten twee jaar eerder. In 1970 verscheen een ander deel van Hermans’ aantekeningen in het door Thomas Rap uitgegeven boekje Hollywood. Nadat De schrijfmachine mijmert gekkepraat (1989) niet helemaal naar Hermans’ tevredenheid door diezelfde uitgeverij was gepubliceerd, benaderde Hermans Thomas Rap een jaar later, om bij wijze van herkansing, de Amerikaanse dagboeknotities in een kleine oplage te publiceren. Rap nam het voorstel aan, en eind 1991 verscheen Gitaarvissen en banjoklokken. Deze eerste en enige uitgave vormt het uitgangspunt voor de tekst van de editie.

De tekstgeschiedenis van Gitaarvissen en banjoklokken biedt een overzicht van alle in het onderzoek gebruikte documentaire primaire bronnen, met bibliografische verwijzingen naar gedrukt materiaal en beschrijvingen van niet openbaar toegankelijk archiefmateriaal; dit onderdeel bevat bovendien uniek beeldmateriaal uit het archief-Hermans.

De tekstbezorging van Gitaarvissen en banjoklokken bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Gitaarvissen en banjoklokken samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.


De tekstgeschiedenis van Gitaarvissen en banjoklokken

De hieronder gepresenteerde lijst biedt een beknopt overzicht van alle overgeleverde primaire documentaire bronnen van Gitaarvissen en banjoklokken die van belang zijn voor de tekstgeschiedenis van het boekje. Deze zogenaamde ‘overlevering’ bestaat per bron uit drie onderdelen: een gecodeerde aanduiding van de bron (het sigle), een korte beschrijving van de bron met een datering en, indien van toepassing, een verwijzing naar de relevante nummers in de primaire Hermans-bibliografieën Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans van Janssen en Van Stek (verder: JS) of Schrijven is verbluffen van Delvigne en Janssen (verder: DJ).[1]
Alle niet openbaar toegankelijke bronnen krijgen een beknopte documentaire beschrijving die direct vanuit de overlevering aanklikbaar is. De bronbeschrijvingen kunnen ook in chronologische volgorde worden geraadpleegd. Deze beschrijvingen geven via een aantal illustratieve voorbeelden aan hoe Hermans zijn teksten in de loop van een groot aantal jaren herzag en gaan ook in op de rol van derden (uitgevers, redacteuren, typografen, zetters, correctoren en lezers) bij dit voortdurende proces van herzien en verbeteren.[2] Aan de beschrijvingen gaat een korte bibliografische typering vooraf: deze bestaat achtereenvolgens uit het sigle, de beknopte beschrijving van de bron, omvang, datering, een verwijzing naar de plaats van herkomst en een eventuele signatuur. Bij bronnenmateriaal uit het archief-Hermans is een afbeelding toegevoegd.

[1] Zie voor een meer uitgebreide toelichting bij de Overlevering de Inleiding bij de Tekstgeschiedenis van de roman Conserve (Volledige Werken Deel 1).
[2] Uit het archiefonderzoek voor de tekstconstitutie blijkt dat Hermans incidenteel ook wijzigingen aanbracht in teksten die in een bloemlezing werden opgenomen. Ook die krijgen een aparte bronbeschrijving. Primaire bronnen zonder inhoudelijke correcties, die wel zijn opgenomen in Het bibliografische universum, krijgen geen aparte beschrijving.


Overlevering

verwijst naar een afbeelding afkomstig uit het archief-Hermans/collectie Frans A. Janssen

M1 Dagboekaantekeningen (kopie) van reis Amerika (1968)  
M2 Typoscript (kopie) van Gitaarvissen en banjoklokken. Notities (1969/1970-1991)
T1 ‘fragment uit Gitaarvissen en Banjoklokken’ in Raster (1969) (DJ 393)
M3 Kopij (kopie) voor Hollywood (1970)  
D1Ho Eerste druk van Hollywood (1970) (JS 299)
M4 Kopij (kopie) voor Gitaarvissen en banjoklokken (1991)
M5 Kopij (kopie) voor Gitaarvissen en banjoklokken (1991)
P1 Eerste drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken (1991)
P2 Tweede drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken (1991)
P3 Derde drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken (1991)
P4 Vierde drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken (1991)
D1 Eerste druk van Gitaarvissen en banjoklokken (1991) (JS 429)

Bronbeschrijvingen van Gitaarvissen en banjoklokken

M1
Dagboekaantekeningen (kopie) van reis Amerika
Omvang: 72 bladen
1968
Collectie Frans A. Janssen

In het in december 1991 verschenen Gitaarvissen en banjoklokken meldt Hermans dat de dagboekaantekeningen in deze tekst terugvoeren op een ‘aantekenboekje dat ik voortdurend bij mij droeg, toen ik in 1967 deze reis maakte.’[1] Die reis, die plaatsvond op uitnodiging van het tijdschrift Avenue, bracht Hermans in januari en februari van dat jaar in een aantal Noord-Amerikaanse staten, en hij maakte daarbij uitgebreide notities.[2] In de loop van 1968 begon hij met de uitwerking van het dagboekje, en bij zijn tweede omwerking van het dagboekmateriaal in 1969 verwees hij terug naar die eerste bewerking: ‘De inhoud van dat aantekenboekje heb ik, ongeveer een jaar geleden, al een keer overgetikt, niet geheel tekstgetrouw. Ook nu zie ik geen enkele reden alles wat me bij het herlezen van die aantekeningen te binnen schiet, er niet alsnog bij te voegen.’ En toen Hermans in januari 1970 besloot om de tweede omwerking van het dagboekje onvoltooid te laten, kwam de eerste uitgewerkte versie opnieuw ter sprake: ‘Heb vandaag het besluit genomen het nutteloze overtikken van dit Amerikaanse dagboekje voorgoed te staken. Ik stop de rest met het al overgetikte in een klapper, die ik met al het andere materiaal op zolder in een ijzeren kast zal wegbergen.’[3] Mogelijk heeft Hermans zowel het oorspronkelijke aantekenboekje als het weggeborgen materiaal op een later moment vernietigd, want het archief-Hermans bevat geen ontstaansmateriaal van Gitaarvissen en banjoklokken. In de Hermanscollectie van Frans Janssen bevinden zich echter kopieën van de in 1968 uitgetikte eerste versie van het aantekenboekje, die deel uitmaken van een omvangrijke verzameling primaire bronnen rondom Gitaarvissen en banjoklokken, bij de totstandkoming waarvan Frans Janssen als typograaf betrokken was.[4]
Van deze versie uit 1968 (‘het al overgetikte’) en ‘al het andere materiaal’ zijn bij elkaar 72 bladen in kopie overgeleverd. Voor het grootste gedeelte gaat het om oorspronkelijk tweezijdig beschreven, ongenummerde 17-rings multoblaadjes, die op twee plaatsen worden afgewisseld met enkele pagina’s met kopieën van opschriften en illustraties, en handschriftelijke aantekeningen. Voorafgaand aan de notities bij ‘woensdag 11 januari ’67’ zijn dat vier multoblaadjes met daarop geplakt enkele opschriften van onbekende herkomst, door Hermans van commentaar voorzien, een knipsel en een advertentie. Bij de aantekeningen van ‘zaterdag 14 januari ’67’ zijn drie blaadjes toegevoegd met handschriftelijke aantekeningen over Death Valley; die zijn ten minste voor een deel ontleend aan het werk van de Amerikaanse bioloog Edmund C. Jaeger, wiens naam na de aantekening ‘vervolg’ bovenaan de eerste van de drie pagina’s vermeld staat.[5]
De dagboekaantekeningen in dit typoscript bevatten ook de notities bij maandag 16 tot en met donderdag 26 januari, die Hermans in Gitaarvissen en banjoklokken zou weglaten,[6] bij elkaar twaalf pagina’s typoscript. Die aantekeningen documenteren Hermans’ verblijf in Arizona (Flagstaff, Holbrook) van 15 tot en met 18 januari, waar hij onder andere de Grand Canyon, Mount Humphreys, Navajo County en het Petrified Forest bezocht, en Californië (San Francisco), waar hij vanaf 19 januari tot en met vrijdag 27 januari was en een bezoek bracht aan onder meer Berkeley, Oakland, Alcatraz Island en het Golden Gate Park. Waar Gitaarvissen en banjoklokken na nog een laatste fragment met dagboektekst van 26 januari 1967 definitief afbreekt, volgen in het typoscript bovendien elf pagina’s met aantekeningen vanaf vrijdag 27 januari tot en met 11 februari 1967, die vanaf 1 februari betrekking hebben op Hermans’ verblijf (tot en met 10 februari) in New York. Volgend op de aantekeningen in typoscript bevat de kopie daarna nog eens zeventien pagina’s met afbeeldingen van onder andere bustickets, toegangskaartjes, suikerzakjes, enkele advertenties, en notities in handschrift met vertrektijden en reisschema’s.
De eerste zinnen van de dagboekaantekeningen uit 1968 wijken behoorlijk af van de uiteindelijke tekst die Hermans in 1991 in Gitaarvissen en banjoklokken zou laten uitgeven luiden als volgt: ‘Op Orly geluncht met de Kousbroeken. Hadden jongste kind meegebracht, dat in vieze kleren over de vloe[r] kroop. Ethel droeg een paars broekpak, Rudy een nieuw tweedjasje… // Twee uur. Vertrek vliegtuig naar Los Angeles. Driekwart leeg. De jongste van de drie stewardessen heeft het gezicht van Cleopatra die in een slecht humeur is.’ De namen van de familie Kousbroek werden veranderd naar Von Buch, Hermans schrapte zinnen, voegde nieuwe tekst toe en bijna alle zinnen die ook in Gitaarvissen en banjoklokken terechtkwamen ondergingen wijzigingen.[7] Daarmee is de openingsscène illustratief voor de bewerking die de dagboekaantekeningen na 1968 nog ondergaan. Hermans zou bijna alle tekst nog bewerken, passages schrappen en nieuwe beschrijvingen toevoegen.
Overigens had Hermans onderdelen uit zijn Amerikareis die ook in dit typoscript voorkomen al verwerkt in een andere publicatie. Van de niet in Gitaarvissen en banjoklokken opgenomen aantekeningen van 27 tot en met 31 januari 1967 publiceerde hij in juli van dat jaar fragmenten onder de titel ‘Nevadah en Utah of twee families Smith’ in het weekblad Avenue.[8] En bijna tien jaar nadien zou het eerste zinnetje van een fragment uit de notities van 5 februari deel gaan uitmaken van Hermans’ in eigen beheer uitgegeven Dinky Toys: ‘Vies als de vingertoppen van een blinde. / Blinde vrouw gezien bij Toffenetti, die coleslaw en mayonaisse met haar vingers at.’[9]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


M2
Typoscript (kopie) van Gitaarvissen en banjoklokken. Notities
Omvang: 39 bladen
1969-1970/1991
Collectie Frans A. Janssen

Met de tweede bewerking van het Amerika-dagboek begon Hermans medio juni 1969. Zoals blijkt uit de becommentariërende opmerkingen die Hermans op dat moment ging toevoegen aan de oorspronkelijke dagboektekst, vond die bewerking vanaf juni 1969 met grote tussenpozen plaats, met een laatste aantekening op 5 januari 1970, de dag waarop Hermans besloot ‘het nutteloze overtikken van dit Amerikaanse dagboekje voorgoed te staken.’[10] Maar voordat Hermans de tekst ruim twintig jaar later alsnog in Gitaarvissen en banjoklokken zou publiceren, was deze toch goed voor twee publicaties: Al kort na het begin van de nieuwe bewerkingsfase in 1969 verschenen de dagboekaantekeningen van vrijdag 6 en zaterdag 7 januari 1967 in Raster (T1),[11] en ruim een jaar later publiceerde uitgeverij Thomas Rap met het boekje Hollywood (D1Ho) een vervolgfragment, met aantekeningen van 7 januari tot en met woensdag 11 januari 1967.[12]
Ook van deze tweede omwerking van het dagboekje bevindt zich een typoscript in de collectie van Frans Janssen. Dit document bestaat uit 39 bladen (in kopie) van een ten opzichte van de versie uit 1968 sterk gewijzigd typoscript. De eerste, ongenummerde pagina vermeldt de titel ‘willem frederik hermans / GITAARVISSEN EN BANJOKLOKKEN / notities’, waarna 34 genummerde pagina’s volgen. Tussen de genummerde pagina’s bevinden zich twee ingevoegde, ongenummerde bladen, en ook de laatste twee pagina’s van het typoscript zijn ongenummerd. Bij de ingevoegde bladen gaat het om herzieningen en aanvullingen ten opzichte van de aantekeningen uit 1968 (M1).[13] De twee laatste pagina’s bevatten het slot van Gitaarvissen en banjoklokken. Op het eerste van die bladen noteerde Hermans bij de aantekening van dinsdag 5 januari 1970 in handschrift de vervolgaantekening van 17 maart 1991,[14] het tweede blad bevat de dagboekaantekeningen van 26 januari 1967, in een eerdere versie van 1968; het gaat hier om een uitwerking van de tekst van de aantekeningen uit 1968 (M1).[15]
Deze typoscriptversie van Gitaarvissen en banjoklokken kent ten opzichte van de aantekeningen van een jaar eerder veel correcties en aanvullingen, deels in handschrift. Zo vermeldden de aantekeningen bij 8 januari 1967 alleen nog maar de tekst van het reclamebord ‘The volkswagen stickshift. It makes you feel needed’, waaraan Hermans nu een beschouwing toevoegt. Ook het overgrote deel van de andere notities bij deze dag ontbreekt in het typoscript van 1968.[16] Andere voorbeelden van vergelijkbare aanvullingen en herschrijvingen zijn, bij de aantekeningen van 9 januari, de passages ‘Sommige straten hier […] te laten lopen’ en ‘Die puntjes geven […] monumentaal bedoeld zijn’,[17] en op 11 januari het fragment dat direct volgt na het opschrift ‘anarchism now! / Wellcome to Los Angeles, the City / of Blue Fascism’.[18]
De vele handschriftelijke correcties en aanvullingen op het typoscript lijken allemaal in de tweede helft van 1969, dan min of meer gelijk opgaand met het uitwerken van de nieuwe typoscriptversie te zijn aangebracht. De correcties kwamen voor een deel na de publicatie van het eerste fragment van het dagboek in Raster tot stand.[19]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


M3
Kopij (kopie) voor Hollywood
Omvang: [ 18 pagina’s ]
Augustus 1970
Collectie Frans A. Janssen

Bijna een jaar na de publicatie van het eerste ‘fragment uit Gitaarvissen en banjoklokken’ in Raster leverde Hermans de kopij in voor Hollywood, dat in oktober 1970 bij uitgeverij Thomas Rap zou verschijnen.[20] In de tussentijd had Hermans niet of nauwelijks meer aan het Amerika-dagboekje gewerkt.
De kopij voor Hollywood, in kopie overgeleverd in de collectie van Frans Janssen, bestaat uit achttien, met uitzondering van het titelblad genummerde pagina’s. De kopij, met daarop ook zetinstructies (onder andere met betrekking tot de weergave van de opschriften en reclameteksten, die deels in kapitalen en deels gespatieerd weergegeven dienden te worden), begint halverwege de dagboeknotities van 7 januari 1967: met herneming van de laatste pagina van de in Raster afgedrukte tekst sluit Hollywood daarbij aan. Hermans typte de aantekeningen van 7 januari op de kopij voor Hollywood opnieuw uit, met weglating van de al in Raster gepubliceerde tekst, en met een enkele toegevoegde bijzin ten opzichte van het eerdere typoscript (M2). Dat vormde wel de basis voor de kopij, die op drie pagina’s na een kopie van dat typoscript is. De correcties en aanvullingen in handschrift op de kopij nam Hermans ook grotendeels over van het voorafgaande typoscript, hoewel hij af en toe eerdere doorhalingen achterwege liet en incidenteel nog een nieuwe correctie of herformulering aanbracht. Enkele grotere wijzigingen zijn er ook. Zo liet Hermans bijna alle dagboeknotities van 10 januari en het eerste deel van de aantekeningen van 11 januari weg, op het eerdere typoscript nog goed voor drie pagina’s. Alleen de openingsalinea over de opschriften ‘open 7 days / of / we never close’, met het bijbehorende zinnetje over Groningen, bleven behouden. De in het eerdere typoscript direct aansluitende zin ‘Zelfs de palmen doen je in Hollywood niet aan Arabieren denken’ zou Hermans nog wel gebruiken, en wel, licht herschreven, als slotzin van Hollywood. Dat Hermans de tekst hier drastisch inkortte, had een pragmatische reden: het grootste deel van de aantekeningen, opmerkingen over een bliksembezoek van een uur aan Mexico, waren door Hermans al verwerkt in het artikel ‘Lowry, aandoenlijke epigoon’, dat in de zomer van 1967 was gepubliceerd in Litterair Paspoort.[21] Op de plaatsen waar de tekst ingekort was, verving Hermans het eerdere tiksel door twee nieuwe pagina’s.[22]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


M4
Kopij (kopie) voor Gitaarvissen en banjoklokken
Omvang: 38 bladen
Mei-juli 1991
Collectie Frans A. Janssen

De feitelijke werkzaamheden voor de uitgave van Gitaarvissen en banjoklokken beginnen in het voorjaar van 1991. Begin mei van dat jaar meldt Hermans aan Thomas Rap: ‘Zojuist is Frans Janssen naar Nederland teruggekeerd. Hij was hier om het plan te bespreken en nu weten we wat meer. / Het boekje zal Gitaarvissen en Banjoklokken gaan heten. / Je mag er 1000 exemplaren van maken, 500 luxueus gebonden en 500 ingenaaid.’[23] Kort na die tijd kwam de kopij voor het boekje gereed, waarvan zich twee versies in de collectie van Frans Janssen bevinden. Eén daarvan is een voorversie (M4) van de uiteindelijke kopij (M5, zie hieronder). Deze eerste versie bestaat uit kopieën van de publicatie in Raster en van Hollywood, voorafgegaan door een nieuw titelblad voor de boekuitgave van 1991 en aangevuld met twaalf pagina’s typoscript. Een laatste pagina, anders dan de voorafgaande een doorslagvel, bevat het colofon voor de uitgave. De kopieën hebben aantekeningen in potlood met betrekking tot het zetten, die onder andere voorschrijven dat de gespatieerde weergave van opschriften in Hollywood niet langer aangehouden hoeft te worden, en dat rondom de cursief gezette stukken tekst met de inlassen van 1969 steeds twee witregels moeten volgen. Ook de typografische indeling wordt aangepast: de dagboekteksten en aantekeningen uit 1969 worden niet als in Hollywood op steeds een nieuwe pagina geplaatst, maar sluiten na elkaar aan. De toegevoegde typoscriptpagina’s die volgen op Hollywood zijn een duplicaat van de kopieën van het typoscript uit 1969 (M2), met dezelfde correcties en aanvullingen van Hermans in handschrift. De enige afwijking bestaat uit een doorhaling in potlood van de beginalinea’s op het eerste vel, waarvan de tekst (met uitzondering van de op het typoscript ontbrekende slotzin) al was afgedrukt in Hollywood. Het in doorslag toegevoegde colofon vermeldt de afgesproken oplage van 1000 exemplaren.

[Terug naar overlevering]


M5
Kopij (Kopie) voor Gitaarvissen en banjoklokken
Omvang: 36 bladen
Mei-juli 1991
Collectie Frans A. Janssen

Een tweede exemplaar van de kopij voor Gitaarvissen en banjoklokken komt nagenoeg overeen met de voorversie (M4). Het bestaat uit exact dezelfde kopieën, met uitzondering van een in M4 nog wel aanwezige doorgehaalde pagina met de uitwerking van een passage over Death Valley (zie ook hierboven, M1 en M2). Ook het colofon ontbreekt. Ten opzichte van de voorversie bevat de kopij op een aantal plaatsen een meer expliciet uitgeschreven zetinstructie. Daarnaast zijn er enkele minieme correcties van Hermans in rode inkt: hij corrigeerde de zetfouten ‘mindernachtzon’ (in Raster), ‘carosserie’ en ‘metode’ (in Hollywood) en markeerde ook in het typoscript een incidentele tikfout. Op drie plaatsen in het typoscript, onder andere op de laatste twee pagina’s (waar de handschriftelijke correcties en aanvullingen van Hermans op de kopie slecht leesbaar waren) bevat de kopij ter vervanging daarvan enkele opgeplakte stukjes typoscript.

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


P1
Eerste drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken
Omvang: 22 bladen
Augustus 1991
Collectie Frans A. Janssen

Nadat de kopij vervaardigd was, ontving Uitgeverij Thomas Rap begin augustus de definitieve kopij voor Gitaarvissen en banjoklokken, waarna de eerste proef gereedkwam op 12 en 13 augustus 1991.[24] Ruim een maand eerder had Kunstdrukkerij Mercurius-Wormerveer, die door Frans Janssen benaderd was, al een proefzetsel vervaardigd, waarover Thomas Rap op 15 juli aan Hermans schreef: ‘Van Frans Janssen kreeg ik een kleine drukproef van ‘‘Gitaarvissen en Banjoklokken’’ – jij ook, naar ik hoop – het ziet er verzorgd en mooi uit.’[25] Deze eerste proef bestaat uit twintig bladen A3-papier, waarvan de eerste twee (omslag- en titelpagina) ongenummerd zijn, de overige pagina’s hebben een met potlood toegevoegde nummering. Per A3-vel zijn steeds vier tekstpagina’s afgedrukt. Bij de proef bevindt zich een extra kopie van het omslag, met de vermelding ‘in blauw drukken!’ en de originele typoscriptpagina van het colofon, die behoorde bij de kopij (M5) voor Gitaarvissen en banjoklokken.
De proef heeft in potlood veel correcties van de hand van Frans Janssen, die bijna allemaal typografisch van aard zijn: veelal gaat het om toe te voegen inspringingen bij alinea’s en extra witregels. Bij de dagboekaantekeningen van 14 januari plaatste Janssen bovendien een uitleg voor de zetter bij de tekst: die had de kopij verkeerd begrepen en Hermans’ inlas van 19 november 1969 niet tussen de aantekeningen, maar pas aan het einde van de dagboeknotities van die dag geplaatst.[26] Op de proef corrigeerde Hermans met rode inkt drie zetfouten, en hij berichtte Frans Janssen over deze proef: ‘Ik kan er haast geen fouten in vinden, maar misschien ben ik verblind door alle bekommernissen. / Wat ik je bidden en smeken mag, lees die proeven niet alleen op eventuele typografische, maar ook op andere fouten door.’[27] Zowel de correcties van Janssen als die van Hermans werden verwerkt in de tweede drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken.

[Terug naar overlevering]


P2
Tweede drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken
Omvang: 13 bladen
Augustus/september 1991
Collectie Frans A. Janssen

Van de tweede drukproef zijn vier exemplaren overgeleverd in de collectie van Frans Janssen. Het eerste exemplaar bevat alleen typografische opmerkingen en voorstellen voor correcties in potlood, afkomstig van een redacteur van de uitgeverij. De voorgestelde correcties werden niet overgenomen op de latere proeven.[28] Op een tweede exemplaar van deze proef, op de achterkant van het laatste vel door Frans Janssen voorzien van de opschriften ‘ex. W.F.H.’ en ‘Documenten W.F.H.’, bracht Hermans een twintigtal, meest kleine correcties aan, vooral wijzigingen op woordniveau en in interpunctie. Ook gaf hij enkele typografische correcties op de proef aan, waaronder ‘grotere pijl’ bij het op de proef heel klein afgedrukte pijltje in het opschrift ‘goodbye and / god bless you / -> / exit’. Op de laatste pagina van de proef voegde hij twee zinnen toe: ‘Daarbij de Great Crested Grebe. Een grebe is een fuut.’[29] Een derde exemplaar van deze tweede proef gebruikte Frans Janssen voor het in klad (steeds in potlood) aanbrengen van opnieuw vooral typografische opmerkingen en correcties. Op dit exemplaar van de proef schreef Janssen in potlood de door Hermans op diens exemplaar van de tweede proef aangebrachte correcties over. Alle aantekeningen en correcties noteerde Janssen vervolgens in rode balpeninkt in een vierde exemplaar van de tweede proef dat als kopij diende voor de derde drukproef (P3) voor Gitaarvissen en banjoklokken.[30]

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


P3
Derde drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken
Omvang: 33 bladen
September 1991
Collectie Frans A. Janssen

Een exemplaar van de derde drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken, wederom op A3-formaat maar nu met twee tekstpagina’s per vel, werd geproduceerd op 5 september 1991.[31] De proef bevat enkele redactionele wijzigingsvoorstellen van de drukker in rode inkt die overgenomen zijn van de voorafgaande drukproef, en die hier met potlood worden bevestigd dan wel doorgehaald. De potloodcorrecties en aantekeningen, waarschijnlijk allemaal van Frans Janssen, hebben betrekking op de typografie van Gitaarvissen en banjoklokken en werden verwerkt in de opvolgende, vierde drukproef (P4).[32]

[Terug naar overlevering]


P4
Vierde drukproef voor Gitaarvissen en banjoklokken
Omvang: 34 bladen
September 1991
Collectie Frans A. Janssen

Kort na de derde drukproef kwam op 13 september 1991 een vierde proef voor Gitaarvissen en banjoklokken gereed,[33] waarvan twee exemplaren bewaard zijn. Het eerste exemplaar daarvan werd opnieuw door Hermans zelf nagezien, hetgeen resulteerde in een viertal correcties: het inmiddels in de tekst verplaatste ‘anti-missile-missile’ kreeg een hoofdletter,[34] elders in de tekst vonden drie kleine aanpassingen plaats: ‘TV toestel’ werd ‘tv-toestel’ (met kleinkapitalen en koppelteken), ‘In de zon gelopen […]’ werd ‘In de zon gewandeld […]’ en ‘nu komt het; ergens […]’ werd ‘nu komt het: ergens […]’. Op de eerste correctie na,[35] nam Frans Janssen ze over op het tweede exemplaar. Aan het eind van de maand, op 30 september 1991, werden de resterende pagina’s met correcties per fax verstuurd naar Kunstdrukkerij Mercurius.[36] Op dat moment was al besloten dat Gitaarvissen en banjoklokken een oplage van 1100 in plaats van de eerder overeengekomen 1000 exemplaren zou krijgen.[37] Van de laatste correcties werd op 7 oktober 1991 nog een finale proef afgedrukt,[38] waarna het boekje definitief in productie ging en later die maand zou verschijnen.

© Rob Mostert [Terug naar overlevering]


[1] Zie voor het citaat Willem Frederik Hermans, Volledige Werken, deel 15. Amsterdam 2012, p. 296.
[2] Zie voor meer informatie over Hermans’ reis en de plannen (de eerste dateren van 1968) om te komen tot een boekuitgave van de dagboekfragmenten uit Amerika de Commentaar bij Gitaarvissen en banjoklokken in de editie, p. 693 e.v. In opzet zijn de aantekeningen van Hermans’ Amerikaanse reis overigens vergelijkbaar met de notities die Hermans twee jaar later, ook weer in opdracht van Avenue, maakte bij zijn reis naar Suriname en de Nederlandse Antillen. Zie voor die notities de Tekstgeschiedenis van De laatste resten tropisch Nederland.
[3] De hier aangehaalde citaten in de editie achtereenvolgens op p. 296-297 en p. 330.
[4] Zie voor meer gedetailleerde informatie over de rol van Frans Janssen bij de ontstaansgeschiedenis de Commentaar bij Gitaarvissen en banjoklokken, p. 696 e.v.
[5] Zie ook de annotaties bij Gitaarvissen en banjoklokken in de editie, p. 774. De aantekeningen zou Hermans later verwerken in het typoscript voor Gitaarvissen en banjoklokken. Notities uit 1969 (M2).
[6] Zie hiervoor de tekst in de editie, p. 330-331.

[7] Zie voor de openingszinnen in de editie p. 287.
[8] Willem Frederik Hermans, ‘Nevadah en Utah of twee families Smith’ in: Avenue, juli 1967, p. 95-102. Herdrukt als ‘Twee families Smith’ in Willem Frederik Hermans, Van Wittgenstein tot Weinreb. Het sadistische universum 2. Amsterdam 1970. Nu in Willem Frederik Hermans, Volledige Werken, deel 11, p. 618-654.
[9] Toffenetti was een beroemd restaurant in New York (Broadway/43th Street), waar Hermans tijdens zijn New Yorkse verblijf enkele malen ontbeet.
[10] Citaat in de editie op p. 330.
[11] Over de totstandkoming van deze bijdrage bevinden zich in het archief-Hermans geen verdere gegevens.
[12] Zie voor de totstandkoming van Hollywood ook de Commentaar bij Gitaarvissen en banjoklokken in de editie, p. 694-695, en de beschrijving van de kopij voor Hollywood (M3) hieronder.
[13] Bij de aantekeningen van 9 januari 1967 voegt Hermans enkele zinnen toe bij de beschrijving van zijn bezoek aan Forest Lawn; De herschreven passage, op de kopij voor Hollywood (M3) opnieuw door Hermans herzien, betreft de laatste alinea’s van de aantekeningen van 9 januari, in Gitaarvissen en banjoklokken vanaf ‘En feitelijk zou je zo rustig begraven kunnen liggen op Forest Lawn.’ (citaat in de editie op p. 313). De andere ongenummerde pagina, door Hermans diagonaal doorgehaald, is een voorlopige uitwerking van de handschriftelijke aantekeningen over Death Valley uit het voorafgaande typoscript (zie hierboven, M1), die Hermans op de erna volgende pagina in het typoscript verwerkte.
[14] Zie hiervoor de editie, p. 330.
[15] Deze uitwerking is getypt in een zelfde schrijfmachineletter als die eerdere aantekeningen, maar op een ander papierformaat (geen multoblaadje, maar folio). De pagina’s van het typoscript uit 1969 hebben een andere schrijfmachineletter.
[16] Zie voor de toegevoegde tekst de editie vanaf p. 305: ‘Er moet een grondige psychische analyse […] besturen’. Na het fragment ‘Bus rijdt … geld toe geven’ is ook de rest van het hoofdstukje, met uitzondering van de reclametekst ‘Eckermann’s funeral service’ bijna geheel nieuw.
[17] Het tweede fragment van deze dag zou Hermans later nog herschrijven naar de in Hollywood en Gitaarvissen en banjoklokken afgedrukte tekst. Zie voor beide citaten p. 309 resp. p. 311 in de editie.
[18] Naar de tekst van de editie, op p. 315. Nieuw in het typoscript, in nog iets andere formulering, is de tekst ‘Ik heb geen idee […] zonder bronvermelding, spreekt vanzelf.’
[19] Slechts een deel van de handschriftelijke correcties is al verwerkt in de tijdschriftpublicatie.
[20] Hermans aan Thomas Rap en Jaco Groot, 31 augustus 1970, doorslag in archief-Hermans.
[21] Willem Frederik Hermans, ‘Lowry, aandoenlijke epigoon’. In: Litterair Paspoort 22 (1967) afl. 207 (juni-juli), p. 121-122. Opgenomen in: Willem Frederik Hermans, Van Wittgenstein tot Weinreb. Het sadistische universum 2. Amsterdam 1970. Nu in Willem Frederik Hermans, Volledige Werken, deel 11. Amsterdam 2008, p. 609-617. Waarom Hermans ook het eerste deel van de aantekeningen van 11 januari niet op de kopij overnam is niet duidelijk. Mogelijk werd deze tekst per vergissing weggelaten, omdat het typoscript M2 twee pagina’s heeft met op 11 januari gedateerde aantekeningen. Alleen de tekst onder de tweede datering haalde de kopij van Hollywood.
[22] De derde pagina waarbij de kopij M3 afwijkt van M2 betreft het fragment ‘hollywood center motel’ tot en met ‘tropical fish – open 7 days’ (in de editie p. 295-296); deze pagina met alleen opschriften heeft een afwijkende schrijfmachineletter en lijkt overgenomen uit een eerdere versie van het typoscript.
[23] Hermans aan Uitgeverij Thomas Rap, 5 mei 1991, doorslag in archief-Hermans.
[24] Datering op de drukproef, linkermarge buiten de bladspiegel. Blijkens een datumstempel op het typoscript was de kopij bij de zetter binnengekomen op 2 augustus 1991.
[25] Thomas Rap aan Hermans, 15 juli 1991, archief-Hermans. De zetproef werd op 3 juli 1991 vervaardigd, nadat de drukkerij op 27 juni een offerte aan Thomas Rap had doen toekomen. Twee exemplaren van de zetproef, een op plakstroken en een met het voor het boekje beoogde papier, bevinden zich, samen met de zetinstructie en voorafgaande aantekeningen van Frans Janssen met betrekking tot de productie, in de collectie van Frans Janssen.
[26] Janssen noteerde, als aantekening bij de zin ‘De rijpe dadels liggen op de grond, ik eet er handenvol van die ik afspoel in een beekje […]’ (citaat in de editie op p. 325-326): ‘De schrijver onderbreekt in 1969 midden in een zin zijn dagboek uit 1967, om te zeggen dat hij geen zin meer heeft in het verder uittikken van dat dagboek’, waarna Janssen op de proef aangaf hoe de tekst wel gezet diende te worden.
[27] Hermans aan Frans Janssen, 21 augustus 1991, doorslag in archief-Hermans.
[28] Tot de niet overgenomen correctievoorstellen behoorde onder andere de herschrijving van ‘ramschprijzen’ naar ‘ramsjprijzen’ en ‘esseej’ naar ‘essay’, waarbij Frans Janssen noteerde: ‘oei, dit is niet van H.!’
[29] Opschrift in de editie op p. 312, de toegevoegde zin daarin (zonder verdere cursivering, die op de latere exemplaren van de tweede proef niet werd overgenomen) op p. 333.
[30] Bij dit vierde exemplaar van de proef bevinden zich ook enkele losse documenten en aantekeningen die verband houden met de productie van Gitaarvissen en banjoklokken, alsmede een kopie van de publicatie in Raster. De proef bevat bovendien nog enkele correctievoorstellen in een afwijkende rode inktkleur en in groene inkt. Die hebben betrekking op de schrijfwijze van ‘vacantie’, ‘Jezus’ (in een Engelstalig opschrift waar het dus ‘Jesus’ zou moeten zijn) en ‘rechtsomkeerd’. Deze aantekeningen zijn afkomstig van de drukker en zouden, op de schrijfwijze van ‘vacantie’ na, waar Hermans aan vasthield, worden overgenomen bij de correctie van de derde drukproef (P3). Dat geldt ook voor een correctievoorstel in potlood op deze proef om het in de proef losstaande woord ‘anti-missile-missile’ direct achter de zin ‘Moet ik te pakken zien te krijgen’ te plaatsen (zie hiervoor p. 292 in de editie).
[31] Datering op drukproef, linkermarge buiten de bladspiegel.
[32] Van deze derde proef is in de collectie van Frans Janssen ook een incomplete kopie aanwezig, waarop nog niet alle correcties en aantekeningen staan vermeld.
[33] Datering op drukproef, linkermarge buiten de bladspiegel.
[34] Zie hierboven, noot 30.
[35] Een aantekening op het tweede exemplaar van de proef haalt deze correctie door. Het niet plaatsen van de hoofdletter in ‘anti-missile-missile’ lijkt dus een heel bewuste keuze en is daarom in de editie (p. 292) gehandhaafd, net als de plaatsing van het leesteken buiten de afhaling.
[36] Datering op faxpagina’s die zijn ingesloten bij het tweede exemplaar van de vierde proef.
[37] Een aantekening van Frans Janssen op de proef onderaan het lijstje correcties meldt de verhoogde oplage.
[38] Datering op drukproef, linkermarge buiten de bladspiegel.


De tekstbezorging van Gitaarvissen en banjoklokken

De tekstbezorging bestaat uit drie lijsten. Bij de editeursingrepen wordt een overzicht gegeven van alle correcties die in de geëditeerde tekst zijn aangebracht. De twee andere lijsten geven overzichten van witregels die in de editie van Gitaarvissen en banjoklokken samenvallen met het einde van een pagina en koppeltekens die voorkomen aan het einde van een regel.

Editeursingrepen

In de uitgave van Gitaarvissen en banjoklokken in de Volledige Werken zijn, op grond van het kritisch onderzoek van de basistekst (eerste en enige druk, 1991 (D1)) en de tekstvergelijking van voorafgaande boekdruk, tijdschriftpublicaties en overige primaire en secundaire documentaire bronnen die relevant zijn voor de tekstgeschiedenis, de hieronder volgende correcties in de basistekst aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer van de boekuitgave wordt eerst de verbeterde lezing vermeld, gevolgd door de oorspronkelijke, foutieve lezing van de basistekst. Indien een of meer voorafgaande versies de juiste lezing hebben wordt daarna via het sigle verwezen naar de meest recente tekstversie met deze lezing.

p. 315, r. 12 rand van Beverly Hills rand van Beverley Hills M1
p.316, r. 26 wandel door Beverly Hills wandel door Beverley Hills M1
p. 326, r. 16 naar Lake Manly stroomt naar Lake Manley stroomt M1
p. 327, r. 3 Great Basin Province Great Basis Province M1
p. 327, r. 6 Lake Manly in Death Valley Lake Manley in Death Valley M1
p. 327, r. 8-9 alleen de Amargosa alleen de Armagosa M1

Witregels

Op de volgende pagina’s in de uitgave van Gitaarvissen en banjoklokken valt het staartwit van de pagina samen met een witregel:

p. 289
p. 291
p. 294
p. 295
p. 299
p. 301
p. 305
p. 309
p. 310
p. 311
p. 312
p. 319
p. 320
p. 323
p. 324
p. 327
p. 331
p. 332


Koppeltekens

In de uitgave van Gitaarvissen en banjoklokken komen geen afbrekingstekens voor die als koppelteken gelezen moeten worden.



Naar boven